Werkwoorden waarbij de klank verandert als je het werkwoord in een andere tijd zet, noemen we klankveranderend. Meestal kun je horen hoe je deze werkwoorden schrijft.
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Tekstslide
Schrijf de persoonsvorm op in verleden tijd enkelvoud. RUIKEN
A
ruik
B
rook
C
ruiken
D
roken
Slide 8 - Quizvraag
Schrijf de persoonsvorm op in verleden tijd enkelvoud. RUSTEN
A
rust
B
ruste
C
rustten
D
rustte
Slide 9 - Quizvraag
Welke werkwoordsvorm verandert als je de zin in een andere tijd zet?
A
heel werkwoord
B
verleden tijd
C
persoonsvorm
D
voltooid deelwoord
Slide 10 - Quizvraag
Aan de slag!
Maak opdr. 21 t/m 26 (en eventueel 27).
Blok 3, KGT, spelling, 3.8 + 3.9
KLAAR?
-Dictee maken (blok 3 spelling KGT)
-Lezen
timer
15:00
Slide 11 - Tekstslide
Nabespreken
We gaan de opdrachten bespreken
aantal
240
aantal
Slide 12 - Tekstslide
Doelen van deze les
Aan het einde van deze les:
-kun je de persoonsvorm in de verleden tijd goed schrijven;
-weet je wat klankvaste en klankveranderende werkwoorden zijn.
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.