Mock test unit 3

Mock test unit 3
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Mock test unit 3

Slide 1 - Tekstslide

Table of content:
- Words of unit 3
- Aanwijzende voornaamwoorden
- Present simple

Slide 2 - Tekstslide

Translate these words:
1. Ferry 4. Tired
2. Tracks 5. Leopard
3. Mean 6. Midnight

Slide 3 - Open vraag

Translate these words:
1. wensen 4. zorgen voor
2. geweldig 5. kooi
3. eend 6. lijken

Slide 4 - Open vraag

Fill in the gap:
nervous
2. Rhoan is a New York ___________. He knows the city.
3. Daan goes to school by ___________. 
4. Nynke needs to wear her ___________ to see better. 
5. You won't find any pets in the ___________. 
1. I am really ___________ before a test!
local
bike
glasses
zoo

Slide 5 - Sleepvraag

Fill in the gap:
especially
2. We always ________ Christmas together.
3. My mum and I baked a birthday ___________. 
4. A ___________ eats grass and carrots.
5. we're going to watch the ___________ tonight. 
1. I love New York food, ___________ the bagels.
celebrate
cake
rabbit
fireworks

Slide 6 - Sleepvraag

Aanwijzende voornaamwoorden

Those gebruik je wanneer
A
je praat over enkelvoud en dichtbij
B
je praat over enkelvoud en ver weg
C
je praat over meervoud en dichtbij
D
je praat over meervoud en ver weg

Slide 7 - Quizvraag

Aanwijzende voornaamwoorden

This gebruik je wanneer
A
je praat over enkelvoud en dichtbij
B
je praat over enkelvoud en ver weg
C
je praat over meervoud en dichtbij
D
je praat over meervoud en ver weg

Slide 8 - Quizvraag

Aanwijzende voornaamwoorden

These gebruik je wanneer
A
je praat over enkelvoud en dichtbij
B
je praat over enkelvoud en ver weg
C
je praat over meervoud en dichtbij
D
je praat over meervoud en ver weg

Slide 9 - Quizvraag

Aanwijzende voornaamwoorden

That gebruik je wanneer
A
je praat over enkelvoud en dichtbij
B
je praat over enkelvoud en ver weg
C
je praat over meervoud en dichtbij
D
je praat over meervoud en ver weg

Slide 10 - Quizvraag

Fill in the gap:

________ bag over there is cheapter
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 11 - Quizvraag

Fill in the gap:

________ pens are super colourful.
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 12 - Quizvraag

Fill in the gap:

I love ________ bag so much, it's my favourite!
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 13 - Quizvraag

Fill in the gap:

Let's go to ________ shops over there!
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 14 - Quizvraag

When do you use the present simple?
A
When you talk about a fact
B
When you talk about a habbit
C
When you talk about something that happened in the past
D
When you talk about something that in the present.

Slide 15 - Quizvraag

Wat is een vragende zin in de present simple?
A
I like pizza.
B
I don't like pizza.
C
Do I like pizza?
D
I liked pizza when I was younger.

Slide 16 - Quizvraag

Wat is een ontkennede zin in de present simple?
A
I like pizza.
B
I don't like pizza.
C
Do I like pizza?
D
I liked pizza when I was younger.

Slide 17 - Quizvraag

Wat is een bevestigende zin in de present simple?
A
I like pizza.
B
I don't like pizza.
C
Do I like pizza?
D
I liked pizza when I was younger.

Slide 18 - Quizvraag

Maak een bevestigende zin (gebruik de present simple)

Slide 19 - Open vraag

Maak een vragende zin (gebruik de present simple)

Slide 20 - Open vraag

Maak een ontkennende zin (gebruik de present simple)

Slide 21 - Open vraag