- Vul de vervoegingen in van de werkwoorden être en avoir.
- Zelfstandig of in tweetallen.
- Hierna klassikaal de opdrachten nakijken.
- Eerder klaar? Kijk elkaars werken alvast na.
- Stop dit blad in je snelhechter!
- Vragen? Steek je hand op en sla de moeilijke opdracht over.
Tip: Denk aan de grammatica lijsten6.3 en 6.4 (p.124-125)!