Disco les 8

Disco les 8
In deze les
- kort herhalen spelregels uit les 6
- begin spelregels les 8
- Trojaanse Oorlog

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Disco les 8
In deze les
- kort herhalen spelregels uit les 6
- begin spelregels les 8
- Trojaanse Oorlog

Slide 1 - Tekstslide

ik
jij
hij / zij
wij
jullie
zij
vocaverunt
dormio
terrebatis
poteras
dixi
sunt
sustulistis
venimus
errat
ludunt
ducebam
reliquisti
clamas
invenis
adimus
timebat
fuit
amas

Slide 2 - Sleepvraag

Wat is de vertaling van

vocaverunt
A
zij roepen
B
jullie roepen
C
jullie riepen
D
zij hebben geroepen

Slide 3 - Quizvraag

Wat is de vertaling van

dixistis
A
jij hebt gezegd
B
jullie hebben gezegd
C
jij zei
D
jullie zeiden

Slide 4 - Quizvraag

Wat is de vertaling van

vocaverunt
A
zij roepen
B
jullie roepen
C
jullie riepen
D
zij hebben geroepen

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de vertaling van

dixistis
A
jij hebt gezegd
B
jullie hebben gezegd
C
jij zei
D
jullie zeiden

Slide 6 - Quizvraag

Wat is de vertaling van

audiebat
A
hij hoort
B
zij hebben gehoord
C
hij hoorde
D
zij hoorden

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de vertaling van

dormi
A
slaap!
B
ik slaap
C
ik sliep
D
ik heb geslapen

Slide 8 - Quizvraag

Maak het imperfectum van

intrat

Slide 9 - Open vraag

Maak het perfectum van

intrat

Slide 10 - Open vraag

Maak het imperfectum van

dicitis

Slide 11 - Open vraag

Maak het perfectum van

dicitis

Slide 12 - Open vraag

Welke vertaling hoort bij welke tijd?
praesens
imperfectum
perfectum
ik doe
hij deed
1. wij kwamen
2. wij zijn gekomen
1. jij deed
2. jij hebt gedaan
jullie komen
zij kwamen
zij mocht
jullie konden

Slide 13 - Sleepvraag

Disco les 8
Les 8 gaat over de ablativus

Hoe ziet de ablativus eruit?


Slide 14 - Tekstslide

Disco les 8
Les 8 gaat over de ablativus

Hoe ziet de ablativus eruit?

Bijna overal hetzelde als de dativus!

Alleen bij vrouwelijke woorden 
uit groep 1 is de ablativus in het 
enkelvoud anders
dan de dativus.
Groep 1
Groep 2
Groep 2
Groep 3
nom
rosa
servus
bellum
rex
dat
rosae
servo
bello
regi
abl
rosa
servo
bello
rege
nom
rosae
servi
bella
reges
dat
rosis
servis
bellis
regibus
abl
rosis
servis
bellis
regibus

Slide 15 - Tekstslide

Disco les 8
Bij de persoonlijk voornaamwoorden is dat in het enkelvoud niet zo.  
In het meervoud is de ablativus weer wel gelijk aan de dativus.

1e pers.
2e pers.
3e pers
3e pers
nom
ego
tu
is
ea
dat
mihi
tibi
ei
ei
abl
me
te
eo
ea
nom
nos
vos
ei
eae
dat
nobis
vobis
eis
eis
abl
nobis
vobis
eis
eis

Slide 16 - Tekstslide

Alleen dativus
Dativus en ablativus
Alleen ablativus
eo
dominis
tibi
ei
nobis
portae
filio
femina
me
amore
mortibus

Slide 17 - Sleepvraag

Disco les 8
Hoe gebruik je de ablativus?

De ablativus is een bijwoordelijke bepaling.  Het geeft antwoord op de vraag waarmee ? hoe ? waarvandaan? waar? wanneer? 

Slide 18 - Tekstslide

Disco les 8
Hoe gebruik je de ablativus?

De ablativus is een bijwoordelijke bepaling.  Het geeft antwoord op de vraag waarmee ? hoe ? waarvandaan? waar? wanneer? 
Bijvoorbeeld:
Diana puellas telis necat.                          Diana doodt de meisjes met pijlen.
Graeci Troiam decimo anno capiunt    De Grieken veroveren Troje in het tiende jaar.
Dux patria cessit.                                           De aanvoerder ging weg uit het vaderland.

In het Nederlands moet je dus een voorzetsel gebruiken, in het Latijn hoeft dat niet!

Slide 19 - Tekstslide

Disco les 8
Maar het kan wel!

Het vertalen wordt dan alleen maar makkelijker: Je moet namelijk gewoon de betekenis van het voorzetsel aanhouden. Als er geen voorzetsel staat, moet je zelf in het Nederlands een voorzetsel aanvullen en moet je dus kiezen.

Slide 20 - Tekstslide

Disco les 8
Maar het kan wel!
Het vertalen wordt dan alleen maar makkelijker: Je moet namelijk gewoon de betekenis van het voorzetsel aanhouden. Als er geen voorzetsel staat, moet je zelf in het Nederlands een voorzetsel aanvullen en moet je dus kiezen.

In het Latijn is er een aantal voorzetsels die altijd samen gaan met de ablativus. Die kan je onthouden met het volgende rijmpje:

pro, cum, sine, a(b), e(x), de , die gaan met de ablativus mee!

Slide 21 - Tekstslide

Disco les 8
De ablativus wordt niet alleen bij voorzetsels als aanvulling gebruikt, een ablativus kan ook voorkomen als aanvulling bij een werkwoord. Dan staat er in je woordenlijst (+abl.) achter het werkwoord.  

carere (+abl.)   vrij zijn van, missen
Parentes numquam curis carent.    Ouders zijn nooit vrij van zorgen.

Slide 22 - Tekstslide

Disco les 8
De ablativus wordt niet alleen bij voorzetsels als aanvulling gebruikt, een ablativus kan ook voorkomen als aanvulling bij een werkwoord. Dan staat er in je woordenlijst (+abl.) achter het werkwoord.  carere (+abl.)   vrij zijn van, missen
Parentes numquam curis carent.    Ouders zijn nooit vrij van zorgen.

Het Latijnse voorzetsel 'in' kan zowel met een accusativus als met een ablativus voorkomen.
Met een accusativus geeft het antwoord op de vraag: waarheen?
In silvam currunt.      Zij rennen naar het bos / zij rennen het bos in.
Met een ablativus geeft het antwoord op de vraag: waar?
In silva currunt.          Zij rennen in het bos.

Slide 23 - Tekstslide

Pueri in .... dormiunt
A
silvae
B
silvam
C
silva
D
silvas

Slide 24 - Quizvraag

Puellae ex .... currunt
A
silvae
B
silvam
C
silva
D
silvas

Slide 25 - Quizvraag

Pluto Tantalum in ... mittit.
A
Tartaro
B
Tartarum
C
Tartari
D
Tartaris

Slide 26 - Quizvraag

huiswerk vrijdag 2de uur
leren woorden 8a 'Graecus' t/m 'occultare'
herhalen verbuiging zelfstandig naamwoord (groep 1, 2 en 3)
maken LearnBeat 13.1

Slide 27 - Tekstslide