Toetsstof hv1

Toetsstof hv1
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Toetsstof hv1

Slide 1 - Tekstslide

We nemen klassikaal de toetsstof door.


Maak aantekeningen!

Slide 2 - Tekstslide

De structuur van een tekst
Langere teksten hebben een vaste structuur:
Inleiding
Middenstuk
Slot
De tekst is opgedeeld in alinea's

Slide 3 - Tekstslide

Inleiding: wat staat er in?
  • De eerste een of twee alinea's
  • De schrijver kondigt het onderwerp aan
  • De schrijver zorgt ervoor dat de inleiding aantrekkelijk en helder is, zodat de lezer de tekst wil lezen.

Slide 4 - Tekstslide

Middenstuk: wat staat er in?
  • Het middenstuk is de kern van de tekst 
  • Bestaat uit meerdere alinea's waarin het onderwerp wordt toegelicht
  • Elke alinea in het middenstuk gaat over één deelonderwerp

Slide 5 - Tekstslide

Slot: wat staat er in?
  • Bestaat uit de laatste zin(nen) of laatste alinea
  • Vaak staat er een conclusie in
  • De schrijver kan afsluiten met een uitsmijter 

Slide 6 - Tekstslide

Wat betekent het als een schrijver eindigt met een uitsmijter?
A
De schrijver bakt een ei
B
De schrijver maakt de tekst niet af
C
De schrijver stelt iets vast
D
De schrijver eindigt de tekst op een pakkende manier

Slide 7 - Quizvraag

De verbanden in een tekst
In een tekst staan zinnen niet los van elkaar, ze vormen een logisch geheel.

Signaalwoorden helpen daarbij.

Slide 8 - Tekstslide

Signaalwoorden zijn dus eigenlijk een soort lijm
Ze geven het verband aan tussen zinnen, zinsdelen en alinea's

Peter rende weg alsof hij door tien honden achterna gezeten werd.

Slide 9 - Tekstslide

Wat moet je kunnen voor de toets?
  • Je moet signaalwoorden kunnen noemen bij het bijbehorende tekstverband
  • Je moet tekstverbanden en signaalwoorden kunnen herkennen in een tekst

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht: schrijf 3 signaalwoorden op bij het tekstverband voorbeeld

Slide 11 - Tekstslide

Lees deze alinea. Welk tekstverband verwacht je in de rest van de tekst?
De meeste sinterklaasgedichten zijn geschreven in (soms wat onzuivere) rijmvorm en met niet altijd veel oog voor ritme en regellengte. Hoe kan het beter? Hier enkele tips voor een geslaagd sinterklaasgedicht.

Slide 12 - Tekstslide

Samenvatten
Als je een samenvatting maakt is het belangrijk om hoofdzaken en bijzaken te onderscheiden.
Hoofdzaken zijn de delen in de tekst die echt nodig zijn om de tekst te kunnen begrijpen. Bijzaken zijn minder belangrijk. Het zijn voorbeelden of extra toelichting. Als je ze weglaat in je samenvatting, kun je de tekst nog steeds goed begrijpen.

Slide 13 - Tekstslide

Je kunt op drie manieren een samenvatting maken
1. een uitgeschreven samenvatting
2. een samenvatting in steekwoorden of een schema
3. een creatieve vorm zoals een mindmap of quiz

Slide 14 - Tekstslide

Wat is hoofdzaak en wat is bijzaak?
De burgermeester bezocht afgelopen week mevrouw De Jong voor haar honderdste verjaardag. Mevrouw de Jong woont in een verzorgingstehuis.

Slide 15 - Tekstslide

Aantekeningen maken
Waarom is het nuttig om aantekeningen te maken? 5 voordelen:

  1. Je bent actiever betrokken bij wat er wordt verteld.
  2. Je kunt je beter concentreren.
  3. Je gebruikt meer zintuigen en daardoor onthoud je het beter
  4. Je kunt de aantekeningen op een later moment op je eigen tempo teruglezen.
  5. Je kunt de informatie later beter reproduceren.

Slide 16 - Tekstslide

Structuur in de aantekeningen
  • Noteer tussenkopjes
  • Gebruik opsommingstekens als bulletpoints of streepjes
  • Neem schema's en tabellen over 

Slide 17 - Tekstslide

Gebruik de rest van de les om te leren voor je toets.

Stel vragen als je iets niet begrijpt.

Slide 18 - Tekstslide