Je wint 1000 euro. Wat zou je doen?
Praten over iets wat waarschijnlijk nooit gebeurd.
Een droom.
------------------------------------------> zou / zouden
Ik zou het naar de bank brengen
Ik zou hartstikke blij zijn
We zouden een oud huis kopen, als we goede klussers waren
Ik zou heel gelukkig zijn, als ik een nieuwe baan had
je gebruikt bij een hoofdzin met zou of zouden vaak een bijzin met als.
Het werkwoord in de bijzin staat in de verleden tijd