Sondevoeding module 8

Sondevoeding 

1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Sondevoeding 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
De student :
  • kan indicaties benoemen voor het toedienen van sondevoeding
  • kan complicaties benoemen voor het toedienen van sondevoeding
  • kan benoemen welke soorten sondevoeding er zijn
  • kent de aandachtspunten bij het geven van sondevoeding
  • weet hoe het sondevoedingssysteem moet worden gevuld
  • weet hoe de pomp op de juiste voorgeschreven hoeveelheid wordt       ingesteld.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer krijgt iemand sondevoeding?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Indicaties sondevoeding

  • Verbeteren van de     voedingstoestand
  • Complicaties ondervoeding voorkomen
  • Voedingstoestand tijdens ziekteproces op peil houden



  • Chronische maag/darmaandoening: voeding niet goed verteerd of opgenomen
  • Slikproblemen/kauwproblemen: neurologische aandoening, bewusteloosheid
  • Slokdarmaandoening: te nauw/ontsteking
  • Zorgvrager die weigert te eten; anorexia
  • Verminderde eetlust: kanker, chemo
  • Slechte lichamelijke conditie:
     wonden, aansterken voor operatie

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke weg legt de neusmaagsonde
af in het lichaam?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Inbrengen sonde/sondevoeding

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke sondes ken je?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Sondes
  • Neus-maagsonde
  • PEG-sonde
  • PEG-J sonde 
  • Mic-key button

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten voedingssondes

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Materialen voedingssondes
  • PVC(polyvinylchloride) voedingssonde: voor kortdurend gebruik, na maximaal tien dagen verwijderen omdat de tip hard wordt door inwerking van maagzuur (een harde tip kan de maagwand beschadigen of zelfs doorboren);
  • PUR (polyurethaan) voedingssonde: soepel en glad door de dunne wand, heeft een voerdraad om het inbrengen te vergemakkelijken, mag meestal maximaal vier tot acht weken blijven zitten (je leest dat in de richtlijn van de fabrikant);
  • silicone voedingssonde: erg soepel, iets dikkere wand dan de PUR-sonde, heeft een voerdraad, mag meestal maximaal een aantal maanden blijven zitten (je leest dat in de richtlijn van de fabrikant). De wand van deze sonde is minder kwetsbaar; zo is er bijvoorbeeld minder interactie van het materiaal met medicatie.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Duodenum

  • Twaalfvingerige darm.

  • Het eerste deel van de dunne darm, waar de vertering van je eten begint. De twaalfvingerige darm zit vol met verteringssappen. 
Jejunum

  • Nuchtere darm.

  • Het tweede deel van de dunne darm.
    De nuchtere darm haalt de voedingsstoffen uit je eten. Deze komen via het slijmvlies in je bloed. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PEG Sonde
Percutaan= door de huid

Endoscopische= via een endoscoop
Gastrostomie= via een snede in de maagwand

PEG-J: in het jejunum

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Indicatie Button
  • Onopvallende sonde en daardoor meer bewegingsvrijheid
  • Wanneer de sonde niet continu wordt gebruikt
  • Voor mensen die op de buik slapen geeft de button minder druk

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Sondevoeding is ......
A
vervangende vaste voeding die via een slangetje in de maag of buik komt.
B
volledig vloeibare voeding die via de buikwand wordt opgenomen.
C
volwaardige vloeibare voeding die via een sonde in de maag of dunne darm komt.
D
bijna volwaardige voeding die in de maag of dunne darm komt via een sonde.

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen aandachtspunt bij het geven van sondevoeding?
A
Het bijhouden van een vochtbalans
B
Mondverzorging
C
Het inschakelen van een diëtist
D
Het afstemmen van de smaak van de voeding

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke controles bij de patiënt voer je uit voordat je SV toedient via de NMS?
A
Visuele controle
B
Standaard controle met de PH indicator

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Met hoeveel ml water spuit je het sondesysteem door?
A
5 ml
B
10 ml
C
20 ml
D
40 ml

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Indicaties andere voedingssondes?
A
Slikstoornissen
B
Aandoeningen aan de slokdarm en/of maag
C
Indien langer dan 4 weken sondevoeding wordt toegediend
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zit er in sondevoeding?

  • In sondevoeding zit vocht, energie en alle voedingsstoffen die je dagelijks nodig hebt, zoals eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en mineralen.
  • Sondevoeding kan het gewone eten voor een deel of helemaal vervangen.


Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sondevoeding is parenterale voeding...
A
waar
B
niet waar

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mogelijke complicatie bij sondevoeding?
A
Stomatitis
B
Aspiratie pneumonie
C
Misselijkheid
D
Alle antwoorden zijn juist

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke soorten sondevoeding zijn er?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Soorten sondevoeding
  • standaard sondevoeding
  • energieverrijkte sondevoeding
  • vezelverrijkte sondevoeding
  • eiwitverrijkte sondevoeding
  • soja sondevoeding

Slide 27 - Tekstslide

Polymere voeding:
bevat stoffen die in het spijsverteringskanaal
afgebroken moeten worden (eiwit,
    vet,  koolhydraten)

monomere voeding = astronautenvoeding
bevat stoffen die deels al verteerd zijn
 (bij malabsorptieklachten)

kant-en-klare sondevoeding
sondevoeding in poedervorm

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe bewaar je ongeopende sondevoeding ?
A
In de koelkast
B
Op kamertemperatuur

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar let je op voor
je de SV toedient?

Slide 30 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Aandachtspunten
  • Juiste patiënt
  • Juiste sondevoeding
  • Juiste dosering
  • Juiste tijd
  • Controleer de houdbaarheidsdatum
  • Na openen datum/tijd noteren
  • Let op : zakken 24 uur houdbaar
  • Let op : glazen flessen max. 8 uur

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillende opties voor toedienen SV
Intermitterend: bepaalde periode
Continu: via pomp doorlopend
Per portie/bolus: via spuit/trechter meerdere malen per dag

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillende merken pompen

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Problemen en complicaties tijdens toedienen van sondevoeding
  • niet doorlopen van de sondevoeding;
  • misselijkheid en braken;
  • aspiratie;
  • gestoord ontlastingspatroon;
  • ontstekingen in de mond.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Medicatie via de sonde
Waar let je op?
  • Op het recept aan geven dat het medicatie via sonde betreft, apotheek zorgt voor juiste toedieningsvorm.
  • Geen gecoate medicijnen fijnmalen tenzij apotheek aangeeft dat dit kan.
  • Sonde altijd naspoelen met lauw water ivm verstoppen
  • Zo min mogelijk medicatie door de sonde

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Berekenen van pompstand
Voorbeeld:
Mevrouw van Dijk krijgt 1500 ml sondevoeding per 24 uur. Op welke stand zet je de pomp?

Formule
Aantal ml : aantal uren = pompstand ml per uur


Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meneer Witteman krijgt gedurende
8 uur 500ml sondevoeding toegediend

Hoe moet de pomp worden ingesteld?

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Saskia krijgt 4 keer per dag 40 ml sondevoeding. De voeding moet per keer in 30 minuten doorlopen. Op welke snelheid staat de pomp?

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Myrthe Valk is een client in de gehandicaptenzorg. Zij krijgt 1000 ml sondevoeding van 08:00 tot 12:00.

Op hoeveel ml. per uur stel je de pomp in?

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vragen?
Feedback?

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies