In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
2. De handel in de Republiek groeit
Slide 1 - Tekstslide
Over welk tijdvak gaat hoofdstuk 2: De Gouden eeuw?
Slide 2 - Open vraag
Over welke periode gaat hoofdstuk 2: De Gouden eeuw?
Slide 3 - Open vraag
Handelen
Rond 1600 waren veel Hollandse en Zeeuwse steden rijke en belangrijke handelssteden geworden. Kooplui uit die steden kochten en verkochten producten in heel Europa. Hoe was dat zo gekomen?
Slide 4 - Tekstslide
Daarvoor moeten we terug naar de middeleeuwen. Misschien weet je nog dat er in de Middeleeuwen verschillende steden samen gingen handelen. Zij sloten een verbond: de Hanze.
Slide 5 - Tekstslide
Waarom gingen de steden samenwerken in de Hanze?
Slide 6 - Open vraag
Waar handelden de Hanze niet in?
A
Zout
B
Porselein
C
Dierenhuiden
D
Hout
Slide 7 - Quizvraag
Einde Hanze
Aan het einde van de 15e eeuw kwam er een einde aan het handelen met de Hanze.
Dit kwam door de ontdekkingsreizen die door elk land werd gedaan.
Slide 8 - Tekstslide
Antwerpen
In de Nederlanden (nog onderdeel van Spanje) is Antwerpen de belangrijkste handelsstad. Maar na 1585 wordt dat Amsterdam. Waarom?
Slide 9 - Tekstslide
Waarom wordt Amsterdam na 1585 de belangrijkste handelsstad van de Nederlanden?
Slide 10 - Open vraag
Oorzaken groeiende handel
Amsterdam werd natuurlijk de grootste handelsstad toen Antwerpen in 1585 werd veroverd door Spanje. Maar er waren nog meer oorzaken voor de groei van Amsterdam:
- De veranderingen in de landbouw: Hollandse boeren produceerden producten voor de markt (commerciële landbouw). Zij houden de producten dus niet voor zichzelf. Producten die verbouwd werden: hennep en vlas.
Slide 11 - Tekstslide
Oorzaken groeiende handel
Naast de veranderingen in de landbouw, de verovering van Antwerpen nam ook de handel toe. Vooral de handel met de Oostzee (klik op afbeelding). Met deze handel verdienden de Hollanders zo veel geld, dat deze handelsroute 'moedernegotie' werd genoemd. Dat betekent: de belangrijkste handel van alle handel. Door deze handel groeide ook de nijverheid (werk) in Nederland.
Slide 12 - Tekstslide
Door deze oorzaken moest Amsterdam uitbreiden. Kijk het filmpje op de volgende dia.
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Video
Pakhuizen
In Amsterdam, en andere handelssteden, staan pakhuizen. Daarin worden de producten opgeslagen. Later werden deze producten ook nog bewerkt voor ze weer verkocht werden.
Slide 15 - Tekstslide
Nijverheid
De producten worden in Nederland bewerkt. De nijverheid in Nederland profiteert hiervan. Van laken (de stof) maken ze kleding etc. Veel Vlaamse ambachtslieden brachten nieuw werk naar Amsterdam. Hierdoor veranderde de grondstoffenmarkt naar een markt met luxeproducten.
Slide 16 - Tekstslide
De handel staat centraal
Kooplui probeerden zo veel mogelijk geld te verdienen met de handel. Deze vorm van economie noemen we: handelskapitalisme. Hierbij draait het om het maken van winst!
De winst investeren de kooplui in nieuwe schepen, producten of nieuwe vaarroutes.
Slide 17 - Tekstslide
Op de beurs
Op de beurs verhandelden de kooplieden hun waar en kochten ze ook nieuw waar van andere handelaren.
Slide 18 - Tekstslide
Welk begrip hoort bij deze betekenis: "handel tussen Nederland en het Oostzeegebied"
Slide 19 - Open vraag
Welk begrip hoort bij deze betekenis: "Plaats waar ingekochte producten worden opgeslagen om vandaaruit weer te worden verhandeld"
A
Oostzeegebied
B
Handelskapitalisme
C
Beurs
D
Stapelmarkt
Slide 20 - Quizvraag
Is de term 'Gouden Eeuw' wel een goede benaming? Heeft iedereen in Nederland het goed?