Quiz thema 4

Quiz thema 4 Voortplanting en seksualiteit
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Quiz thema 4 Voortplanting en seksualiteit

Slide 1 - Tekstslide

Waar rijpt een eicel?
A
Onderdeel 1
B
Onderdeel 3
C
Onderdeel 4
D
Onderdeel 7

Slide 2 - Quizvraag

Wat is de vagina?
A
Onderdeel 2
B
Onderdeel 4
C
Onderdeel 6
D
Onderdeel 7

Slide 3 - Quizvraag

Wat is bevruchting?
A
Eicel en zaadcel raken elkaar
B
Kern van eicel en zaadcel versmelten
C
Eicel komt vrij uit de eierstok
D
Eicel nestelt dan in baarmoederslijmvlies

Slide 4 - Quizvraag

Waar worden de zaadcellen gemaakt bij een man?
A
Teelbal
B
Bijbal
C
Zaadleider
D
Clitoris

Slide 5 - Quizvraag

Wat doen de prostaat en het zaadblaasje?
A
Die slaan zaadcellen op tot de zaadlozing
B
Die voegen vocht en voedingsstoffen toe aan de zaadcellen
C
Die maken zaadcellen
D
Die zorgen dat een man een erectie kan krijgen

Slide 6 - Quizvraag

Wat is een erectie?
A
Dan heeft de man een slappe penis
B
Dan heeft de man een stijve penis
C
Dan heeft de man pijn aan zijn penis
D
Dan heeft de man een SOA

Slide 7 - Quizvraag

Waar gebeurt er met de eicel bij de ovulatie?
A
Eierstok-> baarmoeder
B
Eierstok->eileider
C
Eileider-> eierstok
D
Eileider-> baarmoeder

Slide 8 - Quizvraag

Wat is niet waar?
A
Een eicel bevat reservevoedsel
B
Een zaadcel heeft een zweepstaart
C
Een eicel blijft 12-24 uur leven
D
Een zaadcel blijft 12-24 uur leven

Slide 9 - Quizvraag

Wat is geen primair geslachtskenmerk?
A
Baardgroei
B
Vulva
C
Vagina
D
Penis

Slide 10 - Quizvraag

Wat is sexting?
A
Sexting is daten via internet
B
Geen idee
C
Het versturen van seksuele foto's of filmpjes
D
Het maken van selfies

Slide 11 - Quizvraag

Bij de ovulatie
A
laat het baarmoederslijmvlies los
B
laat de baarmoeder los
C
komt een eicel vrij uit de eierstok
D
komt een zaadcel bij de eierstok

Slide 12 - Quizvraag


Tijdens de menstruatiecyclus verandert de dikte van het baarmoederslijmvlies.
Op welke moment van deze cyclus is het baarmoederslijmvlies het dunst?
A
tijdens de eicelrijping
B
vlak na de eisprong
C
vlak na de menstruatie
D
vlak voor de eisprong

Slide 13 - Quizvraag

Seks is zoals je ziet in porno film.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Wat is een SOA?
A
Seksueel overdraagbare acties
B
een vorm van griep
C
seksueel overdraagbare aandoening
D
een vorm van verkoudheid

Slide 15 - Quizvraag

Iemand die biseksueel is die...
A
Heeft beide primaire geslachtskenmerken
B
Valt op mannen en vrouwen
C
Heeft een ander geslacht dan gender
D
Heeft beide secundaire geslachtskenmerken

Slide 16 - Quizvraag

Wat is de functie van het baarmoederslijmvlies?
A
Beschermen van de baarmoederwand
B
Hierin kan het embryo innestelen
C
Hierdoor kunnen de zaadcellen beter voortbewegen
D
Hier worden afvalstoffen opgeslagen

Slide 17 - Quizvraag

Dit voorbehoedsmiddel is bekend als
A
het spiraaltje
B
sterilisatie
C
het pessarium
D
de nuvaring

Slide 18 - Quizvraag

Op dag 1 van de menstruatie cyclus begint de menstruatie

A
waar
B
niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Welke van de volgende beweringen over het condoom is juist?
1. Een condoom beschermt tegen zwangerschap
2. een condoom beschermt tegen SOA.


A
Alleen 1
B
Alleen 2
C
Beide beweringen
D
Geen van beide beweringen

Slide 20 - Quizvraag

Welke van de volgende beweringen over de pil is juist?
1. Een pil beschermt tegen zwangerschap
2. een pil beschermt tegen SOA.
A
Alleen 1
B
Alleen 2
C
Beide beweringen
D
Geen van beide beweringen

Slide 21 - Quizvraag

Dit is een voorbeeld van een
voorbehoedsmiddel
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Wat is een ander woord voor orgasme?
A
Zelfbevrediging
B
Masturbatie
C
Geslachtsgemeenschap
D
Klaarkomen

Slide 23 - Quizvraag

Voorbehoedsmiddelen zijn:
A
middelen die een vrouw laten menstrueren
B
middelen die voor de gezondheid ingenomen worden/ beter worden
C
middelen die een zwangerschap tegen gaan
D
middelen die helpen dat een vrouw zwanger wordt.

Slide 24 - Quizvraag