stress

Burgerschap
week 14: 31 maart - 4 april

1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Burgerschap
week 14: 31 maart - 4 april

Slide 1 - Tekstslide

Planning:
  • welkom, telefoons, absenten
  • introductie onderwerp 
  • theorie

Slide 2 - Tekstslide

Wat is stress?

Slide 3 - Open vraag

Is stress goed?
ja
nee
soms

Slide 4 - Poll

Stress
  • filmpje
  • Wat is stress? 
  • Er zijn 2 soorten stress:
    - gezonde stress
    - ongezonde stress

Slide 5 - Tekstslide

Gezonde stress:
De spanning die je voelt is nuttig:
  •  Je kunt sneller reageren bij gevaar.
  • Je kunt je beter concentreren. Je wordt minder afgeleid door dingen om je heen.
  • Je bedenkt sneller oplossingen voor een probleem.
Gezonde stress helpt je om goed te presteren. 
Gezonde stress duurt niet lang of is niet heftig.  Je kunt je snel weer ontspannen. 

Slide 6 - Tekstslide

Ongezonde stress:
Soms is de stress te hevig. Of je hebt te lang last van stress. Je kunt je dan moeilijk ontspannen. Daardoor stapelt de spanning zich op in je hoofd of in je lijf:
  • Je voelt je niet goed. Je krijgt hoofdpijn of buikpijn. 
  • Je wordt prikkelbaarder. Of je hebt moeite om je te concentreren.
  • Je vindt moeilijker een oplossing voor een probleem. 
  • Je slaapt slechter.
  • Je gaat minder eten of juist veel meer. 
Je spieren (je hebt er 600)  kunnen niet goed ontspannen. 

Heb jij last van ongezonde stress? ->

Slide 7 - Tekstslide

Waar komt stress vandaan?
  • Stress bestaat al heel lang. 
  • Een stressreactie maakt je lichaam klaar om te vechten, te vluchten of te bevriezen. 
  • Ons lichaam reageert nog altijd bij gevaar of bij spannende gebeurtenissen.  

Slide 8 - Tekstslide

Gevaar! En dan?
Je brein kan op 3 manieren reageren:
  1. vluchten: je brein denkt dat vechten niet helpt. Je loopt weg van de stress. Je rent bijvoorbeeld echt weg. Of je probeert niet aan de stress te denken. 
  2. vechten: je valt aan, je wordt boos, je gaat slaan, schelden, roepen... (ken je deze film nog?)
  3. bevriezen: je doet niets meer. Je stopt met bewegen of praten, maar je zintuigen staan op scherp. Aan de buitenkant bevries je, maar binnenin gebeurt er heel veel!

Hoe reageer jij bij stress?  ->

Slide 9 - Tekstslide

Stoffen in je lichaam bij stress
In een spannende situatie schiet je brein in een stressreactie. 
Er komen stoffen vrij in je hersenen: de stresshormonen
  • adrenaline: er gaat veel zuurstof naar je spieren, je hart en je hersenen 
  • cortisol: er wordt energie gemaakt voor je spieren. 
  • endorfine: deze stof onderdrukt pijn
De stresshormonen maken je lichaam klaar om te reageren. Je brein zorgt ervoor dat je overleeft. 
Meer stoffen in je lichaam = meer spanning in je lichaam.  

Slide 10 - Tekstslide

Alarm in je brein!
  • Als je rustig bent, kun je goed nadenken. Vaak zit je ook goed in je vel. De stress werkt goed samen met je brein. 
  • Als de stress te lang duurt of te groot is, werkt de stress niet meer goed samen met je brein. Je kunt niet meer goed nadenken. Je vindt het moeilijk om je te concentreren. Je krijgt negatieve gedachten. 
  • Je kunt in de stresscirkel komen. 

Waar voel je stress?  ->
Wat voel jij als je stress hebt? -> 
Wat denk jij als je stress hebt? ->
Wat doe jij als je stress hebt? -> 

Slide 11 - Tekstslide

Stress meten
Je stressthermometer ->
Je grootste stressbronnen ->

Slide 12 - Tekstslide

Oefeningen om te ontspannen
  • zintuigoefeningen
  • spierontspanningsoefeningen
  • gezonde gedachten 

Slide 13 - Tekstslide

Wat wordt jouw antistressplan?

Slide 14 - Tekstslide