11.1 Werken met formules

H11 Vergelijkingen
blz. 162
Je leert:
  • wat een letterformule is.
  • hoe je een pijlenketting bij een formule maakt.
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H11 Vergelijkingen
blz. 162
Je leert:
  • wat een letterformule is.
  • hoe je een pijlenketting bij een formule maakt.

Slide 1 - Tekstslide

planning
  • voorkennis ophalen
  • uitleg §11.1
  • samen opdracht 1 en 5 maken
  • quizvragen via LessonUp
  • Aan de slag met de opdrachten

Slide 2 - Tekstslide

Ik ken de rekenvolgorde.

Wat is de juiste rekenvolgorde?
A
Haakjes, plus en min, keer en delen
B
Haakjes, keer en delen, plus en min
C
Keer en delen, haakjes, plus en min
D
Keer en delen, haakjes, plus en min

Slide 3 - Quizvraag

Dit is een pijlenketting:

A
waar
B
niet waar

Slide 4 - Quizvraag

De woordformule is
aantal rondjes x 0,75 + 3 = bedrag. Hoeveel krijg je bij 10 rondjes
A
30,75
B
10.50
C
10
D
18

Slide 5 - Quizvraag

De formule aantal uren x 10 + 20 = bedrag
zijn de kosten van een schilder.
Deze schilder is 4 uur bezig om de woonkamer te schilderen. Wat is het bedrag?
A
40
B
50
C
60
D
70

Slide 6 - Quizvraag

Dit is een pijlenketting:
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Video

Wat zou de letterformule kunnen worden van
kosten = 2 + 0,50 x aantal rondjes
A
k = 2 x a + 0,50
B
k = 2 + 0,50 x r
C
K = 2 x 0,50 x r

Slide 9 - Quizvraag

Maak van de volgende pijlenketting een formule

A
aantal x 2,50 ... + 21 = kosten
B
aantal x 2,50 +21 = kosten
C
aantal + 21 x 2,50 = kosten
D
aantal x21 + 2,50 = kosten

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Maak van deze woordformule een letterformule.

afstand = 10 + 6 x tijd
A
t = 10 + 6 x a
B
10 + 6 x 5 = 40
C
a = 10 + 6 x t
D
16 x t = a

Slide 13 - Quizvraag

Maak van deze woordformule een letterformule.
aantal uren x 3 + 5 = winst
A
a x 5 + 3 = w
B
w x 3 + 5 = w
C
a x 3 + 5 = m
D
u x 3 + 5 = w

Slide 14 - Quizvraag

reken uit in je schrift!

a) 8 weken

b) 14 gewerkte uren

c) 16 kilo

d) 9 cupcakes

Slide 15 - Tekstslide

Wat zijn de antwoorden?

Slide 16 - Open vraag

Sponsorloop
Jan doet mee aan de sponsorloop. Hij heeft 5 euro gekregen van zijn oma en krijgt van zijn ouders 0,50 euro per rondje.
a) Jan loopt 8 rondjes, hoeveel geld haalt hij op?


Slide 17 - Tekstslide

Hoeveel geld haalt Jan op?
A
4 euro
B
44 euro
C
40 euro
D
9 euro

Slide 18 - Quizvraag

Sponsorloop
Jan doet mee aan de sponsorloop. Hij heeft 5 euro gekregen van zijn oma en krijgt van zijn ouders 0,50 euro per rondje.
a) Jan loopt 8 rondjes, hoeveel geld haalt hij op?
b) Maak een bijbehorende pijlenketting.

Slide 19 - Tekstslide

Sponsorloop
Jan doet mee aan de sponsorloop. Hij heeft 5 euro gekregen van zijn oma en krijgt van zijn ouders 0,50 euro per rondje.
a) Jan loopt 8 rondjes, hoeveel geld haalt hij op?
b) Maak een bijbehorende pijlenketting.
c) Welke formule hoort hierbij?

Slide 20 - Tekstslide

De formule is ...
A
bedrag x 0,5 + 5 = aantal rondjes
B
bedrag = 8 + 0,5 x aantal rondjes
C
aantal rondjes x 0,5 + 5 = bedrag
D
bedrag = 5,5 x aantal rondjes

Slide 21 - Quizvraag

Sponsorloop
Jan doet mee aan de sponsorloop. Hij heeft 5 euro gekregen van zijn oma en krijgt van zijn ouders 0,50 euro per rondje.
a) Jan loopt 8 rondjes, hoeveel geld haalt hij op?
b) Maak een bijbehorende pijlenketting.
c) Welke formule hoort hierbij?
d) Jan loop totaal 18 rondjes, hoeveel geld heeft hij opgehaald?

Slide 22 - Tekstslide

Na 18 rondjes heeft Jan ... eurcent opgehaald
A
14
B
1400
C
44
D
99

Slide 23 - Quizvraag

Sponsorloop
Jan doet mee aan de sponsorloop. Hij heeft 5 euro gekregen van zijn oma en krijgt van zijn ouders 0,50 euro per rondje.
bedrag = aantal rondjes x 0,50 + 5 euro

Kan ik dit korter schrijven? 

Slide 24 - Tekstslide

Pijlenketting
60 + 8,50 x aantal gewerkte uren = bedrag
a) Schrijf de formule zo kort mogelijk.


Slide 25 - Tekstslide

60 + 8,50 x aantal gewerkte uren = bedrag

Slide 26 - Woordweb

Pijlenketting
60 + 8,50 x aantal gewerkte uren = bedrag
a) Schrijf de formule zo kort mogelijk.
b) Welke pijlenketting hoort bij deze formule?

Slide 27 - Tekstslide

Som 1 samen oefenen (blz. 162)

Slide 28 - Tekstslide

Som 5 samen oefenen  (blz. 163)

Slide 29 - Tekstslide

Huiswerk

maken 11.1 Werken met formules opdracht 1 t/m 7

Slide 30 - Tekstslide

Afsluiting
Schrijf de formule 120 + aantal weken x 6= bedrag als een letterformule.

Maak bij bovenstaande formule een pijlenketting.

Slide 31 - Tekstslide

Afsluiting
Schrijf de formule 120 + aantal weken x 6= bedrag als een letterformule.
120 + a x 6= b
Maak bij bovenstaande formule een pijlenketting.

Slide 32 - Tekstslide