bezit vnw

Het bezittelijk voornaamwoord
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo lwoo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 10 min

Onderdelen in deze les

Het bezittelijk voornaamwoord

Slide 1 - Tekstslide

Wanneer krijgt het bezittelijk voornaamwoord een -E?
A
mannelijk
B
onzijdig
C
vrouwelijk
D
vrouwelijk en meervoud

Slide 2 - Quizvraag

Bezittelijke voornaamwoorden
(mijn) ......... Zimmer (o)
A
mein
B
meine

Slide 3 - Quizvraag

Het bezittelijk voornaamwoord
(mijn) Vater hat Geburtstag.
A
mein
B
meine

Slide 4 - Quizvraag

het bezittelijk voornaamwoord:
Das ist _____ (haar) Freund
A
ihr
B
ihre

Slide 5 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
(jullie) Haus (o)
A
sein
B
ihr
C
euer
D
dein

Slide 6 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
vertaal: jouw
A
sein(e)
B
ihr(e)
C
mein(e)
D
dein(e)

Slide 7 - Quizvraag

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord:

Maaike ist (haar) Freundin.
A
meine
B
seine
C
ihre
D
eure

Slide 8 - Quizvraag

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord:

Das ist (uw) Haus.
A
ihr
B
Ihre
C
ihre
D
Ihr

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de Duitse vertaling van het bezittelijk voornaamwoord 'jullie'
A
euer
B
ihr
C
unser
D
mein

Slide 10 - Quizvraag

BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

..... beste Freundin
A
sein
B
seine

Slide 11 - Quizvraag

Vervoeg het bezittelijk voornaamwoord:
Sind das (zijn)…... Bücher?


A
seine
B
meine
C
sein
D
mein

Slide 12 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
jouw _______ Mutter
A
ihre
B
ihr
C
dein
D
deine

Slide 13 - Quizvraag

Kapitel 7: BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

..... Klassenlehrer
A
unser
B
unsere

Slide 14 - Quizvraag

BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

Dat is hun huis.
A
Das ist Ihr Haus.
B
Das ist ihr Haus.

Slide 15 - Quizvraag

Dit zijn de bezittelijke vnw.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Beispiele
Paula hat einen Bruder (m).
Deine Oma hat kein Auto (o).
Ich suche meine Bücher (mv).
Peter hat meinen Hund (m) gestreichelt.
Frau Meier, passen Sie auf Ihr Kind (o) auf.
Frau Meier, passen Sie auf Ihre Kinder (mv) auf.
Frau Meier, passen Sie auf Ihren Sohn (m) auf.



Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide