Sociaal gedrag deel 2 - OPB

Sociaal gedrag
6 Opvoeding en begeleiding - Toegepaste psychologie
Mevrouw van Loon
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
Toegepaste psychologieSecundair onderwijs

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Sociaal gedrag
6 Opvoeding en begeleiding - Toegepaste psychologie
Mevrouw van Loon

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige les 
Toets sociaal gedrag deel 1

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
Feedback toets
3 Sociale beïnvloeding en groepsdruk

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Wat is fout?

Slide 5 - Tekstslide

Wat is fout?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus
Mamiki is politieagente. Er wordt van haar verwacht dat ze de orde handhaaft en mensen beboet die een inbreuk begaan op de wetgeving. Tijdens het patrouilleren merken zij en een collega een auto op die veel te snel rijdt. Ze zetten hun lichten en sirene op om de auto aan de kant van de weg te zetten. Mamiki stapt op de auto af en wie blijkt er achter het stuur te zitten? Haar beste vriendin Cara... Wat moet Mamiki nu doen? Gaat ze Cara een boete geven of is ze loyaal aan haar beste vriendin? Hoe gaat ze dat dan uitleggen aan haar collega, ze reedt wel echt veel te snel...

1) Met welk soort rolconflict heeft Mamiki te maken? (1p)
2) Geef de definitie van dit soort rolconflict en pas aan de hand van de correcte begrippen toe op het voorbeeld van Mamiki. (2p)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht hoofdstuk
Sociaal gedrag
1 Wat is sociale psychologie? 
2 Sociale rollen en sociale normen 
3 Sociale beïnvloeding en groepsdruk 
4 Groepsdynamica 
5 Leiderschap 


Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 Sociale beïnvloeding en groepsdruk 

Inleiding
3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden
3.2 Vormen van sociale beïnvloeding

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale beïnvloeding

Slide 11 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

3 Sociale beïnvloeding en groepsdruk 

Sociale beïnvloeding
Anderen hebben invloed op jou + jij hebt invloed op anderen

Bewust vs onbewust
Gewild vs ongewild

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 Sociale beïnvloeding en groepsdruk 

Je vliegt niet graag. Nu zit je op een vlucht naar Marokko en je bent blij dat je naast rustige en opgewekte mensen zit. Je voelt dat je hierdoor een stuk kalmer en zelfs minder angstig bent. 
Vorige keer zat je naast een jongen en een meisje die allebei aan het huilen waren van de schrik. Daardoor was je zelf ook veel angstiger tijdens die vlucht. 
Wat je ook fijn vindt, is dat de mensen na het landen beginnen te applaudisseren. Dan doe je graag mee! 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 Sociale beïnvloeding en groepsdruk 

Hoe je omgaat met die beïnvloeding wordt sterk bepaald door wie je bent, maar zeker ook door de impliciete of expliciete druk die je ervaart. 

Heel vaak onbewust!

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 Sociale beïnvloeding en groepsdruk 

Zo blijkt dat kandidaat-kopers sneller een bestaand huis kopen als er een warme en gezellige geur van koffie en gebak hangt zodra ze binnenkomen.

Mensen eten onbewust minder als ze kleinere bordjes krijgen.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 Sociale beïnvloeding en groepsdruk 

Groepsdruk = de druk die je binnen een groep ondervindt om jouw gedrag af te stemmen op wat de anderen in de groep vinden dat de groepsnorm is. 

Positief vs. negatief 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bedenk een voorbeeld van positieve groepsdruk

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bedenk een voorbeeld van negatieve groepsdruk

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden
Herhaling
Sociale normen = impliciete en expliciete regels die een groep hanteert in verband met de positie (en dus de rollen) die je inneemt in een groep.

Soraha (19 jaar) volgt de richting ‘Zorg en welzijn’. Ze loopt stage in een woonzorgcentrum. Soraha heeft op school geleerd dat strikte hygiëne noodzakelijk is. In de medische wetenschappen heeft men al lang geleden aangetoond wat het belang is van hygiëne voor de gezondheid. Ziekenhuizen en woonzorgcentra volgen die inzichten.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

2 soorten normen
(injunctief vs descriptief)

2 manieren om normen te (ver)vormen
(gesprekken vs observatie)

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

Injunctieve normen:
  • Moreel 
  • Beschrijven wat mensen zouden moeten doen
  • Beloning of straf
  • Sterk geneigd om te conformeren

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

Je mag niet door het rood rijden.

Je moet je rijbewijs halen en een verzekering betalen om te mogen autorijden.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

Descriptieve normen:
  • Informatief
  • Welk gedrag stellen relevante naderen (familie, vrienden, …)?
  • Moreel gepast of niet 
  • Heel effectief in de beïnvloeding van gedrag 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

De injunctieve norm is ‘je mag niet op dat grasveld midden in het park lopen’. 
De descriptieve norm is ‘mijn vrienden zitten op dat grasveld dus de injunctieve norm wordt ongeldig en ik ga ook op het grasveld zitten’. 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer een vriendin jarig is, plaats je verschillende foto's op jouw verhaal op Instagram
A
Injunctieve norm
B
Descriptieve norm
C
Ik twijfel

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In de kinderopvang waar je stage loopt, moet je je handen wassen na elke verzorging van een kind
A
Injunctieve norm
B
Descriptieve norm
C
Ik twijfel

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op een festival gooien de meeste mensen hun afval op de grond, zelfs al staan er vuilnisbakken
A
Injunctieve norm
B
Descriptieve norm
C
Ik twijfel

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In een drukke winkelstraat steekt bijna niemand over bij het zebrapad, zelfs als het stoplicht op rood staat
A
Injunctieve norm
B
Descriptieve norm
C
Ik twijfel

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij groepswerk wordt er van iedereen verwacht dat ze hun deel van de taak afwerken
A
Injunctieve norm
B
Descriptieve norm
C
Ik twijfel

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

2 soorten normen 
(injunctief vs descriptief)

2 manieren om normen te (ver)vormen 
(gesprekken vs observatie)

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

Sociaal aftoetsen (gesprekken):
  • Eerder sociaal-beoordelend (Wat vind jij van die gebeurtenis?) dan informatief/feitelijk (Wat is er vandaag echt gebeurd?)
  • Belangrijke functie in het bepalen van de injuctieve normen (Tijdens dergelijke gesprekken vormen we een gezamenlijke mening of oordeel over een bepaalde gebeurtenis of persoon)
  • Gevolg: gedeelde visie en een beschrijving van wat we eigenlijk samen verwachten (sociale rollen)

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

De duikboot Titan met vijf inzittenden is onderweg naar de Titanic, maar geraakt plots vermist. Dit is overal op het nieuws te volgen. Magali (27 jaar) komt haar vrienden Piedro, Jeff en Anna tegen. Ze stellen elkaar de volgende vragen: ‘Wat vinden jullie van die zaak met de Titan?’, ‘Wat vinden jullie ervan dat elk ticket 250 000 euro kostte?’, ‘Wat vinden jullie ervan dat er een jongen van 19 jaar met zijn vader in die duikboot zat?’

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

Peilen naar meningen: mensen bespreken de zaak met vrienden, familie of online 
Wat vind jij ervan? Denk je dat hij schuldig is?

Vorming van normen: als veel mensen sympathie voor hem hebben en twijfelen aan zijn schuld, wordt het sociaal aanvaard om hem te blijven steunen.
Hoe moeten we als groep over deze zaak denken?

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

Injunctieve norm: 
"Als iemand verdacht wordt van moord, zou je hem niet moeten steunen." 

Descriptieve norm:
"Veel mensen blijven hem steunen, ondanks de beschuldigingen."

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

Hoe sociale toetsing de normen verandert
  • Invloed van publieke figuren & sociale media: Als bekende personen of influencers zeggen dat hij onschuldig lijkt, gaan volgers dit overnemen.
  • Fans voelen groepsdruk: "Iedereen in mijn omgeving steunt hem nog steeds, dus waarom zou ik hem laten vallen?"
  • Verhalen in de media: Als de media de nadruk leggen op positieve aspecten (bv. ‘hij was altijd vriendelijk’ of ‘hij heeft veel betekend voor de gemeenschap’), versterkt dat de descriptieve norm.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

"Sociale identiteit is de motor van gedragsverandering" 
(Lewin en collega's)

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

Doel: Amerikaanse huisvrouwen proberen meer orgaanvlees te laten serveren 

Lezing van voedingsdeskundigen + instructies = weinig effect
Kortere lezing + overlegmoment = grote gedragsverandering

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

Observeren van gedrag:
  • Afleiden wat in een bepaalde situatie verwacht wordt
  • Norm afleiden uit het gedrag van anderen

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

Je bent nieuw in de jeugdbeweging. De eerste zondagen zag je telkens dat de meeste leden rommel op de grond gooiden en flesjes op de vensterbank lieten staan. Je leidt hieruit af dat dit binnen deze groep normaal gedrag is. Stel je voor dat je maar één flesje zag staan op de vensterbank en maar één papiertje op de grond zag liggen. Dan zou je daaruit kunnen afleiden dat de meerderheid geen rommel op de grond gooit en dat dit dus niet hoort. Observeren betekent niet dat je per se iemand aan het werk moet zien. 

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden

Broken windows theory:
  • Criminologische theorie (Wilson & Kelling, 1982)
  • Tekenen van vuiligheid en vernieling zorgen ervoor dat mensen (ander) klein crimineel gedrag veroorzaken
  • Als anderen afwezig zijn, kijken we naar cues in de omgeving die ons een indruk geven van wat voor gedrag getolereerd is (wat is de sociale norm?).

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Groepsnormen die het gedrag beïnvloeden
Keizer, Lindenberg & Steg (2008):
  • Graffiti op de muur met bordje dat graffiti verboden is, zorgde voor meer afval op de grond (t.o.v. geen graffiti op de muur). 
  • Fietsen tegen het hek waar dit niet mocht, zorgde voor het vaker negeren van een geen-doorgang verbod (t.o.v. geen fietsen tegen het hek). 
  • Rommel rondom een brievenbus, zorgde voor dubbel zoveel mensen (13% vs. 27%) die een enveloppe met geld uit de brievenbus stalen (t.o.v. geen rommel).

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.2 Vormen van sociale beïnvloeding

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.2 Vormen van sociale beïnvloeding

2x groep van 4 personen
2x groep van 3 personen
1x groep van  2 personen
2x groep van 1 persoon

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.2 Vormen van sociale beïnvloeding

Conformisme – 4 pers
Imitatie en modellering – 3 pers
Omstandereffect  – 2 pers
Inwilligingstechnieken – 4 pers
De-individuatie  – 1 pers
Gehoorzamen aan autoriteit  – 3 pers
Wederkerigheidsnorm – 1 pers

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Lees je in over jouw vorm van sociale beïnvloeding
Maak een samenvatting tegen volgende week

Volgende week: werktijd om voor presentatie

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 2 dingen op die jij vandaag geleerd hebt.

Slide 48 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke mate heb je het gevoel dit dit deel te begrijpen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 49 - Poll

Exit ticket

Na deze les, 
wil ik...
de uitleg nog 1 keer horen
meer voorbeelden krijgen
meer oefeningen maken
de leerstof thuis nog even bekijken
overgaan naar nieuwe leerstof
nog meer te weten komen over de leerstof
niet meer te weten komen over de leerstof
nog iets anders (vul de vraag op de volgende slide in)

Slide 50 - Poll

Deze slide heeft geen instructies


Nog iets anders, namelijk...

Slide 51 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies