Herhaling spelling cursus 7

Herhaling spelling cursus 7
Paragraaf 1 t/m 6
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Herhaling spelling cursus 7
Paragraaf 1 t/m 6

Slide 1 - Tekstslide

Wat moet je kennen
* Ik weet wanneer ik een hoofdletter moet gebruiken.

* Ik weet wanneer ik een punt, uitroepteken of vraagteken aan het eind van de zin gebruik.
* Ik weet of het woord een -d of een -t aan het eind heeft. Zoals paard - bed
* Ik kan een woord in het meervoud goed schrijven.
* Ik kan een woord als verkleinwoord goed schrijven.



Slide 2 - Tekstslide

Welke woorden schrijf je met een hoofdletter?
A
amsterdam
B
fiets
C
maandag
D
engeland

Slide 3 - Quizvraag

Eén van de woorden schrijf je met een hoofdletter. Welk woord?
A
hoofdstad
B
provincie
C
land
D
zwolle

Slide 4 - Quizvraag

Eén van de woorden schrijf je met een hoofdletter. Welk woord?
A
adidas
B
merk
C
sport
D
voetbal

Slide 5 - Quizvraag

Welk leesteken hoort achter deze zin?

Pieter loopt naar huis
A
.
B
!
C
?

Slide 6 - Quizvraag

Welk leesteken hoort achter deze zin?

Wil jij een koekje voor mij pakken
A
.
B
!
C
?

Slide 7 - Quizvraag

Welk leesteken hoort achter deze zin?

Blijf van mijn tas af
A
.
B
!
C
?

Slide 8 - Quizvraag

Welk woord is niet goed?
A
kort
B
kind
C
olifand
D
paard

Slide 9 - Quizvraag

Sst! Niet zo hard/hart praten.
A
hard
B
hart

Slide 10 - Quizvraag

In geval van nood/noot moet je 112 bellen.
A
nood
B
noot

Slide 11 - Quizvraag

Wat is het meervoud van paleis?

Slide 12 - Open vraag

Wat is het verkleinwoord van vergoeding?

Slide 13 - Open vraag

Wat is het verkleinwoord van duim?

Slide 14 - Open vraag

Wat is het verkleinwoord van botsing?

Slide 15 - Open vraag

Aan de slag
Maken oefentoetsen spelling cursus 7
Begin met het onderdeel die je lastig vindt.
Score boven de 90%
Vraag hulp!

Slide 16 - Tekstslide