VWO 1 h.9.2 spelling

H. 9.2

Taalverzorging
Spelling
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

H. 9.2

Taalverzorging
Spelling

Slide 1 - Tekstslide

leerdoelen

  • je kunt de de persoonsvorm tegenwoordige tijd, verleden tijd en het voltooid deelwoord  goed spellen;

  • je kunt samenstellingen goed spellen;

  • je kunt de bezitsvorm juist spellen.


Slide 2 - Tekstslide

Wat doen we deze les?


  • We herhalen kort de stof van 7.1;
  • We bekijken de theorie hoe de persoonsvorm van het voltooid deelwoord wordt gespeld;
  • We bekijken de theorie van de samenstellingen;
  • Jullie oefenen met de theorie;
  • Jullie gaan aan de slag met de opdrachten van deze paragraaf.

Slide 3 - Tekstslide


Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd.
Gisteren (schrobben)....hij de vieze vloer met een borstel.

Slide 4 - Open vraag


Noteer het voltooid deelwoord.

Wanneer heb jij hem dat (vertellen)......?

Slide 5 - Open vraag


Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd.

Jarenlang (werken)....zijn ouders bij de gemeente Eindhoven.

Slide 6 - Open vraag


Welke vorm van de persoonsvorm verleden tijd klopt in de zin?


De vrienden (wachten).....uren op de bus, die maar niet kwam.
A
wachte
B
wachten
C
wachtte
D
wachtten

Slide 7 - Quizvraag


Welke vorm van de persoonsvorm verleden tijd klopt in de zin?


Onze buren (erven)... een grote som geld.
A
erfte
B
erfde
C
erften
D
erfden

Slide 8 - Quizvraag


Welke vorm van het werkwoord is juist?

'Het (gebeuren)....niet', riep haar moeder naar haar verwende dochter.
A
gebeurt
B
gebeurdt
C
gebeurd

Slide 9 - Quizvraag

Voltooid deelwoord

Bij klankveranderende werkwoorden kun je meestal horen hoe je het voltooid deelwoord spelt:

Voorbeeld

eten → Ik heb een appel gegeten.
brengen → Hij heeft een boek gebracht. 

Slide 10 - Tekstslide


Klankvaste werkwoorden hebben een voltooid deelwoord dat eindigt 
op -t of -d. 

Soms kun je horen welke eindletter je moet schrijven in de verleden tijd. In het voltooid deelwoord schrijf je dezelfde letter die je hoort in de verleden tijd:

Voorbeeld
ik werkte → ik heb gewerkt
ik baalde → ik heb gebaald

Slide 11 - Tekstslide

  • Kun je niet horen of je -t of -d moet schrijven? Gebruik dan een van deze manieren.

1 Maak het voltooid deelwoord langer. 
   Hoor je aan het eind een d of een t?

 Voorbeeld



infinitief
langer maken
voltooid deelwoord
rijpen
het gerijpte fruit
hij is gerijpt
rimpelen
de gerimpelde huid
hij is gerimpeld

Slide 12 - Tekstslide

2 Gebruik de regel van 't kofschip:


1. Neem de stam van het werkwoord.

2. Kijk naar de laatste letter van de stam.

3. Is dat een medeklinker uit 't kofschip of is het een x?
     - Ja? Schrijf dan -t.
     - Nee? Schrijf dan -d.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Bezitsvorm
In plaats van de boormachine van mijn oom kun je ook zeggen 
mijn ooms boormachine
De bezitsvorm van een zelfstandig naamwoord maak je meestal door er een -s achter te zetten.

Voorbeeld

de mountainbike van mijn broer →  mijn broers mountainbike
de passer van Farah                  →  Farahs passer
het broodje van Corné               →   Cornés broodje


Slide 16 - Tekstslide


  • Eindigt het zelfstandig naamwoord op een a, i, o, u of y die lang klinkt?

  • Schrijf dan een apostrof voor de s: Mila's regels, Amy's roddels.

  • Eindigt het zelfstandig naamwoord op een sisklank? Schrijf dan alleen een apostrof: Morris' kaartspel, Patrice' gereedschap.

Slide 17 - Tekstslide

Maak daarna 9.2 Spelling

online of boek B (blz. 87 t/m 91)

leren de theorie


Slide 18 - Tekstslide