Moleculaire stoffen

Moleculaire stoffen
Startopdracht; herh. vragen via LessonUp
Theorie (groep A volgt deze, groep B mag kiezen)
  •  Atoombinding en covalentie
  • Structuurformule
  • Naamgeving van moleculaire stoffen
Opdrachten uit het boek maken
Check leerdoelen a.d.h.v. drillsteroefeningen
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Moleculaire stoffen
Startopdracht; herh. vragen via LessonUp
Theorie (groep A volgt deze, groep B mag kiezen)
  •  Atoombinding en covalentie
  • Structuurformule
  • Naamgeving van moleculaire stoffen
Opdrachten uit het boek maken
Check leerdoelen a.d.h.v. drillsteroefeningen

Slide 1 - Tekstslide

Een molecuul...
A
... is de bouwsteen van atomen.
B
... is opgebouwd uit atomen.
C
... is een mengsel
D
...is het kleinste deeltje van een stof met bijbehorende stofeigenschappen.

Slide 2 - Quizvraag


Wat voor soort binding zit er in de moleculen van een moleculaire stof?
A
atoombinding
B
ionbinding
C
metaalbinding
D
vanderwaalsbiding

Slide 3 - Quizvraag

De binding tussen moleculen die moleculen bij elkaar houden heten:
A
atoombindingen
B
covalentebindingen
C
vanderwaalsbinding

Slide 4 - Quizvraag

De aantrekkingskracht tussen atomen in een molecuul wordt vaak weergegeven met een streepje of een stokje. Deze aantrekkingskracht heet:
A
atoombinding
B
vanderWaalsbinding

Slide 5 - Quizvraag

Als water verdampt bewegen de moleculen zo snel dat ze kunnen ontsnappen aan elkaars aantrekkingskracht.
Deze aantrekkingskracht tussen moleculen heet:
A
atoombinding
B
vanderWaalsbinding

Slide 6 - Quizvraag

Hoe groter/zwaarder de moleculen zijn des te ....... zijn de Vanderwaalsbindingen
timer
1:00
A
sterker
B
zwakker

Slide 7 - Quizvraag

Bij een scheidingsmethode worden atoombindingen verbroken
A
waar
B
niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Leerdoelen
  • Je kent de volgende begrippen en kunt deze toepassen in opdrachten: covalentie, atoombinding, covalente binding en structuurformules 
  • Je kunt de chemische namen van de molecuulformules geven en structuurformules tekenen en andersom.

Tip: bij het huiswerk maken: Gebruik het periodiek systeem en naslagwerk B4

Slide 9 - Tekstslide

Atoombinding,covalentie, structuurformule
Structuurformule maken van:
Bijv. H2S, C3H8,C2H4



De covalentie vind je door te kijken naar het aantal elektronen in de buitenste schil. De covalentie is namelijk het aantal elektronen wat een atoom nog nodig heeft om een volle buitenste schil te krijgen. Hiervoor gebruik je het periodiek systeem.
Opdracht 36 c

Slide 10 - Tekstslide

Naamgeving van moleculaire stoffen
A.d.h.v. voorbeelden:
Bekende stoffen:
NO, NO2

Andere stoffen:
34 a: P2O5
Net andersom:
distikstoftetrajodide

Naslagwerk B4

Slide 11 - Tekstslide

Huiswerk:

m. opdr. 31 t/m 36 + 38 / Groep B + 39 en 40

De opdrachtnummers van havo en atheneum komen overeen. De vraagstelling bij meerdere vragen niet.

Slide 12 - Tekstslide

Check leerdoelen
Dit kan iedereen doen d.m.v. de drillsteroefeningen bij 3.3 Moleculaire stoffen

Slide 13 - Tekstslide