In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Onderdelen in deze les
Examentraining De Lage Landen
Slide 1 - Tekstslide
welk woord weg? Welk woord hoort niet in het rijtje thuis
A
horige
B
leenheer
C
domein
D
herendiensten
Slide 2 - Quizvraag
welk woord weg? Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?
A
feodalisme
B
leenstelsel
C
leenheer
D
centralisatie
Slide 3 - Quizvraag
Europese handelscontacten (Hanze)
hogere voedselopbrengst
bevolkingsgroei
voedseloverschot
handel
ontstaan nijverheid
Slide 4 - Sleepvraag
Welk Kenmerkend aspect?
A
Ontstaan en verspreiding van de Islam
B
De verspreiding van het christendom in geheel Europa
C
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
D
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
Slide 5 - Quizvraag
Welk Kenmerkend Aspect?
A
Ontstaan en verspreiding van de Islam
B
De verspreiding van het christendom in geheel Europa
C
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
D
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
Slide 6 - Quizvraag
Welk Kenmerkend Aspect?
A
Ontstaan en verspreiding van de Islam
B
De verspreiding van het christendom in geheel Europa
C
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
D
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
Slide 7 - Quizvraag
Welk KA?
A
Ontstaan en verspreiding van de Islam
B
De verspreiding van het christendom in geheel Europa
C
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
D
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
Slide 8 - Quizvraag
2p In de landbouw in Vlaanderen vond een ontwikkeling plaats. Die ontwikkeling veroorzaakte een ontwikkeling in de bevolkingsomvang en een stedelijke ontwikkeling. – Leg het verband uit tussen de ontwikkeling in de landbouw en de andere ontwikkelingen.
Slide 9 - Open vraag
Gebruik bron 1 en 2 4p Stel je doet onderzoek naar horigheid en komt met de volgende onderzoeksvraag: 'Hoe en waardoor werden de mensen in de late Middeleeuwen langzaam vrijer?' – (Zonder bron) beredeneer hoe bevolkingsgroei de noodzaak van horigheid vermindert en – Beredeneer of de bronnen betrouwbaar, bruikbaar en representatief zijn voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag.
Slide 10 - Open vraag
2p Leg met behulp van twee voorbeelden die verband houden met Atrecht duidelijk uit dat stad en platteland niet zonder elkaar konden en elkaar bovendien economisch versterkten.
Slide 11 - Open vraag
Gebruik bron 3 Gilden vervulden verschillende functies. Leg telkens met een verwijzing naar de bron uit hoe taken aan de orde komen op economisch gebied en op het gebied van bonum commune.
Slide 12 - Open vraag
Twee stellingen over de Guldensporenslag (1302): 1. De Guldensporenslag toont aan dat in de late Middeleeuwen nieuwe maatschappelijke groepen belangrijk en machtig zijn geworden. 2. Het verloop van de Guldensporenslag illustreert dat de macht van steden en burgers is toegenomen ten koste van de feodale machthebbers. 4p Toon de juistheid van beide stellingen aan.
Slide 13 - Open vraag
Slide 14 - Sleepvraag
Slide 15 - Sleepvraag
Slide 16 - Sleepvraag
Zoek de 5 verschillen. Sleep de rondjes naar de verschillen in de afbeelding rechts.
Slide 17 - Sleepvraag
Zoek de 4 verschillen. Sleep de rondjes naar de verschillen in de afbeelding rechts.