Les 8.1 - Tunneling

§15.4 Tunnelende quanten
Lesplanning:
  1. Uitleg tunneling
  2. Starten aan opgaven van §15.4
  3. Toepassingen van tunneling
  4. Verder werken aan §15.4
  5. Uitleg geleiders, isolatoren en halfgeleiders
  6. Afsluiting
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo lwoo, vwoLeerjaar 6

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

§15.4 Tunnelende quanten
Lesplanning:
  1. Uitleg tunneling
  2. Starten aan opgaven van §15.4
  3. Toepassingen van tunneling
  4. Verder werken aan §15.4
  5. Uitleg geleiders, isolatoren en halfgeleiders
  6. Afsluiting

Slide 1 - Tekstslide

minimaal in de contexten: Scanning Tunneling Microscope (STM), alfaverval
§15.4 Tunnelende quanten
Je kan het quantum-tunneleffect beschrijven aan de hand van een eenvoudig model en daarbij aangeven hoe de kans op
tunneling afhangt van de massa van het deeltje, de hoogte en breedte van de energiebarrière.

Slide 2 - Tekstslide

minimaal in de contexten: Scanning Tunneling Microscope (STM), alfaverval
Het tunnel effect

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klassieke mechanica 
VS
quantum mechanica 

Slide 4 - Tekstslide

Barriere is bijv. een elektrisch veld (Ee). Of een kernkracht.

Voorbeeld van tunneling: een elektron dat ontsnapt uit een metaal zonder dat het genoeg energie heeft  gekregen.
De kans op tunneling hangt af van:
  • hoogte barrière 
  • breedte barrière 
  • massa deeltje
λ=mvh

Slide 5 - Tekstslide

Hoogte barriere 🡪 sterkte van het elektrisch veld
Breedte barriere 🡪 uitgebreidheid elektrisch veld (afstand waarover de kracht werkt)
Kleinere massa 🡪 grotere debroglie golflengte, deze strekt zich daardoor verder uit buiten de barriere 

  • Deeltje in een doos is een oneindig diepe energieput.
  • Tunnelen vindt plaats bij eindig diepe energieput; kansgolf loopt door in de wand.
  • Waarschijnlijkheids-verdeling is alleen voor deeltjes in de put.

Slide 6 - Tekstslide

Tunnelen vindt plaats bij eindig diepe energieput

Waarschijnlijkheidsverdeling geldt alleen voor opgesloten deeltjes, dus niet meer zodra het deeltje is 'ontsnapt' uit de put. 
Uit experimenteel onderzoek blijft dat de tunnelkans exponentieel toeneemt als de kinetische energie van het alfadeeltje groter wordt.
Geef twee redenen waardoor dit het geval is. Ga ervan uit dat beide deeltjes niet genoeg energie hebben om zonder tunneling de atoomkern te verlaten.

Slide 7 - Open vraag

Een alfadeeltje is een helium-4-kern, dus bestaat uit twee protonen en twee neutronen. De
massa is:
m = 4 x 1,66 x 10 -27 kg = 6,64 x 10 -27 kg

De kinetische energie van het deeltje vinden we in tabel 25. Dit is gelijk aan 8,776 MeV. In
joule wordt dit:
E kin = 8,776 x 10 6 x 1,6 x 10 -19 = 1,4 x 10 -18 J

λ = h / p
Met E k = p 2 /(2m) vinden we:
λ = h / √(2mE k )
 λ = 6,6 x 10 -34 / √(2 x 4 x 1,66 x 10 -27 x 1,4 x 10 -12 ) = 4,85 x 10 -15 m
Voorbeeldopgave
Hiernaast zien we een alfadeeltje dat uit een Polonium-212 kern tunnelt. Bereken de De Broglie-golflengte van het een alfadeeltje als het net ontsnapt is. Gebruik hiervoor BINAS tabel 25.

Slide 8 - Tekstslide

Een alfadeeltje is een helium-4-kern, dus bestaat uit twee protonen en twee neutronen. De
massa is:
m = 4 x 1,66 x 10 -27 kg = 6,64 x 10 -27 kg

De kinetische energie van het deeltje vinden we in tabel 25. Dit is gelijk aan 8,776 MeV. In
joule wordt dit:
E kin = 8,776 x 10 6 x 1,6 x 10 -19 = 1,4 x 10 -12 J

λ = h / p
Met E k = p 2 /(2m) vinden we:
λ = h / √(2mE k ) λ = 6,6 x 10 -34 / √(2 x 4 x 1,66 x 10 -27 x 1,4 x 10 -12 ) = 4,85 x 10 -15 m
Aan de slag
Maken en nakijken
opgaven van §15.4
timer
15:00

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

02:06
Door de afstand tussen de tip en het materiaal te verkleinen wordt de ... verkleind.
A
breedte van de barrière
B
hoogte van de barrière
C
energie van het deeltje
D
massa van het deeltje

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Scanning tunneling microscope

Slide 12 - Tekstslide

Stroomsterkte is afhankelijk van de afstand tussen het oppervlak en de naald (breedte van de barrière). De stroom wordt constant gehouden waardoor de positie van de naald het oppervlak van het materiaal in beeld brengt.

De halveringstijd verklaren

alfaverval

Slide 13 - Tekstslide

Barriere: kernkracht (alleen op korte afstand; smalle put) wanneer het alfa deeltje in de kern zit. 
Buiten de barrière (helling) afstotende kracht (elektrische kracht).

Waar is de halveringstijd van afhankelijk? De energie van het alfadeeltje, zie binas; grotere energie alfadeeltje, kleinere halfwaardetijd.

Halveringstijd verklaren
Bij alfaverval breekt een heliumkern vrij van de atoomkern. Hiernaast staat een vereenvoudigd model van de energiebarrière van de atoomkern.

Het blijkt dat de tunnelkans exponentieel toeneemt als de kinetische energie van het alfadeeltje groter wordt.
Geef twee redenen waardoor dit het geval is. 


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Maken en nakijken
opgaven van §15.4
timer
20:00

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Binas tabel 20
Hoe ontstaat zo'n spectrum?

Slide 16 - Tekstslide

Elektronen aangeslagen toestand (bijvoorbeeld door te beschieten met fotonen of elektronen) valt weer terug naar een lagere energetische toestand.
Wat valt op aan het spectrum van KMnO4?
  • Bij grotere moleculen liggen energieniveaus zo dicht bij elkaar dat er een 'band' ontstaat. 
  • Band gap: energieafstand tussen de banden.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geleider, isolator en halfgeleider

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geleider
  • In een geleider kunnen elektronen versnellen wanneer je er een spanning op aansluit.
  • De band is niet vol dus zijn andere energieniveaus mogelijk voor de elektronen (uitsluitingsprincipe van Pauli) en dus kunnen ze versnellen.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Isolator
  • Valentieband = vol
  • Afstand tussen valentieband en geleidingsband is groot.
  • Andere energieniveaus niet mogelijk dus geen stroom.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Halfgeleider
  • Valentieband is vol.
  • Band gap is kleiner.
  • Hoge temperatuur en licht zorgen ervoor dat elektronen de band gap kunnen overbruggen.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontstaan valentieband en geleidingsband.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenopgave herhaling
https://staff.fnwi.uva.nl/c.g.vanweert/Lesmateriaal/Quantumwereld_MathJax_W3/Text/voorbeeldtoetsopgave_blue.html

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§15.4 Tunnelende quanten
Je kan het quantum-tunneleffect beschrijven aan de hand van een eenvoudig model en daarbij aangeven hoe de kans op
tunneling afhangt van de massa van het deeltje, de hoogte en breedte van de energiebarrière.

Slide 24 - Tekstslide

minimaal in de contexten: Scanning Tunneling Microscope (STM), alfaverval
Wat kan je vertellen over de afbeelding?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Tunneling
  • Rode lijn =  waarschijnlijkheidsverdeling.
  • Te weinig energie, toch kans om het deeltje buiten de barrière aan te treffen.
  • Energie van het deeltje blijft gelijk (zie figuur).
  • Energieput met eindig hoge wanden.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tunneling
Kans op tunneling hangt af van...
  • Hoogte barrière
  • Massa deeltje 
  • dikte barrière

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies