Opdracht 10
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
– Het gebruik van fossiele brandstof zorgt voor een toename van CO2 in de atmosfeer en levert dus een bijdrage aan het versterkte broeikaseffect; het gebruik van bio-ethanol niet.
– Het CO2 dat bij het gebruik van bio-ethanol vrijkomt, is kort daarvoor door de kerstbomen uit de atmosfeer gehaald, waardoor het CO2-gehalte van de atmosfeer niet zal stijgen en er dus geen versterkt broeikaseffect is, terwijl dat bij het gebruik van fossiele brandstof wel zo is.
– Kerstbomen zouden anders door verbranding of afbraak door micro-organismen ook worden omgezet in koolstofdioxide. Er ontstaat door verbranding van bio-ethanol dus niet meer koolstofdioxide dan als de kerstbomen niet zouden worden gebruikt. Zo is er dus geen bijdrage aan het versterkte broeikaseffect en bij gebruik van fossiele brandstof wel.
Het antwoord bevat de volgende elementen:
• er wordt duidelijk aangegeven dat er bij fossiele brandstof koolstof aan de C-kringloop wordt toegevoegd en bij kerstbomen niet
• toename van het CO2-gehalte leidt tot versterking van het broeikaseffect