20250317 Ma VAV4VMB000AK vmbo leerjaar 1 Thema's: 4.4: De regering

VAV4VMB000AK 
Maatschappijleer
Drs. David Lindenaar

Docent burgerschap, maatschappijleer en -kunde, Nederlands en LOB bij de afdelingen:
Zorg en Vavo.


1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

VAV4VMB000AK 
Maatschappijleer
Drs. David Lindenaar

Docent burgerschap, maatschappijleer en -kunde, Nederlands en LOB bij de afdelingen:
Zorg en Vavo.


Slide 1 - Tekstslide

timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

AFSPRAKEN 
1. Kom op tijd.

2. Neem altijd jouw spullen mee. Je neemt elke les een opgeladen laptop, boek en pen mee.

3. Telefoon in de tas, dopjes uit, smartwatch verbinding uit.

4. Jas uit, tas van tafel en niet eten in de les.

5. Ben je er een les niet? Maak het huiswerk dan thuis. Gebruik de e-mail die ik elke les verstuur.

6. Sla geen vragen over en antwoord altijd met uitleg.

Slide 3 - Tekstslide

Maatschappijleer
Thema's kgt maatschappijleer


  
Maandag 10-02: 2.1: Communicatie en media
Woensdag 12-02: 2.2: Mediasamenleving
Maandag 24-02: 2.3: Nieuws
Woensdag 26-02: 2.4: Invloed van de media
Maandag 03-03: 2.5: Geld verdienen met de media
Woensdag 05-03: 4.1: Wat is politiek?
Maandag 10-03: 4.2: Wat valt er te kiezen?
Woensdag 12-03: 4.3: Het parlement
Maandag 17-03: 4.4: De regering
Woensdag 19-03: 4.5: Wie heeft de macht?
Maandag 24-03: 4.6: Politiek in de buurt
Woensdag 26-03: samenvatting en voorbereiding op de toets.
Maandag 31-03: 15.00-16.00: toets maatschappijleer





Slide 4 - Tekstslide

Terugblik op:

Les 4.3: Het parlement

Slide 5 - Tekstslide

Les 4.3: Het parlement
Parlement: Eerste en Tweede Kamer.

Zetel: plek in het parlement.

Motie: uitspraak waarin de Kamer zijn mening geeft over iets of een minister vraagt iets te doen. 

Slide 6 - Tekstslide

Les 4.3: Het parlement

Het parlement bestaat uit twee Kamers.
  • De Tweede Kamer heeft 150 leden
  • In de Eerste Kamer heeft 75 leden.

Fractie: Een of meer personen van een politieke partij in een
volksvertegenwoordiging.

Fractievoorzitter: De belangrijkste woordvoerder van de fractie.



Slide 7 - Tekstslide

Les 4.3: Het parlement

De coalitiepartijen steunen de regering.

Oppositiepartijen: De politieke partijen die niet in de regeringscoalitie zitten.

Compromissen: afspraken waarbij alle partijen een beetje
toegeven.



Slide 8 - Tekstslide

Les 4.3: Het parlement

Slide 9 - Tekstslide

Les 4.3: Het parlement

Wetgevende taken: 

Budgetrecht: Recht om de rijksbegroting goed of af te keuren.
Recht van initiatief: Recht om zelf wetsvoorstel in te dienen. Dit recht geldt enkel voor de Tweede Kamer.
Recht van amendement: Recht om wijzigingen in een wetsvoorstel aan te brengen. Dit recht geldt enkel voor de Tweede Kamer.

Slide 10 - Tekstslide

6.2 Rechten van het parlement

Controlerende taken: 

Vragenrecht: Kamerleden mogen schriftelijk of in de Kamer vragen stellen aan het kabinet.
Enquêterecht: Kamerleden mogen een onderzoek starten naar een onderdeel van het regeringsbeleid.
Motierecht: Door het aannemen van een motie verzoekt de Kamer een minister om haar beleid te veranderen.

Slide 11 - Tekstslide

Les 4.3: Het parlement

Slide 12 - Tekstslide

Les 4.3: Het parlement


Verhouding tussen regering en parlement:

  1. Informatieplicht
  2. Verantwoordingsplicht
  3. Ministeriële verantwoordelijkheid
  4. Motie van wantrouwen
  5. Kabinetscrisis


Slide 13 - Tekstslide

Les 4.4: De regering

Slide 14 - Tekstslide

Lesdoel
Les 4.4: De regering


  • Je kunt het verschil tussen de regering en het kabinet uitleggen.
  • Je kunt het verschil uitleggen tussen minister, staatssecretaris en minister-president.
  • Je kunt uitleggen wat het verband is tussen troonrede, miljoenennota en rijksbegroting. 
WERKBOEK:
Les 4.4: De regering
pagina 90 - 93
Vraag 01 - 12

LESBOEK:
Les 4.4: De regering
pagina 64 - 65

Slide 15 - Tekstslide

Les 4.4: De regering

Individueel lezen:

Lesboek: pagina 64 - 65
timer
15:00

Slide 16 - Tekstslide

Les 4.4: Wie komt er in de regering?


De grootste partij zoekt na de verkiezingen partijen die met hen willen samenwerken.
Samen hebben ze een meerderheid nodig.
Zijn ze het eens? Dan schrijven ze een regeerakkoord. Daarna vormen ze samen de regeringspartijen.

Regeerakkoord: De plannen van de regering voor de komende jaren.


Slide 17 - Tekstslide

Les 4.4: De regering / het kabinet

Regering: De koning en alle ministers.
Kabinet: Het dagelijks bestuur van ons land. Het bestaat uit ministers en staatssecretarissen.

In het kabinet zitten ministers en staatssecretarissen die elk een eigen taak hebben.
Bijvoorbeeld:
  • Onderwijs
  • Economische Zaken
  • Buitenlandse Zaken

 

Functie: minister Buitenlandse Zaken
Naam: Casper Veldkamp
Partij: NSC

Slide 18 - Tekstslide

Les 4.4: Ministers en staatssecretarissen

Ministers krijgen ondersteuning van duizenden ambtenaren. Ook hebben de meeste ministers hulp van een staatssecretaris.

Staatssecretaris: een soort assistent-minister die 
verantwoordelijk is voor een deel van de taken 
van een minister.

 

Functie: staatssecretaris Primair en Voortgezet Onderwijs
Naam: Mariëlle Paul
Partij: VVD

Slide 19 - Tekstslide

Les 4.4: De regering
De minister-president (ook wel premier genoemd) is de leider van het kabinet.
Hij is de belangrijkste minister en is de voorzitter 
als de regering vergadert.

Functie: minister-president
Naam: Dick Schoof
Partij: geen

Slide 20 - Tekstslide

Les 4.4: Ministers werken samen

Elke vrijdag komen alle ministers bij elkaar. Ze maken samen plannen en wetsvoorstellen.

Ministers maken alleen wetsvoorstellen. Een wet wordt pas aangenomen als de Tweede Kamer en Eerste Kamer ermee instemmen.

Slide 21 - Tekstslide

Les 4.4: Wat doet de koning?

De koning is het staatshoofd. Hij is lid van de regering, maar heeft vrijwel geen macht. Zijn taken zijn:
  1. Een handtekening zetten onder alle wetten.
  2. De troonrede voorlezen op Prinsjesdag.
  3. Overleg voeren met de minister-president.
  4. Ons land vertegenwoordigen in het buitenland.
  5. Ministers en staatssecretarissen beëdigen.

Slide 22 - Tekstslide

Les 4.4: 
Prinsjesdag

Iedere derde dinsdag in september is het Prinsjesdag:
  • De koning leest de troonrede voor.
  • De minister van Financiën biedt de miljoenennota aan.

Troonrede: Uitleg van de plannen die de regering voor het komende jaar heeft.

Miljoenennota: Een gedetailleerd overzicht van de plannen van het kabinet voor het komende jaar.

Rijksbegroting: Een overzicht van alle uitgaven en inkomsten die het kabinet voor dat jaar verwacht.





Slide 23 - Tekstslide

Les 4.4: 
Prinsjesdag

Kijkopdracht: noem drie belangrijke onderdelen van Prinsjesdag.

Slide 24 - Tekstslide

Les 4.4: De regering

Pagina 90 - 93
Vraag 01 - 12

Ben je klaar? Werk dan verder.
timer
30:00
Les 4.4
01
02
03
04
05
06
07





08
09
10
11
12







Slide 25 - Tekstslide

Terugblik
Les 4.4: De regering


  • Je kunt het verschil tussen de regering en het kabinet uitleggen.
  • Je kunt het verschil uitleggen tussen minister, staatssecretaris en minister-president.
  • Je kunt uitleggen wat het verband is tussen troonrede, miljoenennota en rijksbegroting. 
WERKBOEK:
Les 4.4: De regering
pagina 90 - 93
Vraag 01 - 12

LESBOEK:
Les 4.4: De regering
pagina 64 - 65

Slide 26 - Tekstslide