3V - les 3 - H1.2 Elektrische energie vervoeren (KLAAR)

1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Startklaar
- Telefoon weg
- Jas uit
- Laptop ingelogd op Lessonup

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat neem je mee?
- Boek
- Laptop
- Geo
- Rekenmachine
- Pen + potlood + gum
- (Ruitjesschrift of ruitjespapier in de multomap)
- Routekaart

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep naar de juiste plaats:
transformator
turbine
brander
generator

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bereken de energie als een kachel 20 minuten brandt. De kachel heeft een vermogen van 2 kW
A
2 400 000 J
B
2 400 J
C
0,66 J
D
4000 J

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen waarom in het elektriciteitsnet
    verschillende spanningen worden gebruikt.
  • Je kunt de werking van een transformator uitleggen.

  • Je kunt de primaire en secundaire spanning van 
    een transformator uitrekenen met behulp van
    het aantal windingen.

  • Je kunt de primaire en secundaire stroomsterkten
    en spanningen berekenen bij een ideale transformator.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De elektriciteitscentrale
Branders: verbrandt de brandstof om water te verhitten waardoor er stoom met hoge druk ontstaat.
Turbine: De stoom spuit tegen de schoepen van de turbine zodat deze om zijn as gaat draaien.
Condensor: De afgewerkte stoom wordt afgekoeld met koelwater zodat dit condenseerd en opnieuw verhit kan worden in de brander.
Generator: Dit is een dynamo die de draaiing van de turbine omzet in elektrische energie.
Transformator: Deze verhoogt de spanning om gebruikt te worden op het elektriciteitsnet.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stroom door een draad
Als er een stroom door een draad loopt, ontstaat er altijd
 (een beetje) warmte. Elektrische energie wordt omgezet in warmte. Dit is energieverlies.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Elektriciteitsnet
Een hogere spanning is
minder energieverlies

Daarom wordt elektriciteit
over grote afstanden met 
een hoge spanning 
vervoert.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er als er een stroom door een draad loopt?
A
Er ontstaat warmte
B
Er ontstaat licht
C
De draad wordt sterker

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet op aflopende spanning

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom wordt elektriciteit over grote afstanden met een hoge spanning vervoerd?
A
Minder energieverlies
B
Meer energieverlies
C
Sneller transport

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gelijkspanning en wisselspanning
Gelijkspanning                                          Wisselspanning
- Stroom loopt                                           - Stroom loopt telkens in 
altijd in dezelfde richting                        andere richting
- Vaste + en -                                              - Geen vaste + en -
- Bijv. batterij / accu                                - Bijv. dynamo / netspanning

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lichtnet
  • De spanning op het stopcontact (lichtnet) gaat 50 keer per seconde (50 Hz) tussen 325 V en -325 V op en neer.
  • Negatief -> Polariteit omgedraaid (+ en - gewisseld)
  • De effectieve spanning is 230 V.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werking van een transformator
Door de primaire spoel loopt een wisselstroom. Daardoor ontstaat er een magnetisch veld dat telkens van richting en grootte verandert. Het werkt als een elektromagneet.
De weekijzeren kern wordt door de primaire spoel gemagnetiseerd. En verandert dus ook 100 keer per seconde van richting.
Het magneetveld in de secundaire spoel verandert door de gemagnetiseerde weekijzeren kern. Hierdoor ontstaat er een wisselspanning op de uiteinden van de secundaire spoel. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werking van een transformator
  • Werkt alleen op wisselspanning.
  • Het magneetveld geeft de elektrische
    energie door tussen de primaire en
    secundaire spoel.
  • Er is dus geen elektrische stroom
    tussen de spoelen.
  • De verhouding tussen Up en Us is afhankelijk van het aantal windingen.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lage spanning
Weinig pakketjes per truck

Hoge stroomsterkte
Veel truck per dag


Hoge spanning
Veel pakketjes per boot

Lage stroomsterkte
Weinig boten per dag


Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar vind je dit principe?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de werking van een transformator?
A
Magneetveld geeft elektrische energie door
B
Magneetveld genereert elektriciteit
C
Er is elektrische stroom tussen de spoelen

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen gelijkspanning en wisselspanning?
A
Wisselspanning heeft vaste + en -
B
Gelijkspanning heeft vaste + en -
C
Wisselspanning loopt altijd in dezelfde richting

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Werking van een transformator
Door de primaire spoel loopt een wisselstroom. Daardoor ontstaat er een magnetisch veld dat telkens van richting en grootte verandert. Het werkt als een elektromagneet.
De weekijzeren kern wordt door de primaire spoel gemagnetiseerd. En verandert dus ook 100 keer per seconde van richting.
Het magneetveld in de secundaire spoel verandert door de gemagnetiseerde weekijzeren kern. Hierdoor ontstaat er een wisselspanning op de uiteinden van de secundaire spoel. 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Omhoog en omlaag transformeren
Up = Spanning over de primaire spoel (in V)
Us = Spanning over de secundaire spoel (in V)
Np = Aantal windingen van de primaire spoel
Ns = Aantal windingen van de secundaire spoel

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stap voor stap oplossen
Stap 1: Lees de opdracht
Stap 2: Noteer gegevens (en gevraagd)
Stap 3: Noteer de formules
Stap 4: Vul de gegevens in
Stap 5: Werk de berekening uit
Stap 6: Noteer de uitkomst
Stap 7: Controleer de uitkomst                                        blz 179 en 180

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een ideale transformator heeft een primaire spoel met 400 windingen en een secundaire spoel met 10 windingen. De primaire spanning is 230 V. Bereken de secundaire spanning.

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De ideale transformator
Een transformator zet elektrische energie met een hoge spanning om in elektrische energie met een lage spanning (of andersom).

Daarbij ontstaat een kleine hoeveelheid warmte: energieverlies.

Bij een ideale transformator zeggen we dat er geen energieverlies is.

Dus het vermogen van de primaire en secundaire spoel zijn gelijk. 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De ideale transformator
Dus het vermogen van de primaire en secundaire spoel zijn gelijk. 

Oftwel:     Pp = Ps

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op de transformator uit de vorige vraag (Up=230V; Us=5,75V) is een gloeilampje aangesloten waardoor er een stroom van 0,50 A door de secundaire spoel loopt.
Bereken de stroomsterkte door de primaire spoel.

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen uit deze les
Elektromagneet
Effectieve spanning
Frequentie
Polariteit
Energieverlies
(Ideale) transformator
Primaire / secundaire spoel
Primaire / secundaire spanning

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen uit deze les

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les:
Practicum

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen

Slide 38 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
           Aan de slag

Slide 39 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Afsluiting

Slide 40 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

           Begrippen
           uit deze les

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Titel kan hier geplaatst worden.

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies