A1 - A2 - Zinnen met inversie

Zinnen met inversie
Hoofdzin/de normale:
Ik loop naar school.
Marieke drinkt een kopje thee.
Zinnen met inversie:
Morgen loop ik naar school.
Straks drinkt Marieke een kopje thee
Zaterdag gaan Abdel en Jeroen voetballen
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2MBOStudiejaar 1

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Zinnen met inversie
Hoofdzin/de normale:
Ik loop naar school.
Marieke drinkt een kopje thee.
Zinnen met inversie:
Morgen loop ik naar school.
Straks drinkt Marieke een kopje thee
Zaterdag gaan Abdel en Jeroen voetballen

Slide 1 - Tekstslide

Zinnen met inversie
Belangrijk!
- Het 1e werkwoord staat nog steeds op de 2e plaats in de zin!
- Wie of wat staat ACHTER het 1e werkwoord.
- Het 2e werkwoord staat nog steeds als laatste in de zin!

Slide 2 - Tekstslide

Welke zin met inversie is goed?
A
Op het werk Hanane drinkt koffie.
B
Hanane koffie drinken op het werk.
C
Koffie drinkt op het werk Hanane.
D
Op het werk drinkt Hanane koffie.

Slide 3 - Quizvraag

Welke zin met inversie is goed?
A
Op vakantie ga ik volgende week.
B
Ik ga vakantie op volgende week.
C
Volgende week ga ik op vakantie.
D
Vakantie ik ga naar volgende week.

Slide 4 - Quizvraag

Welke zin met inversie is goed?
A
Sinds gisteren woont Emma in het centrum.
B
In het centrum Emma woont sinds gisteren.
C
Emma in het centrum woont sinds gisteren.
D
Gisteren Emma woont in het centrum sinds.

Slide 5 - Quizvraag

Maak de zin af:
Gisteren.....

Slide 6 - Open vraag

Maak de zin af:
Om 20:00

Slide 7 - Open vraag

Over 2 jaar

Slide 8 - Open vraag

Ik ga om 19:00 sporten.
Daarom...

Slide 9 - Open vraag

Ik wil graag naar het restaurant.
Helaas...

Slide 10 - Open vraag