BSR 05/02 2ha Grammatica ZD 13 bijvoeglijke bijzin

Open alvast je boek op blz. 230-231.
Log alvast in op LessonUp
(de code staat  linksonder in beeld).

§11 Zinsdeelzinnen
§13 Bijvoeglijke bijzin

Voordat we beginnen:
2HA
GRAMMATICA
ZINSDELEN
timer
3:00
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Open alvast je boek op blz. 230-231.
Log alvast in op LessonUp
(de code staat  linksonder in beeld).

§11 Zinsdeelzinnen
§13 Bijvoeglijke bijzin

Voordat we beginnen:
2HA
GRAMMATICA
ZINSDELEN
timer
3:00

Slide 1 - Tekstslide

  • Je weet wat een zinsdeelzin is.
  • Je kunt in een samengestelde zin de verschillende zinsdeelzinnen.
Lesdoelen

Slide 2 - Tekstslide

In deze les gaan we:
  • Verder met Cursus 5: Grammatica zinsdelen
  • de uitleg behandelen van paragraaf 11 (en hierbij aantekeningen maken);
  • Opdrachten van paragraaf 11
    maken en nakijken.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Enkelvoudig vs. samengesteld
Sommige zinnen hebben één persoonsvorm -> enkelvoudige zin.
Andere zinnen hebben meerdere persoonsvormen -> samengestelde zin.
In zo'n samengestelde zin heb je altijd een hoofdzin en een bijzin.
Hoofdzin
Bijzin
Onderwerp en persoonsvorm staan naast elkaar. Er passen geen andere zinsdelen tussen.
Tussen onderwerp en persoonsvorm kunnen wel andere zinsdelen staan (het woordje 'niet' bijvoorbeeld.
De persoonsvorm staat voor in de zin: als eerste of als tweede zinsdeel.
De persoonsvorm staat vaak achter in de zin.

Slide 5 - Tekstslide

Op welke twee manieren kun je de hoofdzin en bijzin bepalen?

Slide 6 - Open vraag

Bepaal de zinsdeelzin, kies uit:
ow-zin, lv-zin, mv-zin, bwb-zin.

Wie een premium ticket heeft gekocht, hoeft niet in de rij te staan.
timer
1:00

Slide 7 - Open vraag

Bepaal de zinsdeelzin, kies uit:
ow-zin, lv-zin, mv-zin, bwb-zin.

Toen de film was afgelopen, bleek het al bijna middernacht te zijn.
timer
1:00

Slide 8 - Open vraag

Bepaal de zinsdeelzin, kies uit:
ow-zin, lv-zin, mv-zin, bwb-zin.

Davey beloofde dat hij 23:00 uur thuis zou zijn.
timer
1:00

Slide 9 - Open vraag

Wat is ook alweer een bijvoeglijke bepaling?
Leg uit in je eigen woorden en geef een voorbeeld.
timer
1:00

Slide 10 - Open vraag



blz. 230-231
Grammatica woordsoorten paragraaf 13
Bijvoeglijke bijzin
 

Slide 11 - Tekstslide

De bijvoeglijke bijzin
Bekijk de volgende zinnen:
1 Het bronzen standbeeld krijgt een plek in het Stadspark.
2 Het standbeeld, dat van brons is gemaakt, krijgt een plek in het Stadspark.
In zin 1 is bronzen een bijvoeglijke bepaling bij standbeeld. 
In zin 2 is het onderwerp 'Het standbeeld, dat van brons is gemaakt'. Het zinnetje 'dat van brons is gemaakt' is binnen het onderwerp een bijvoeglijke bepaling bij het standbeeld. In dit geval is de bijvoeglijke bepaling een zin. Dat noem je een bijvoeglijke bijzin.

Slide 12 - Tekstslide

De bijvoeglijke bijzin
Het standbeeld, dat van brons is gemaakt, krijgt een plek in het Stadspark.
Je noteert de bijvoeglijke bijzin zo:
bijv.bijzin = dat van brons is gemaakt -> standbeeld.

Een bioscoopabbonement is handig voor hen die graag naar de film gaan.
bij.bijzin = die graag naar de film gaan -> hen.

Slide 13 - Tekstslide

De bijvoeglijke bijzin
Het standbeeld, dat van brons is gemaakt, krijgt een plek in het Stadspark.
Je noteert de bijvoeglijke bijzin zo:
bijv.bijzin = dat van brons is gemaakt -> standbeeld.

Een bioscoopabbonement is handig voor hen die graag naar de film gaan.
bij.bijzin = die graag naar de film gaan -> hen.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Bijvoeglijke bepaling of bijvoeglijke bijzin?

Ondanks de enorme schade *die muizen aanrichten in de landbouw*, is een verzoek van de boeren om gif te mogen gebruiken afgewezen door de rechter.
A
bijvoeglijke bepaling
B
bijvoeglijke bijzin

Slide 16 - Quizvraag

Bijvoeglijke bepaling of bijvoeglijke bijzin?

De verpakking *van biologisch katoen* kan zowel in de vriezer als in de wasmachine.
A
bijvoeglijke bepaling
B
bijvoeglijke bijzin

Slide 17 - Quizvraag

Waar hoort de bijvoeglijke bijzin bij?

De bacteriën *die niet reageren op antibiotica*, krijgen de overhand.
A
bacteriën
B
antibiotica
C
krijgen
D
overhand

Slide 18 - Quizvraag

Waar hoort de bijvoeglijke bijzin bij?

De beschermheilige van de stad Utrecht is Sint Maarten, *die de stad beschermt tegen oorlog en ziektes*.
A
de beschermheilige
B
Utrecht
C
Sint Maarten
D
oorlog en ziektes

Slide 19 - Quizvraag

Wat?
Cursus 5: Grammatica zinsdelen §13 Bijvoeglijke bijzin. 
Opdracht 1 en 2 (blz. 230-231).
Hoe?
Klassikaal. Zorg ervoor dat je meeschrijft.
Hulp
Steek je vinger op als je een vraag hebt.
Tijd
5 minuten. 
Daarna gaan we verder met opdracht 3 t/m 5.
Klaar?
Oefen verder: https://www.cambiumned.nl/zinsdelen/

Samen maken 
timer
5:00

Slide 20 - Tekstslide

Wat?
Cursus 5: Grammatica zinsdelen §13 Bijvoeglijke bijzin. 
Opdracht 3 t/m 5 (blz. 230-231).
Hoe?
Zelfstandig. De eerste vijf minuten in stilte, daarna overleggen.
Hulp
Steek je vinger op als je een vraag hebt.
Tijd
10 minuten. Daarna gaan we de opdrachten bespreken.

Klaar?
Oefen verder: https://www.cambiumned.nl/zinsdelen/

Huiswerkopdrachten
timer
10:00

Slide 21 - Tekstslide

  • Je kunt hoofd- en bijzinnen herkennen.
  • Je weet het verschil tussen een bijvoeglijke bepaling en een bijvoeglijke bijzin.
  • Je kunt in een samengestelde zin de bijvoeglijke bijzin herkennen.
Lesdoelen

Slide 22 - Tekstslide

Reflecteren

Slide 23 - Tekstslide

Reflecteren
Beantwoord drie van de zes vragen op een post-it en lever deze in bij je docent. * Vergeet je naam niet te noteren.
Welke stappen of methodes heb je geleerd tijdens deze les/periode om een probleem op te lossen of een opdracht uit te voeren? Kun je een voorbeeld geven?
Kun je uitleggen waarom een specifieke strategie of aanpak die je hebt gebruikt effectief of minder effectief was?
Hoe heb je de kennis of vaardigheden die je tijdens deze les/periode hebt geleerd toegepast op een nieuwe opdracht of situatie?
Welke moeilijkheden kwam je tegen tijdens het leren, en wat denk je dat de oorzaak was? Hoe heb je dit opgelost (of niet opgelost)?
Als je terugkijkt op je werk of prestaties, wat zou je anders doen om je leerresultaten te verbeteren? Waarom?
Wat zou je aan je leerproces of aanpak willen veranderen om nog succesvoller te zijn? Kun je een concreet plan bedenken om dit in de toekomst toe te passen?

Slide 24 - Tekstslide

Ontleed de zin.

Doordat je zo treuzelde, heb je nu de bus gemist.
timer
3:00

Slide 25 - Open vraag

Blader terug door de paragrafen. Welke zinsdelen gaan al goed?

Slide 26 - Open vraag

Blader terug door de paragrafen. Met welke zinsdelen wil je nog extra oefenen?

Slide 27 - Open vraag

Wie heeft nog een vraag over wat we vandaag hebben behandeld?

Slide 28 - Tekstslide