H1A: formuleren §4 Pers. en bez. vnw- 04-03-25

Welkom H1A!
timer
2:00
Deze spullen heb ik nodig:

  • Leesboek
  • Werkboek (theorie boek Nederlands)
  • Etui
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom H1A!
timer
2:00
Deze spullen heb ik nodig:

  • Leesboek
  • Werkboek (theorie boek Nederlands)
  • Etui

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
  1. Stil lezen (10 min)
  2. Oefeningen §3 nakijken: opdracht 1 t/m 4 (blz. 234) (10 min)
  3. Uitleg stof: §4: verwijzen met persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden (10 min)
  4. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen (35 min)
  5. Evaluatie (5 min)

Slide 2 - Tekstslide


Eerst... 
lekker 10 minuten lezen! 
timer
10:00

Slide 3 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
  1. Stil lezen (10 min)
  2. Oefeningen §3 nakijken: opdracht 1 t/m 4 (blz. 234) (10 min)
  3. Uitleg stof: §4: verwijzen met persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden (10 min)
  4. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen (35 min)
  5. Evaluatie (5 min)

Slide 4 - Tekstslide

Extra vragen...
  • Musa... heb je een antwoord voor ons?
  • Dat is toch geen kikker?!
timer
5:00

Slide 5 - Tekstslide

 "Dat is toch geen kikker?!"

Waarom is het 'dat' en niet 'deze' of 'die'? 
(het is toch een de-woord?)
 

Slide 6 - Tekstslide

dat is toch geen kikker?

Slide 7 - Open vraag

Slide 8 - Tekstslide

Oefeningen nakijken §3 - p. 234
timer
5:00

Slide 9 - Tekstslide

Oefeningen nakijken §3 - p. 234
timer
5:00

Slide 10 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
  1. Stil lezen (10 min)
  2. Oefeningen §3 nakijken: opdracht 1 t/m 4 (blz. 234) (10 min)
  3. Uitleg stof: §4: verwijzen met persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden (10 min)
  4. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen (35 min)
  5. Evaluatie (5 min)

Slide 11 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het einde van de les: 
- kan ik op de juiste manier met persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden verwijzen

Slide 12 - Tekstslide

Verwijzen in een tekst
Herhalingen maken een tekst saai. Om te voorkomen dat je in een tekst steeds dezelfde zelfstandige naamwoorden schrijft, gebruik je verwijswoorden. Een verwijswoord wijst terug naar een woord (of een groepje woorden) dat eerder genoemd is. 

Slide 13 - Tekstslide

Aanwijzende, persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden
.
Welk verwijswoord je gebruikt, hangt af van het woordgeslacht van het zelfstandig naamwoord waarnaar het verwijst: mannelijk (m), vrouwelijk (v) of onzijdig (o). Je hebt al geleerd dat je kunt verwijzen met deze, die, dit en dat. Je kunt ook verwijzen met persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden.

Slide 14 - Tekstslide

Zo verwijs je met persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden

Slide 15 - Tekstslide

Welk woord is een verwijswoord in de zin 'Ik heb een boek gelezen, het was erg interessant.'?
A
Interessant
B
Gelezen
C
Boek
D
Het

Slide 16 - Quizvraag

Welk woord is een verwijswoord in de zin 'Mijn vader is jarig'?
A
Mijn
B
vader
C
is
D
jarig

Slide 17 - Quizvraag

Welk verwijswoord kan gebruikt worden om naar een meervoudig zelfstandig naamwoord te verwijzen?
A
Hij
B
Ze
C
Zij
D
Het

Slide 18 - Quizvraag

Maak een voorbeeldzin met jouw lievelings superheld (bijv. Superman of Elsa) en verwerk een verwijswoord in de zin.

Slide 19 - Woordweb

Wat gaan we doen?
  1. Stil lezen (10 min)
  2. Oefeningen §3 nakijken: opdracht 1 t/m 4 (blz. 234) (10 min)
  3. Uitleg stof: §4: verwijzen met persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden (10 min)
  4. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen (35 min)
  5. Evaluatie (5 min)

Slide 20 - Tekstslide

Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen 
Maak voor dinsdag 11 maart: 
§4: oefeningen 1 t/m 5 op pag. 236 en 237. 

Klaar? --> laat maar zien hoe je het gedaan hebt! 
Inderdaad klaar? --> dan krijg je van mij extra oefeningen   
timer
20:00

Slide 21 - Tekstslide