oefentoets WKJ eindtoets

oefentoets WKJ eindtoets
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Welzijn kind en jongereVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3Leerroute 4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

oefentoets WKJ eindtoets

Slide 1 - Tekstslide

feedback is:
A
kritiek van een ander op jou
B
informatie van een ander over jouw gedrag
C
negatieve informatie over jouw gedrag

Slide 2 - Quizvraag

Peuters hebben een voorkeur voor bewegingsspel
Voorbeeld van bewegingsspel is:
A
rennen, klimmen, springen, fietsen
B
Knikkerbaan, stromend water, bal gooien

Slide 3 - Quizvraag

Wat is verbale communicatie?
A
Spreken
B
Spreken en luisteren
C
Met handen en voeten praten
D
Afbeeldingen gebruiken

Slide 4 - Quizvraag

Opvoedingsstijl waar ouders met kinderen overleggen
A
Autoritaire opvoedings
B
Democratische opvoeding
C
Verwaarlozende opvoeding
D
Opvoeding

Slide 5 - Quizvraag

BSO staat voor
A
Basisschool en kinderopvang
B
bovenspeciale opvang
C
Buitenschoolse opvang

Slide 6 - Quizvraag

Immitatiespel of rollenspel is ....
A
toneelspelen
B
echte situaties naspelen

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de fijne motoriek?
A
fietsen
B
rennen
C
zwemmen
D
schilderen

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een allergie?
A
Overgevoeligheid voor bepaalde stoffen
B
Lagere gevoeligheid voor bepaalde stoffen
C
Dat je gestoken wordt door een insect

Slide 9 - Quizvraag

subjectief is?
A
kijken naar feiten en betrouwbare cijfers
B
mening en gevoel van mensen

Slide 10 - Quizvraag

Fontanellen zijn:
A
De botten van het kind
B
Zachte plekken op het hoofd van baby
C
Ander woord voor babyvet
D
Dit zijn groeipijnen

Slide 11 - Quizvraag

Een consultatiebureau is voor:
A
kinderen tot 4 jaar
B
Kinderen tussen 4-6 jaar
C
Kinderen tussen 8-12 jaar
D
Kinderen tussen 13-18 jaar

Slide 12 - Quizvraag

Opvoedstijl:

Autoritair
A
De ouders zijn de baas en het kind moet gehoorzamen.
B
De ouders geven hun kind bijna altijd zijn zin.
C
De ouders overleggen met hun kind.
D
De kind krijgt geen leiding, geen hulp of ondersteuning.

Slide 13 - Quizvraag

Wat is meconium
A
de eerste moedermelk
B
de nageboorte
C
"de knip" in het perineum
D
eerste ontlasting van de baby

Slide 14 - Quizvraag

Wat is een levensfase?
A
Waar je bent.
B
Een deel van je leven.
C
Hoe je eruit ziet.
D
Waar je woont.

Slide 15 - Quizvraag

Wat is 'objectief?'
A
Uitgaan van feiten
B
Uitgaan van meningen

Slide 16 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van Democratische opvoeding
A
Kind mag alles zelf bepalen.
B
Ouders geven veel liefde
C
Kind krijgt geen ruimte voor tegenspraak

Slide 17 - Quizvraag

Vanaf welke leeftijd is het verstandig om je kind bij te voeden naast flesvoeding?
A
4 maanden
B
6 maanden
C
8 maanden
D
10 maanden

Slide 18 - Quizvraag

welke opvoedingsstijl hoort hier bij?
"Ouders verwachten strikte gehoorzaamheid"
A
autoritaire opvoedingsstijl
B
democratische opvoedingsstijl
C
doe-het-zelf-opvoedstijl
D
verwaarlozende opvoedingsstijl

Slide 19 - Quizvraag

Een belangrijk onderdeel van het 'peuter zijn' is het zindelijk worden.
Wat betekent zindelijkheid?
A
Dat peuters steeds langere zinnen kunnen zeggen
B
Dat ze zelf kunnen aangeven wanneer ze naar de wc gaan

Slide 20 - Quizvraag

Laissez-Faire is een:
A
Autoritaire leider
B
Consulterende leider
C
Democratische leider
D
Geen van 3.

Slide 21 - Quizvraag

Wat is lichamelijke ontwikkeling?
A
Leren lopen.
B
Leren praten.
C
Leren schrijven.
D
Veranderingen in een lichaam

Slide 22 - Quizvraag

Wat is 'de levensfase'?
A
Een deel van je leven, eerst ben je kind, dan volwassen, dan bejaard.
B
Een vaas waarin je spullen over je leven zet.
C
Als je geboren wordt.

Slide 23 - Quizvraag

Wat is 'een peuter'?
A
een kind van 10 jaar
B
een kind van 2-4 jaar oud
C
een kind van 0-2 jaar
D
een bejaarde

Slide 24 - Quizvraag

Wat zijn enkele belangrijke mijlpalen in de ontwikkeling van een baby?
A
Het ontwikkelen van taalvaardigheid.
B
Het ontwikkelen van abstract denken.
C
Het leren omrollen, kruipen en lopen.
D
Het leren schrijven.

Slide 25 - Quizvraag

Zindelijk worden hoort bij:
A
cognitieve ontwikkeling
B
sociaal-emotionele ontwikkeling
C
senso-motorische ontwikkeling
D
taalontwikkeling

Slide 26 - Quizvraag

bij lichamelijke ontwikkeling
A
leer je beter dingen begrijpen
B
verandert je lichaam
C
leer je bewegen

Slide 27 - Quizvraag

Grove motoriek is?
A
Grote bewegingen
B
kleine bewegingen

Slide 28 - Quizvraag