Schrijf nu 5 korte zinnen in het Duits.
Elke zin heeft een persoonlijk voornaamwoord.
In elke zin gebruik je ook het werkwoord 'haben' of 'sein'
Je gebruikt de woordjes uit Lektion 1, 2 of 3 om de zin compleet te maken (bladzijde 95)
Je levert de 5 zinnen aan het einde van de les bij mij in.
Klaar, oefen dan met 'versterk jezelf' voor de toets.