Th 5 BS 2 en 3_3M

Th 5 BS 2 
Kraakbeen en beenweefsel
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Th 5 BS 2 
Kraakbeen en beenweefsel

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kan de kenmerken van kraakbeenweefsel en beenweefsel noemen en de delen ervan benoemen in een afbeelding.
  • Je kan beschrijven hoe de samenstelling van botten verandert tijdens het leven.

Slide 2 - Tekstslide

Het skelet bestaat uit twee typen weefsel
1. Kraakbeenweefsel
2. Beenweefsel

Slide 3 - Tekstslide

Opdracht 1: Typen kraakbeenweefsel
Lees Th 5 BS 2  en maak de opdrachten op het werkblad

Tijd:  5 minuten

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Onderdelen van een gewricht
1. Gewrichtskogel
2. Gewrichtskapsel
3. Gewrichtskom
4. Gewrichssmeer
5. Kraakbeen
6. Kapselband
(4 x Gewrichts... en 2 x K......)

Slide 12 - Tekstslide

Welk onderdeel van het gewricht mist er?

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

waaruit bestaat beenweefsel?
A
beencellen
B
beencellen en kalk
C
beencellen, kalk en lijmstof
D
beencellen en lijmstof

Slide 16 - Quizvraag

Wat zijn de kenmerken van een beenweefsel?
A
Stevig, Buigzaam
B
Stevig, Beetje Buizgaam
C
Slap, Beejte Buigzaam

Slide 17 - Quizvraag

Wat zit er in beenweefsel?
A
Kraakbeencellen
B
Tussencelstof met gelei
C
Tussencelstof met veel lijm
D
Tussencelstof met veel kalk

Slide 18 - Quizvraag

Bevat veel lijmstof
Bevat weinig lijmstof
Bevat veel kalk
Is buigzaam
Bevat weinig kalk
Beenweefsel
Kraakbeenweefsel
Geeft stevigheid

Slide 19 - Sleepvraag

Waar vind je kraakbeenweefsel?
A
Tussen de ribben en het borstbeen
B
tussen schouderblad en opperarmbeen
C
Tussen je scheenbeen en kuitbeen

Slide 20 - Quizvraag

Kraakbeenweefsel is buigbaar
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quizvraag

Sleep de juist naam naar het juist plaatje
kraakbeenweefsel
beenweefsel

Slide 22 - Sleepvraag

Hoeveel soorten beenverbindingen zijn er?
A
10
B
3
C
200
D
4

Slide 23 - Quizvraag

Welke beenverbindingen zijn niet beweeglijk?
A
Kraakbeen
B
Gewricht
C
Vergroeid
D
Naad

Slide 24 - Quizvraag

De schedelbeenderen zitten verbonden met elkaar door:
A
Kraakbeen
B
Gewricht
C
Naad
D
Vergroeid

Slide 25 - Quizvraag

De ribben en het borstbeen zijn verbonden door:
A
Kraakbeen
B
Gewricht
C
Naad
D
Vergroeid

Slide 26 - Quizvraag

Een middenhandsbeentje is verbonden met een vingerkootje door:
A
Naadverbinding
B
Vergroeide verbinding
C
Kraakbeen verbinding
D
Gewricht

Slide 27 - Quizvraag

timer
5:00

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Slide 31 - Tekstslide

Verbindingen 
 Botten kunnen op vier manieren met elkaar verbonden zijn: 

  • Vergroeid 
  • Met een naad 
  • Met kraakbeen 
  • Met een gewricht 

Slide 32 - Tekstslide

Je botten zitten aan elkaar met  gewrichten.

Door gewrichten kan je lichaam soepel bewegen.
ellenboog-gewricht

Slide 33 - Tekstslide

Soorten gewrichten
Er zijn drie soorten gewrichten:

  1. Kogelgewricht
  2. Rolgewricht
  3. Scharniergewricht

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Beenweefsel
Schrijf in je schrift en vul de zinnen aan.

Bij beenweefsel liggen de cellen in.......
De tussencelstof van been is.........
De tussencelstof bestaat voor een groot deel uit................
Er lopen bloedvaatjes door de kanaaltjes van beenweefsel. Wat is daar de functie van?

Slide 38 - Tekstslide