Oplossingsgericht werken

Workshop: Oplossingsgericht werken



Berfin Önder & Amber Steinlechner 
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
MentorlesHBOStudiejaar 3

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Workshop: Oplossingsgericht werken



Berfin Önder & Amber Steinlechner 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Check-in: Hoe voel jij je vandaag?









Het weer: foto's en afbeeldingen | Shutterstock


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning van onze workshop:
  1. Mindmap 
  2. Theorie 
  3. 7 stappen dans 
  4. Casus
  5. feedback & vragen 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent volgens jou de term 'oplossingsgericht werken'?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Basisregels 
1. Als iets niet, niet langer of niet goed genoeg werkt, nadat je het een tijd geprobeerd hebt, stop daar dan mee, leer ervan en en probeer iets anders.
2. Als iets goed, zo goed mogelijk of beter werkt, ga er dan gewoon mee door en/of doe er meer van.
3. Als iets goed, zo goed mogelijk of beter werkt, leer het dan van een ander en/of bied het aan een ander aan.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het belang van oplossingsgericht werken
Positieve focus: Legt de nadruk op sterke punten en successen.

Efficiëntie: Leidt tot snellere resultaten door directe oplossingen te zoeken.
Empowerment: Mensen voelen zich betrokken en verantwoordelijk voor hun eigen oplossingen.
Breed toepassingsgebied: Kan worden toegepast in diverse contexten en situaties.
Versterking van eigen oplossend vermogen: Helpt mensen hun eigen problemen aan te pakken.



Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De taal  
Drie onderdelen
Onderdeel 1: Oplossingsgericht spreken
Onderdeel 2: Oplossingsgericht luisteren
Onderdeel 3: Oplossingsgericht vragen

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Oplossingsgericht spreken
Accent 1: Wat gaat er (nog) goed (genoeg)?
Accent 2: Hoe zou het probleem opgelost zijn, en wat doe je dan anders?
Accent 3: Wat wil je in de plaats van het probleem?

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Oplossingsgericht luisteren
Luister naar uitzonderingen, krachtbronnen en mogelijkheden.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Oplossingsgericht vragen
Stel vragen om er achter te komen of je het goed begrepen hebt. Stel vragen die antwoorden in de richting van oplossingen uitlokken. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7 stappen dans 
1. contact leggen
2. de context verkennen
3. Doelen stellen
4. Krachtbronnen ontdekken
5. Waarderen
6. Nuanceren
7. Oriënteren op de toekomst 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld casus 
Situatieschets:
Sarah, een leerling in klas 2, heeft last van faalangst. Ze maakt vaak huiswerk, maar durft het niet in te leveren uit angst voor kritiek. Dit heeft invloed op haar cijfers en haar motivatie.

Slide 13 - Tekstslide

Oplossingsgericht werken (mogelijke oplossingen voor het probleem):
De docent en Sarah richten zich op haar sterke punten en successen. Ze gaan samen op zoek naar oplossingen, bijvoorbeeld door Sarah stap voor stap te helpen met het leren inleveren van haar werk en het verkrijgen van positieve feedback. Het doel is om Sarah het vertrouwen terug te geven en haar motivatie te herstellen.

Handelingsgericht werken (oplossend vermogen):
De docent observeert het gedrag van Sarah en bespreekt samen met haar wat er in de klas gebeurt en hoe ze zich voelt tijdens toetsen. De docent bespreekt concrete acties die Sarah kan ondernemen, zoals het stellen van haalbare doelen en het leren van ontspanningstechnieken voor toetsen.


Ondersteunde literatuur (alleen verwijzingen naar literatuur bronnen)
Je moet er voor zorgen dat je leerlingen gemotiveerd blijven, dit kan je doen door complimenten te geven en de leerlingen waarderen. Ingaan op het geen wat leerlingen al goed, inplaats van letten op het geen dat de leerling nog niet zo goed afgaat (Van der Sanden & Hornman, 1996) en (Vermunt, 1992).

Casusopdracht 
Aan de slag:
Bespreek de casus met je groepje en kom tot een aanpak waarbij je oplossingsgericht werken gebruikt.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus 2: Leerling met gedragsproblemen
Situatieschets:
Joris, een leerling in klas 3, vertoont regelmatig storend gedrag in de klas, zoals praten tijdens de les en zich niet concentreren op opdrachten. Dit beïnvloedt niet alleen zijn eigen leerproces, maar ook dat van anderen.
Casus 3: Leerling met leerachterstand
Situatieschets:
Tim, een leerling in klas 1, heeft moeite met rekenen en heeft een duidelijke leerachterstand. Hij is vaak gefrustreerd omdat hij de stof niet goed begrijpt, wat zijn zelfvertrouwen verlaagt.
Casus 4: Leerling met motivatieproblemen
Situatieschets:
Lara, een leerling in klas 4, toont weinig motivatie voor schoolwerk en haalt lage cijfers. Ze voelt zich niet gemotiveerd om zich in te zetten voor haar toekomst, en haar prestaties blijven achter.
Casus 5: Leerling met communicatieproblemen
Situatieschets:
Maarten, een leerling in klas 1, heeft moeite met het communiceren van zijn ideeën en gedachten, zowel in schriftelijke als mondelinge vorm. Dit zorgt ervoor dat hij zich vaak terugtrekt tijdens groepswerk en moeilijk aansluiting vindt bij andere leerlingen.
Casus 6: Leerling met sociale aanpassingsproblemen
Situatieschets:
Daniël, een leerling in klas 2, heeft moeite om zich aan te passen aan het sociale klimaat in de klas. Hij voelt zich vaak buitengesloten en heeft moeite om vriendschappen te sluiten.

Casus 2: Leerling met gedragsproblemen
Joris, een leerling in klas 3, vertoont regelmatig storend gedrag in de klas, zoals praten tijdens de les en zich niet concentreren op opdrachten. Dit beïnvloedt niet alleen zijn eigen leerproces, maar ook dat van anderen.

Casus 3: Leerling met leerachterstand
Tim, een leerling in klas 1, heeft moeite met rekenen en heeft een duidelijke leerachterstand. Hij is vaak gefrustreerd omdat hij de stof niet goed begrijpt, wat zijn zelfvertrouwen verlaagt.

Casus 4: Leerling met motivatieproblemen
Lara, een leerling in klas 4, toont weinig motivatie voor schoolwerk en haalt lage cijfers. Ze voelt zich niet gemotiveerd om zich in te zetten voor haar toekomst, en haar prestaties blijven achter.

Casus 5: Leerling met communicatieproblemen
Maarten, een leerling in klas 1, heeft moeite met het communiceren van zijn ideeën en gedachten, zowel in schriftelijke als mondelinge vorm. Dit zorgt ervoor dat hij zich vaak terugtrekt tijdens groepswerk en moeilijk aansluiting vindt bij andere leerlingen.

Casus 6: Leerling met sociale aanpassingsproblemen
Daniël, een leerling in klas 2, heeft moeite om zich aan te passen aan het sociale klimaat in de klas. Hij voelt zich vaak buitengesloten en heeft moeite om vriendschappen te sluiten.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Feedback & vragen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies