- abiotische factoren en soortensamenstelling zijn min of meer constant
- De productie is even groot als de afbraak -> biomassa blijft gelijk
- De kringloop van stoffen is gesloten, weinig uitwisseling met de omgeving -> ecosysteem is zelfvoorzienend
- De biodiversiteit heeft zijn maximale waarde bereikt
Voorbeelden (in Nederland): everzwijnen, eik, beuk, varens, wolven.