Oligopolie

Oligopolie
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Oligopolie

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Voorbeelden noemen van markten van oligopolie
  • De kenmerken van de marktvorm oligopolie beschrijven

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik
Hierna volgen vier korte vragen over de marktvormen uit hoofdstuk 1 en 2: Markt van volkomen concurrentie/ volledige mededinging en de monopolie.

Slide 3 - Tekstslide

Benoem vier kenmerken van de marktvorm volkomen concurrentie

Slide 4 - Open vraag

Welk product is homogeen?
A
Kaas
B
Bier
C
Wijn
D
Graan

Slide 5 - Quizvraag

Wat is een kenmerk van een monopolie?
A
Veel aanbieders
B
Heterogeen product
C
Eén aanbieder
D
Onderscheidend

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Oligopolie
Voorbeelden van oligopolies zijn veel te vinden in de markten waarmee grote kapitalen of diepgaande kennis gemoeid is. 

Voorbeelden zijn de staalindustrie, het bankwezen, de computermarkt, de vliegtuigindustrie, de oliemarkt, energie, onderwijs, huisvesting, media, telefonie, supermarkten en internet.

Slide 8 - Tekstslide

Oligopolie
Homogeen oligopolie
(klanten letten vooral op de prijs, er kan een prijsoorlog ontstaan)
Heterogeen oligopolie
(producenten moeten met elkaar concurreren)

Slide 9 - Tekstslide

Supermarkten
Internet en telefonie
Heterogeen oligopolie

Slide 10 - Tekstslide

Energie
Brandstof
Homogeen oligopolie 

Slide 11 - Tekstslide

Duopolie
Als er maar twee oligopolies zijn, noem je het een duopolie.

Slide 12 - Tekstslide

Weinig aanbieders, veel vragers

Slide 13 - Tekstslide

Moeilijke toetreding tot de markt
Toetredingsbarrières:
  • hoge aanvangsinvesteringen
  • verzonken kosten (vaste gemaakte kosten die bij sluiting van de onderneming nite meer terugverdiend kunnen worden)
  • octrooien 

Slide 14 - Tekstslide

Concurrentie vs. samenwerken
  • schaalvoordelen
  • verzonken kosten: hierdoor zullen partijen terughoudend zijn met samenwerking, tenzij er contracten worden gemaakt.
  • octrooien: bewijs van uitvinding, geeft alleenrecht op commercieel gebruik van uitvinding. 

Slide 15 - Tekstslide

Kartel
Verboden prijsafspraken = kartel

Reden → onderlinge concurrentie beperken

Slide 16 - Tekstslide

Bij homogene goederen is de concurrentie feller dan bij heterogene producten.
A
Juist.
B
Onjuist.

Slide 17 - Quizvraag

Naarmate er minder concurrentie is, hebben aanbieders meer invloed op de prijs van hun product.
A
Juist.
B
Onjuist.

Slide 18 - Quizvraag

De kans op een kartel is bij een oligopolistische marktvorm veel groter dan bij volkomen concurrentie.
A
Juist.
B
Onjuist.

Slide 19 - Quizvraag

Welke van de volgende goederen / diensten kunnen een oligopolist zijn?
A
Benzine
B
Mobiele telefoons
C
Cola
D
Vliegtuigmaatschappij

Slide 20 - Quizvraag

Een kartel is niet strafbaar.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quizvraag

Hoe heet een product waarbij het voor de consument niet uit maakt wie het levert of van welk merk het product is?
A
Homogeen goed
B
Heterogeen goed

Slide 22 - Quizvraag

Zelfstandig werken
Paragraaf 5 lezen en maken opdrachten

Slide 23 - Tekstslide

Max Winst bij Oligopolie

Iedere aanbieder ondergaat invloed van eigen concurrentiemiddelen(prijs), kwaliteit en reclame + van andere mede aanbieders.

Slide 24 - Tekstslide

Starre prijzen
A verlaagt zijn prijs --> concurrent B doet dit ook beide afzetten stijgen maar minder omzet.
--> lager dan monopolie door concurrentie
A verhoogt zijn prijs --> concurrent B doet dit niet  lagere afzet A + lagere omzet A
-->Hoger dan de prijs bij volkomen concurrentie
    doordat ze meer (zelf) kunnen bepalen.



Slide 25 - Tekstslide