18/3/2025 - Unité 1, 2 en 3 herhaling

Bonjour B1B!
Assieds-toi et prends tes affaires: ton livre, ta trousse et ta pochette.





Et ton sac par terre!
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Bonjour B1B!
Assieds-toi et prends tes affaires: ton livre, ta trousse et ta pochette.





Et ton sac par terre!

Slide 1 - Tekstslide

Introductie - Spreken
Wat wordt er van je verwacht?
  1. Je luistert naar de persoon die praat in stilte.
  2. Je doet wat er van de docent verwacht wordt: oplettend en stil.
  3. Fouten maken mag altijd: je oefent de taal en niks gaat altijd perfect.

Slide 2 - Tekstslide

Le planning
Aan het einde van de les:
  1. heb je een aantal Franse vragen beantwoord als opwarmer.
  2. heb je de vervoegingen van de werkwoorden être en avoir herhaald.

Slide 3 - Tekstslide

Au travail!
  • Vul de vervoegingen in van de werkwoorden être en avoir.
  • Zelfstandig of in tweetallen.
  • Hierna klassikaal de opdrachten nakijken.
  • Eerder klaar? Kijk elkaars werken alvast na.
  • Stop dit blad in je snelhechter!

  • Vragen? Steek je hand op en sla de moeilijke opdracht over.
Tip: Denk aan de grammatica lijsten6.3 en 6.4 (p.124-125)!



timer
5:00

Slide 4 - Tekstslide

Wat betekent deze vorm van être in het Nederlands?:
Je suis

Slide 5 - Open vraag

Wat betekent deze vorm van être in het Nederlands?:
Tu es

Slide 6 - Open vraag

Vul de juiste vervoeging in van être:
Il .......

Slide 7 - Open vraag

Vul de juiste vervoeging in van être:
Nous .......

Slide 8 - Open vraag

avoir
=
 hebben




Sleep de juiste vorm van avoir naar het bijbehorende persoonlijk voornaamwoord
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
tu
je/j'
as
ont
a
avez
avons
ai

Slide 9 - Sleepvraag

Wat betekent "vous avez" in het Nederlands?
A
wij zijn
B
u heeft
C
jullie hebben
D
jullie zijn

Slide 10 - Quizvraag

Wat betekent "ils ont" in het Nederlands?
A
zij zijn
B
ik ben
C
wij hebben
D
zij hebben

Slide 11 - Quizvraag

Wat betekent "ik heb" in het Frans?
A
je suis
B
j'ai
C
elle a
D
elles ont

Slide 12 - Quizvraag

Vertaal de volgende zin naar het Frans:
Ik heb een broer.

Slide 13 - Open vraag

Vertaal de volgende zin naar het Frans:
Zij heeft twee zussen.

Slide 14 - Open vraag