In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
Voorraadbeheer
Ter voorbereiding en uitleg kerntaak B1-K2
Slide 1 - Tekstslide
Wat versta je onder Voorraad?
Slide 2 - Woordweb
Voorraad
Goederen die beschikbaar zijn voor productie, verkoop of levering.
Goederen hebben allemaal een waarde en moeten terugkomen in je boekhouding en op je balans verwerkt worden.
Goederen die al in gebruik zijn voor productie vallen ook onder je voorraad.
Slide 3 - Tekstslide
Voorraad begrippen
Dagvoorraad/ ijzerenvoorraad/Stock: Minimale voorraad die van een artikel aanwezig moet zijn.
Technische voorraad: Werkelijke voorraad die van een artikel aanwezig is.
Economische voorraad:
Voorraad waarover men prijsrisico loopt. Daling/stijging prijs, bederfelijkheid.
Slide 4 - Tekstslide
Soorten voorraad
Voorraad goederen producten voor verkoop/service (Food, Beverage
Voorraad eigen goederen/materialen om service te kunnen leveren (wegwerp servet, kaars, bierviltjes,...non-food)
Slide 5 - Tekstslide
Waarom hebben we voorraad?
Slide 6 - Woordweb
Waarom voorraad
Gast niet teleurstellen
levertijd kunnen overbruggen
Werkzaamheden kunnen uitvoeren
Afzet onduidelijk, bv horeca
Slide 7 - Tekstslide
Hoeveel voorraad
De voorraad dient zo laag mogelijk te zijn in verband met kosten (kosten voor aankoop, opslag en derf)
Er dient een goede servicegraad te zijn (de mate waarin aan de vraag naar een product wordt voldaan)
Slide 8 - Tekstslide
Randvoorwaarden hoeveelheid voorraad
Houdbaarheid
Bestelgrootte
Opslagruimte
Levertijd
Kwaliteit
Prijs
Omloopsnelheid
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Video
Voorraadbeheersing
Het hele proces dient continue bewaakt te worden door:
Gericht inkopen en bestellen
Periodieke controles
Vaststellen en bijstellen van de product vraag
Slide 11 - Tekstslide
Kosten van voorraad
Kosten van de voorraad
Kosten van rente/tijd, bij stilstaande voorraad. (bv wijn)
Kosten van ruimte, Licht, luchtbehandeling (bv vriezer, koeling, magazijn)
Kosten van risico, bederf/breuk (verzekering)
Slide 12 - Tekstslide
Voorraadsysteem
1. Periodiek voorraad systeem:
Bepalen wat er nodig is om te blijven produceren.
Huidige voorraad - te verwachte gasten = Bestelling
periodiek voorraadtelling voor boekhouding/ waardebepaling.
2. Continu voorraad systeem
Real time afname = bestelling. Geautomatiseerd bijna nooit in de horeca
Slide 13 - Tekstslide
Fifo - Lifo
Fifo =
First in First out, altijd met producten tht / productie datums/ type nummers (non-food).
Lifo =
Last in First out, soms met non-food producten
Slide 14 - Tekstslide
Opdracht
Je hebt een hotel met 6 kamers dat overnachting met ontbijt biedt.
Schrijf zo veel mogelijk dingen op waarvan je een voorraad moet hebben, dus zowel voor kamers (overnachtingen) als restaurant (ontbijt)
Slide 15 - Tekstslide
Voorraad Hotel-Restaurant
Slide 16 - Woordweb
Wie zijn verantwoordelijk
Elk soort horeca is weer anders. Maar als je iets opmaakt of nodig hebt, geef je dit door aan je leidinggevende.
Eind verantwoordelijke; Chef, F&B manager, Baas
Slide 17 - Tekstslide
Inkopen en bestellen
Slide 18 - Tekstslide
Termen Inkopen en bestellen
Waar staan de letters TGT in TGT-Datum voor?
Dit staat voor de te gebruiken tot-datum. Je kunt het product tot deze datum gebruiken.
Waar staan de letters THT in THT-datum voor?
Dit staat voor de ten minste houdbaar tot-datum. Je kunt het product tot deze datum (en maximaal drie dagen daarna) bewaren.
Slide 19 - Tekstslide
Verschil tussen inkopen en bestellen
Inkopen vraagt veel aandacht :
Selectieprocedure
Prijsafspraken
Kwaliteitsbepaling / productspecificaties
Inkoopvoorwaarden
Slide 20 - Tekstslide
Verschil tussen inkopen en bestellen
Bestellingen zijn herhalingsaankopen bij steeds hetzelfde bedrijf (rebuy, repeat buying, operationele inkoop)
Je moet op de hoogte zijn van de afspraken met de verschillende leveranciers
Slide 21 - Tekstslide
Keuze Leverancier
Bij het bestellen speelt de leverancier van de ondernemer een grote rol vanwege:
De kwaliteit van de geleverde artikelen
Het prijspeil van de geleverde artikelen
De snelheid waarmee geleverd kan worden
De flexibiliteit waarmee geleverd kan worden
De manier waarop besteld kan worden
Slide 22 - Tekstslide
Bestellijst invullen
Bepalen van de verwachte drukte/ gasten (reserveringen, evenementen, historie)
Bepalen van de huidige voorraad. (wat is er nog)
Bepalen van de minimale voorraad (Wat moet er zijn)
Bepalen van de ordergrootte (korte termijn schatting)
Bestelling doen
Slide 23 - Tekstslide
Hoe bestellen ze bij jou?
Slide 24 - Woordweb
Slide 25 - Video
Wat is een Besteleenheid
Het aantal dat je in een keer dient te bestellen. Soms kun je van iets slechts 1 artikel kopen, maar vaak dien je meer artikelen tegelijkertijd af te nemen. Coli prijs
Slide 26 - Tekstslide
Besteleenheid
Bij het invullen van de bestellijst zal de ondernemer rekening moeten houden met de besteleenheden.
Voorbeeld:
De ondernemer heeft 21 lamsbiefstukjes nodig.
Op de bestellijst staat dat deze biefstukjes in dozen van 10 stuks geleverd worden. De ondernemer moet dan 3 dozen bestellen.
Slide 27 - Tekstslide
Controle bestelling na ontvangst
Het is belangrijk om de pakbon goed met de bestellijst te controleren:
Kloppen de geleverde aantallen?
Zijn de juiste artikelen geleverd?
Zijn de artikelen van het juiste merk?
Zijn de artikelen van de juiste kwaliteit?
Per bedrijf zijn er afspraken over wat je moet doen als de pakbon niet overeenkomt met de bestellijst.
Slide 28 - Tekstslide
Foute levering
Soms is de pakbon al getekend als je merkt dat een artikel niet is geleverd. Dit moet je goed noteren, omdat de leverancier de factuur maakt op basis van de getekende pakbon!
Worden niet geleverde producten nageleverd of gecrediteerd?
Worden niet bestelde producten gehouden of mee teruggegeven?
Slide 29 - Tekstslide
Derving
Verlies van voorraad door diefstal, veroudering of beschadiging