In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Spelling paragraaf 2
Slide 1 - Tekstslide
Spelling paragraaf 2, blz. 246
Trema, apostrof, accenttekens en cedille
Om uitspraakproblemen binnen een woord te voorkomen gebruiken we in het Nederlands bovenstaande tekens.
Trema, accenttekens en cedille komen ook vaak voor bij leenwoorden.
Slide 2 - Tekstslide
Trema
Dit gebruik je:
te voorkomen dat twee klinkers binnen een woord (dus ook bij vervoegingen en afleidingen) verkeerd worden uitgesproken. Reeën, kopiëren, geïnformeerd. Bij woorden die eindigen op -ie bepaalt de klemtoon of het meervoud -iën of - ieën wordt. POrie> poriën, caloRIE > calorieën
in leenwoorden: fröbelen
Let op: bij samenstellingen gebruik je een koppelteken, geen trema
Slide 3 - Tekstslide
Welk woord is correct gespeld?
A
parodieën
B
parodiën
C
parodieen
D
parodien
Slide 4 - Quizvraag
Welk woord is correct gespeld?
A
bacterieën
B
bacteriën
C
bacterieen
D
bacterien
Slide 5 - Quizvraag
Welk woord is correct gespeld?
A
geupload
B
geüpload
C
ge'upload
Slide 6 - Quizvraag
Welk woord is correct gespeld?
A
überhaupt
B
uberhaupt
Slide 7 - Quizvraag
Apostrof
Dit gebruik je:
om uitspraakproblemen te voorkomen als je een 's schrijft achter woorden die eindigen op Ik hOU vAn Ys. (baby's, auto's, Anna's jurk). Als er geen uitspraakprobleem is dan schrijf je de 's vast aan het woord: cadeaus, jockeys.
als weglatingsteken: 's avonds (des avonds), Lex' hoed
in meervouden en afleidingen van afkortingen: wc's, dvd'tje
in verkleinwoorden op y: baby'tje (maar wel jockeytje)
Slide 8 - Tekstslide
Welk woord is correct gespeld?
A
Evas tas
B
Eva's tas
Slide 9 - Quizvraag
Welk woord is correct gespeld?
A
Loes' tas
B
Loes's tas
Slide 10 - Quizvraag
Welk woord is correct gespeld?
A
Jan's tas
B
Jans tas
Slide 11 - Quizvraag
Welk woord is correct gespeld?
A
bureau's
B
bureaus
Slide 12 - Quizvraag
Welk woord is correct gespeld?
A
paraplus
B
paraplu's
Slide 13 - Quizvraag
Welk woord is correct gespeld?
A
cd-tje
B
cdtje
C
cd'tje
Slide 14 - Quizvraag
Accentteken
Er zijn 3 accenten: accent aigu (café), accent grave (carrière) en accent circonflexe (crêpe). Ze komen vooral voor op de letter e.
De accent aigu gebruik je verder om:
de lettergreep te beklemtonen. Het staat dan op alle klinkers van de beklemtoonde lettergreep: Ze heeft niet twéé kinderen, maar drie.
Let op: bij een opeenvolging van drie beklemtoonde letters in dezelfde lettergreep krijgen alleen de eerste twee letters een klemtoonteken (móói, frááie)
Slide 15 - Tekstslide
Wanneer klinkt de 'c' als een S en wanneer als een K?
Slide 16 - Open vraag
Cedille
De cedille (het 'wormpje' onderaan de ç) zorgt ervoor dat de 'c' als een 's' klinkt voor de o, a of u. Normaal klinkt hij daar als de letter k.