H14 4T Werktuigen

H14 werktuigen
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 45 slides, met tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

H14 werktuigen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
14.1.1 Je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met het moment van een kracht.
14.1.2 Je kunt berekeningen uitvoeren met het moment, de kracht en de arm.
14.1.3 Je kunt uitleggen waar het van afhangt of een hefboom in evenwicht is.
14.1.4 Je kunt krachten en armen berekenen met behulp van de momentenwet.
14.1.5 Je kunt herkennen of een werktuig een enkele of een dubbele hefboom is.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom hefbomen
  • kracht vergroten
  • korte arm en lange arm
  • draaipunt

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hefboom in drie situaties

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt een hefboom
Hefboomregel:

F = kracht in Newton (N)
l = lengte in meter (m)

F1l1=F2l2

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefensom

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hefbomen in werktuigen
Werkkracht
Last

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

hst 14.2 "hefbomen en zwaartekracht"

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
14.2.1 Je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met het zwaartepunt van een voorwerp.
14.2.2 Je kunt het zwaartepunt aangeven van een homogene balk.
14.2.3 Je kunt beredeneren of je de zwaartekracht op een hefboom wel of niet moet meerekenen, als je de momentenwet gebruikt.
14.2.4 Je kunt berekeningen uitvoeren met de momentenwet en daarbij ook de zwaartekracht op de hefboom meerekenen.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

massamiddelpunt
Het aangrijpingspunt van de 
zwaartekracht (Fz) ligt midden in 
het voorwerp. 
Dit noem je het massamiddelpunt


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Massamiddelpunt
De massa van een voorwerp wordt ingebeeld in 1 punt:
het massamiddelpunt
De zwaartekrachtpijl grijpt in het massamiddelpunt aan

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

paragraaf 1 soorten kracht

De zwaartekracht grijpt altijd aan in het massamiddelpunt van een voorwerp, persoon of dier.

het massamiddelpunt bevindt zich (zoals het woord al doet vermoeden) in het midden van alle massa van een voorwerp. Bij wiskundige figuren is dit middelpunt heel precies te vinden/aan te geven d.m.v. het aanbrengen van symmetrielijnen (zie afbeelding hieronder waar alle lijnen kruisen, dat is het massamiddelpunt). bij sterk onregelmatige figuren dien je dit zo nauwkeurig mogelijk te schatten. Het massamiddelpunt kan ook buiten een object liggen. (zie massamiddelpunt van de voor over gebogen mens en de letter O)



De zwaartekracht grijpt altijd aan in het massamiddelpunt (zwaartepunt) van een voorwerp, persoon of dier en werkt loodrecht naar beneden! het massamiddelpunt bevindt zich (zoals het woord al doet vermoeden) in het midden van alle massa van een voorwerp. Bij wiskundige figuren is dit middelpunt heel precies te vinden/aan te geven d.m.v. het aanbrengen van symmetrielijnen (zie afbeelding hieronder waar alle lijnen kruisen, dat is het massamiddelpunt). bij sterk onregelmatige figuren dien je dit zo nauwkeurig mogelijk te schatten. Het massamiddelpunt kan ook buiten een object liggen. (zie massamiddelpunt van de voor over gebogen mens en de letter O)

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het zwaartepunt
Ook wel het Massamiddelpunt

Slide 17 - Tekstslide

Demo bezem
0

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Stappenplan hefboomregel en zwaartekracht

  • Zoek het draaipunt en noteer een stip.
  • Zoek beide krachten. Een kracht is de zwaartekracht.
  • Zoek beide armen. (afstanden tot het draaipunt) 
  • Pas de momentenwet toe.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In afbeelding 2 is de situatie schematisch getekend. De massa van de man is 70 kg. De afstand AP is 1,4 m. De afstand ZP is 0,75 m.
Bereken de massa van de balk.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1) m1 = 70 x 10 = 700 N l1=1,4 m l2= 0,75 m
2) m2 = ? kg
3)

4)



5) m2 = 131 kg

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In veel situaties ligt het zwaartepunt van een hefboom recht onder of recht boven het draaipunt (afbeelding). In dat geval hoef je geen rekening te houden met het moment van de zwaartekracht. Dat komt doordat l (de afstand tussen de werklijn en het draaipunt) dan 0 m is. Daardoor is het moment Fz ∙  l gelijk aan 0 Nm.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Er zijn ook situaties waarin het zwaartepunt rechts of links van het draaipunt ligt (afbeelding). In dat geval is het moment van de zwaartekracht groter dan 0 Nm. Je moet dit moment ook meerekenen als je de momentenwet gebruikt.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De kabel oefent een spankracht uit op de auto.
Bereken de grootte van die spankracht.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

14.3 Katrollen en takels

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
14.3.1 Je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met een vaste katrol en met een losse katrol.
14.3.2 Je kunt met een tekening uitleggen hoe een takel in elkaar zit.
14.3.3 Je kunt uit het aantal katrollen van een takel afleiden hoeveel keer de hijskracht wordt vergroot en hoeveel keer de hijsafstand wordt verkleind.
14.3.4 Je kunt berekeningen uitvoeren met de rekenregel voor takels.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vaste katrol

Een vaste katrol draait de richting van de kracht om. Je herkent een vaste katrol aan het feit dat hij VAST zit.


Kracht en lengte touw blijven gelijk


Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Losse katrol
  • Een losse katrol maakt ons sterker. Halveert de kracht
  • De last wordt verdeeld over het aantal touwen waaraan de katrol hangt.
  • Kijk goed naar de last van 600 N. Hoeveel touwen hangt de last?

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Katrollen en Takels

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Katrollen en Takels
De massa van de last 
is 120 kg.
De lastkracht is 1200 N.
De werkkracht = lastkracht : N

N= aantal katrollen of het aantal touwen. 

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Katrollen en Takels
Winst en verlies
De werkkracht neemt af met het aantal katrollen/touwen.

De hijslengte van het touw neemt juist toe.
Hijslengte = optilhoogte last x N (aantal katrollen/touwen) 

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H14.4 Druk

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
14.4.1 Je kunt uitleggen welke twee dingen het vervormend effect van een kracht bepalen.
14.4.2 Je kunt benoemen wat druk is en in welke eenheden deze grootheid wordt gemeten.
14.4.3 Je kunt berekeningen uitvoeren met de druk, de kracht en de oppervlakte.
14.4.4 Je kunt een gegeven druk omrekenen van N/cm2 naar Pa en omgekeerd.
14.4.5 Je kunt voorbeelden geven van situaties waarin je de druk bewust klein houdt of vergroot.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vervorming hangt van 2 dingen af:
- hoe groot de kracht is die ergens op werkt
- hoe groot het oppervlak is 
waar de kracht op werkt. 

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Druk berekenen

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De invloed van de kracht en de oppervlakte op de druk van een voorwerp op de ondergrond uitleggen, ten minste:
- veiligheidsgordel
- veiligheidshelm
- rijplaten
- rupsband
- tractorbanden
- mes
- punaise

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Druk berekenen
1 Pa = 1 N/m2
 
Hoe reken hier nu mee?

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefensom

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefensom

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies