4.4 De regering (het Element)

1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3,4

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

4.4 De regering 
F

Slide 3 - Tekstslide

      Planning
10 min-> Lesson up 
15 min->  Uitleg regering 
25 min-> Zelfstandig werken
10 min-> Afsluiting 

Open alvast: lessonup.app


timer
1:00

Slide 4 - Tekstslide

4.3 Herhaling wetten

Slide 5 - Tekstslide

Welke twee taken heeft het parlement (eerste en tweede kamer)?

Slide 6 - Open vraag

Een wetsvoorstel is een:
A
plan om een bepaald probleem aan te pakken.
B
voorstel waar de ministers nog over moeten stemmen.

Slide 7 - Quizvraag

De bevolking kiest de Tweede Kamer.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 8 - Quizvraag

Hoeveel leden heeft de tweede kamer?
A
40
B
100
C
150

Slide 9 - Quizvraag

Bij de overheid werken …………. en politici.
Welk woord is weggelaten?
A
Winkeliers
B
Ambtenaren
C
Bedrijven

Slide 10 - Quizvraag

Wat zijn belangrijke taken van de politiek?
A
Keuzes maken en besluiten nemen.
B
Vergaderen en geld uitgeven.
C
Verslagen en rapporten schrijven.
D
Bekeuringen uitdelen

Slide 11 - Quizvraag

Leerdoelen 
In deze paragraaf leer je:
  • wat het verschil is tussen de regering en het kabinet
  • wat de verschillen zijn tussen ministers, staatssecretarissen en minister-president
  • wat het verband is tussen troonrede, miljoenennota en rijksbegroting

Slide 12 - Tekstslide

De regering
Het kabinet is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van ons land
De koning bemoeit zich niet actief met het beleid, maar wordt wel wekelijks op de hoogte gehouden door de minister-president

Slide 13 - Tekstslide

Minister-president
Vraag: wat is de naam van onze minister-president?

Slide 14 - Tekstslide

4.4 De regering
De regering
Een minister is lid van de regering                                    en verantwoordelijk voor een eigen
onderwerp.

Een staatssecretaris is een soort assistent-minister die verantwoordelijk is voor een deel van de taken van de minister.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Minister Brekelmans op werkbezoek bij Defensie

Slide 17 - Tekstslide

Wat doet de koning?
  • Handtekening zetten onder alle wetten
  • Troonrede voorlezen op Prinsjesdag
  • Beëdigen ministers en staatssecretarissen
  • Overleg voeren met minister president
  • Ons land vertegenwoordigen in het buitenland
  • Samenbindende rol

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Prinsjesdag
  • iedere 3e dinsdag van september
  • Troonrede - plannen voor het komende jaar bekendmaken
  • Miljoenennota - en rijksbegroting wordt overhandigd aan de Tweede Kamer. 
  • Dit zijn de verwachte inkomsten en uitgaven van het komende jaar 

Slide 20 - Tekstslide

Het parlement stemt

Slide 21 - Tekstslide

De minister voert uit

Slide 22 - Tekstslide

      Aan de slag!


Maken 4.4
timer
1:00

Slide 23 - Tekstslide

De ……………… leest op Prinsjesdag de plannen van de ministers voor.
Welk woord is weggelaten?
A
De minister van Binnenlandse zaken
B
Minister-president
C
Koning

Slide 24 - Quizvraag

Op Prinsjesdag leest de Tweede Kamer voor wat de plannen van de regering zijn.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Wie maakt de wetten?
A
ministers
B
kamerleden

Slide 26 - Quizvraag

Bij de overheid werken …………. en politici.
Welk woord is weggelaten?
A
Winkeliers
B
Ambtenaren
C
Bedrijven

Slide 27 - Quizvraag

Wat zijn belangrijke taken van de politiek?
A
Keuzes maken en besluiten nemen.
B
Vergaderen en geld uitgeven.
C
Verslagen en rapporten schrijven.
D
Bekeuringen uitdelen

Slide 28 - Quizvraag

      Herhaling
Wat is politiek? 

Linkse partijen, rechtse partijen? 

timer
1:00

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Prinsjesdag
  • iedere 3e dinsdag van september
  • Troonrede - plannen voor het komende jaar bekendmaken
  • Miljoenennota - en rijksbegroting wordt overhandigd aan de Tweede Kamer. 
  • Dit zijn de verwachte inkomsten en uitgaven van het komende jaar 

Slide 31 - Tekstslide

Eerste en Tweede Kamer


In Nederland kiezen we zelf onze volksvertegenwoordigers

Volksvertegenwoordigers
Politici die namens de bevolking besluiten nemen.

Parlement
Eerste en Tweede Kamer

Wat is het verschil?

Slide 32 - Tekstslide

Eerste Kamer:
  • 75 Leden
  • Parttime baan
  • Laatste check
Tweede Kamer:
  • 150 Leden
  • Door de bevolking gekozen

Slide 33 - Tekstslide

Taken van het parlement

Over wetten stemmen:
  • Als de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft goedgekeurd gaat het naar de Eerste Kamer.
  • Het werk van de Eerste Kamer is een soort laatste check


Slide 34 - Tekstslide

Taken van het parlement

Over wetten stemmen:
  • Het parlement maakt wetten om problemen op te lossen.
  • Een wet is een uitgebreid plan hoe een probleem moet worden aangepakt.
  • Een wetsvoorstel wordt eerst behandeld door de Tweede Kamer.

Slide 35 - Tekstslide

Taken van het parlement

De regering controleren

  • De Regering voert de wetten uit.
  • De Tweede Kamer controleert of de regering dat goed doet.
  • Als de Tweede Kamer vindt dat een minister of de regering hun
werk niet goed doen, kunnen ze hen wegsturen.



Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Video

Slide 38 - Video

Wat is politiek? 

Linkse partijen, rechtse partijen? 

timer
1:00

Slide 39 - Tekstslide

Wat doet de politiek?
(4.1)
A
Voor de burgers opkomen
B
Belasting heffen en problemen maken
C
Keuzes maken en besluiten uitvoeren
D
Heel veel debatteren en ruzie maken

Slide 40 - Quizvraag

Waar bestaat de overheid uit?
(4.1)
A
Politici en ambtenaren
B
Ambtenaren
C
Ministers en staatssecretarissen
D
Burgemeester en wethouders

Slide 41 - Quizvraag

Wat betekend het algemeen belang?
(4.1)
A
Op komen voor de veiligheid
B
Voor veel dingen zorgen
C
Veel bedrijven profiteren ervan
D
Veel mensen hebben er voordeel bij

Slide 42 - Quizvraag

Benoem een onderdeel van rechtse politiek?
(4.2)
A
Iedereen betaalt evenveel belasting
B
Rijke mensen mogen hun geld houden
C
De overheid gaat uit van eigen verantwoordelijkheid
D
De overheid komt op voor de kwetsbare mensen

Slide 43 - Quizvraag

Benoem een onderdeel van de linkse politiek?
(4.2)
A
Alle bedrijven moeten meer belasting betalen
B
De overheid moet mensen helpen die kwetsbaar zijn
C
Minder belasting innen
D
Iedereen krijgt hetzelfde betaald

Slide 44 - Quizvraag

Waaruit bestaat het parlement?
(4.3)
A
Uit de Tweede Kamer
B
Uit de Eerste en Tweede Kamer
C
Uit de regering en het Kabinet
D
Uit de regering

Slide 45 - Quizvraag

Hoeveel volksvertegenwoordigers heeft de Tweede Kamer?
(4.3)
A
125
B
150
C
175
D
200

Slide 46 - Quizvraag

Welke taak heeft de Tweede Kamer?
(4.3)
A
Over wetten debatteren en stemmen
B
Het Kabinet controleren
C
De regering controleren
D
Over wetten stemmen en de regering controleren

Slide 47 - Quizvraag