T4B1

Thema 4 Voortplanting
B1 - Geslachtsorganen
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema 4 Voortplanting
B1 - Geslachtsorganen

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Voortplantingsstelsel van de vrouw. De meeste voortplantingsorganen liggen in de onderbuik
Voortplantingsstelsel van de vrouw.
De meeste voortplantingsorganen liggen in de onderbuik. 

Slide 3 - Tekstslide

Clitoris:
gevoelig voor seksuele prikkels

Urinebuis: 
hierdoor wordt urine afgevoerd naar buiten

Vagina:
hier kan de penis naar binnen. 

kleine schaamlippen: maken slijm aan bij seksuele opwinding. 

maagdenvlies:
randje slijmvlies aan begin van vagina. 

Slide 4 - Tekstslide

Baarmoeder en eierstokken
Een vrouw heeft een baarmoeder en eierstokken.
  • In de eierstokken worden eicellen gemaakt.
  • eileiders vervoeren de eicel naar de baarmoeder. 

Slide 5 - Tekstslide

Clitoris en schaamlippen
Clitorisbestaat uit zwellichamen en is gevoelig voor prikkels
alleen de clitoriseikel is zichtbaar en wordt bedekt door de clitorishoed.

Je hebt binnenste- en buitenste schaamlippen
De wand van de binnenste schaamlippen bevatten slijmklieren.
Maagdenvlies
-Randje weefsel aan het begin van de vagina
-Het is GEEN dicht vlies, dat door geprikt kan worden (met een tampon of tijdens penetratie)
-Sommige meisjes hebben geen maagdenvlies

Slide 6 - Tekstslide

Het maagdenvlies

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Het voortplantingsstelsel van de man

Slide 9 - Tekstslide

Teelballen en balzak
Productie zaadcellen in de balzak, opslag in de bijballen
Prostaat en zaadblaasjes zorgen voor vocht
Zwellichamen zorgen dat de
penis stijf wordt.

Slide 10 - Tekstslide

Voorplantingsstelsel van de man
Teelballen: Orgaan dat de zaadcellen maakt.
Balzak: Huidplooi waar de teelballen in liggen.
Bijballen: Hier worden de zaadcellen opgeslagen.
Zaadleiders: Vervoeren de zaadcellen.
Zaadblaasjes: Voegt vocht en voedingstoffen toe aan de zaadcellen.
Prostaat: Voegt vocht toe aan de zaadcellen.
Urinebuis: Vervoert Urine uit de blaas naar buiten
Sperma: Zaadcellen + toegevoegd vocht.

Slide 11 - Tekstslide

Zaadcel of Spermacel
Een spermacel heeft een kop en een zweepstaart.
Met de zweepstaart kan hij zich voortbewegen. 
Mannen kunnen tot op hoge leeftijd sperma produceren. 
Zaadleiders vervoeren de zaadcellen. 

Slide 12 - Tekstslide

Sperma
Sperma bestaat uit vocht met zaadcellen. 

Het vocht komt uit de zaadblaasjes en de prostaat. 
die liggen in de onderbuik. 
 

Slide 13 - Tekstslide

Zwellichamen
Erectie = een stijve, de zwellichamen vullen zich met bloed. 

Slide 14 - Tekstslide

Zaadcellen en eicellen

Slide 15 - Tekstslide

Opdrachten
Maken 4.1 opdracht 1 t/m 7 (blz. 9)

Slide 16 - Tekstslide

Leerdoelen
5 Je kunt de delen van het voortplantingsstelsel van een man benoemen met hun functies en kenmerken

6 Je kunt de kenmerken van de zaadcellen en eicellen noemen

Slide 17 - Tekstslide