Paragraaf 6.1 - Produceren maar!

Paragraaf 6.1
 Produceren maar!
Pak je boek voor je op blz 160
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Paragraaf 6.1
 Produceren maar!
Pak je boek voor je op blz 160

Slide 1 - Tekstslide

Heb je zelf wel eens iets gemaakt en dat verkocht?

Slide 2 - Woordweb

Je leert in deze paragraaf:
  • Wat de vier productiefactoren zijn
  • Wat de beloning voor productiefactoren te maken heeft met toegevoegde waarde
  • Wat een bedrijfskolom is
  • Wat het verschil is tussen arbeidsintensief en kapitaalintensief produceren
  • Wat afschrijving is hoe je die berekent
Pak je boek voor je op blz 160

Slide 3 - Tekstslide

De productiefactoren
(dat wat je nodig hebt om te kunnen produceren)
*Kapitaal 
*Arbeid
*Natuur
*Ondernemerschap

Slide 4 - Tekstslide

Productiefactor
Je krijgt beloningen van de productiefactoren
Productiefactor
Beloning
Voorbeeld
Kapitaal
Rente, huur
Het verhuren van een gebouw
Arbeid
Loon
Je werkt
Natuur
Pacht
Je leent grond uit
Ondernemerschap
Winst
Een bedrijf maakt winst.

Slide 5 - Tekstslide

Aan de slag
Make opdracht 2, 3, 4 en 5
timer
10:00

Slide 6 - Tekstslide

De bedrijfskolom
Bedrijven die na elkaar meewerken aan een product.
Elke schakel in de kolom voegt waarde toe.

Door de toegevoegde waarde van elke schakel, wordt het eindproduct steeds duurder.

Slide 7 - Tekstslide

Aan de slag
Maken opdracht 7 gezamenlijk 

Slide 8 - Tekstslide

7a hoeveel waarde voegt de scooterfabriek toe?
€ 785 - € 115 = € 670
7b hoeveel waarde voegt de scooterwinkel toe?
€ 1.290 - € 950 = € 340
1. Lees het bedrag af bij de kolom waarnaar wordt gevraagd.
2. Lees het bedrag af in de kolom daarvoor.
3. Bereken het verschil tussen beide bedragen

Slide 9 - Tekstslide

Arbeidsintensief & Kapitaalintensief 

Slide 10 - Tekstslide

Afschrijving (= waardevermindering)
Afschrijvingskosten per jaar = 
 (aanschafprijs-restwaarde) : aantal gebruiksjaren

Slide 11 - Tekstslide

De robot wordt twee jaar langer gebruikt en de restwaarde daarna is nog € 15.000. Bereken de afschrijvingskosten per jaar. Geef de berekening!

Slide 12 - Open vraag

Een frisdrankfabriek schaft een nieuwe productierobot aan. De robot kost € 975.000 en gaat zes jaar mee. De restwaarde is dan nog € 90.000. Bereken de afschrijvingskosten per jaar. Geef de berekening!

Slide 13 - Open vraag

0

Slide 14 - Video

Precisie landbouw
Kijkvragen:
1. Welke productiefactoren herken je in het filmpje? Geef de voorbeelden

2. Vergelijk deze precisie landbouw met de landbouw van 100 jaar geleden.  Welke verschillen? Gebruik de woorden arbeidsintensief/kapitaalintensief.

Slide 15 - Tekstslide

Huiswerk
Paragraaf 6.1
Maken opgave 2 t/m 12
Blz. 160 t/m 163

Slide 16 - Tekstslide

Paragraaf 6.1
Maken opgave 1 t/m 12
Blz. 160 t/m 163

Slide 17 - Tekstslide