In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
Laatste blok!
Toets over H9.1 + H8 + 3.3 --> 20%
H9: Welvaart + Lorenzcurve en Inkomstenbelasting
H8: Internationale handel
H3.3: Verzekeren
PO over H8 Landen vergelijken--> 10%
Slide 1 - Tekstslide
H8+H9
9.1 Wat is welvaart?
8.1 Export en Import
8.2 Wisselkoersen
8.3 Vrijhandel en protectie
Slide 2 - Tekstslide
Aan het einde van de les kan je:
Uitleggen wat welvaart is
Uitleggen hoe je welvaart kan meten
Uitleggen hoe je welvaart tussen landen kan vergelijken
Alternatieven voor het meten van welvaart noemen
Slide 3 - Tekstslide
Wat is welvaart?
Slide 4 - Tekstslide
Welvaart
Welvaart: de mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien
Hoe meer behoeften je kunt vervullen = meer welvaart.
Slide 5 - Tekstslide
Welvaart in enge zin
GELD
Welvaart in brede zin
Geld en zaken die niet in geld zijn uit te drukken.
Gezondheid
Leefomgeving
Slide 6 - Tekstslide
Bruto binnenlands product
BBP= de waarde van alle producten die in een land geproduceerd worden
=
Nationaal inkomen
Slide 7 - Tekstslide
= groei van BBP
Slide 8 - Tekstslide
Top 14 BBP
Slide 9 - Tekstslide
BBP per hoofd bevolking
Formule:
Doel: welvaart van landen vergelijken
Slide 10 - Tekstslide
Alternatieven BBP:
HDI (Human Development Index) --> armoede, onderwijs
World Happiness Index --> gelukkig en vrijheid
Groene BBP --> mileau schade/verbetering
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Video
Maken opgave 7+8 blz. 259
Klaar? Ga verder met 1 t/m 12 van 9.1
timer
7:00
Slide 13 - Tekstslide
Opgave 7
Slide 14 - Tekstslide
Afmaken 9.1: 1 t/m 12
Wat je niet afkrijgt = huiswerk volgende week
Slide 15 - Tekstslide
Reflectie: Zijn de lesdoelen behaald?
Je kunt het verschil uitleggen tussen welvaart in ruime en enge zin.
Je kunt uitleggen dat welvaart in enge zin gemeten wordt met behulp van het bbp en dat de stijging zorgt voor economische groei.
Je kunt de vier productiefactoren noemen en aangeven hoe ze nodig zijn.
Je kunt de vier productiesectoren noemen en voorbeelden geven.
Slide 16 - Tekstslide
Welvaart in ruime zin ...
A
is de koopkracht van het gemiddelde inkomen per inwoner
B
is de mate waarin je gelukkig bent
C
stijgt wanneer schaarste afneemt
D
is altijd groter dan de welvaart in enge zin
Slide 17 - Quizvraag
BBP geeft de welvaart in ruime zin aan
A
juist
B
onjuist
Slide 18 - Quizvraag
De minister van Financiën heeft het over een stijging van
A
De welvaart
B
De welvaart in enge zin
C
De welvaart in ruime zin
D
Het welzijn
Slide 19 - Quizvraag
Kijk je met economische groei naar de welvaart in ruime zin of de welvaart in enge zin?
A
Welvaart in enge zin
B
Welvaart in ruime zin
C
Geen van beiden
D
Allebei
Slide 20 - Quizvraag
Waarom is welvaart in ruime zin niet meetbaar?
A
omdat alleen de welvaart in enge zin meetbaar is.
B
Dat is het wel. Nederland is een rijk land.
C
Dat is het wel, aan alles hangt een prijs
D
Omdat de behoefte aan tijd en geld per persoon verschillen
Slide 21 - Quizvraag
Twee stellingen: Vrijwilligers werk kan bijdragen aan de welvaart in ruime zin. Hoe groter de welvaart in enge zin, hoe groter de welvaart in ruime zin.
A
Beide zijn goed
B
I is goed en II is fout
C
I is fout en II is goed
D
Beide zijn fout
Slide 22 - Quizvraag
Waarom is het BBP de maatstaf voor de welvaart in enge zin ?
A
omdat het BBP de som van alle toegevoegde waarde van een land is
B
omdat welvaart in enge zin om koopkracht gaat
C
D
omdat het internationaal afgesproken is
Slide 23 - Quizvraag
Welke van de productiesectoren zie je op de achtergrond?
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector
D
quartaire sector
Slide 24 - Quizvraag
Welke van de vier productiesector zie je op de achtergrond?
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector
D
quartaire sector
Slide 25 - Quizvraag
Welke van de vier productiesectoren zie je op de achtergrond?
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector
D
quartaire sector
Slide 26 - Quizvraag
Welke van de vier productiesector zie je op de achtergrond?
A
primaire sector
B
secundaire sector
C
tertiaire sector
D
quartaire sector
Slide 27 - Quizvraag
Arbeid
Kapitaal
Sleep de juiste productiefactor naar de juiste afbeelding...