Algemene oncologie

Algemene oncologie
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Algemene oncologie

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een gezwel of tumor?
Cellen groeien/delen zich (celproliferatie) en gaan dood (apoptose) hierin zit een evenwicht; homeostase.
Bij tumorcellen is dit evenwicht verstoord; de cellen delen zich sneller dan dat ze afsterven, hierdoor ontstaat een zwelling

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Wat kan invloed hebben op het ontstaan van een zwelling/tumor?

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Tekstslide

Welke twee type tumoren zijn er?
A
Goedaardige
B
Kwaadaardige
C
Maligne
D
Benigne

Slide 6 - Quizvraag

Twee type tumoren
Benigne; goedaardig
Maligne; kwaadaardig

Slide 7 - Tekstslide

Benigne
Zaait niet uit
Expansieve
groei
Metastaseert 
Blijft binnen eigen omhulsel of kapsel
Infiltratie
In andere weefsels
Is zelden dodelijk

Slide 8 - Sleepvraag

Slide 9 - Tekstslide

Kan een benigne tumor toch dodelijk zijn?

Slide 10 - Open vraag

Slide 11 - Tekstslide

Maligne tumor

Slide 12 - Woordweb

Maligne cellen onderscheiden zich door:
Hun snelle celvermeerdering in vergelijking met goedaardige (benigne) cellen,
Hun infiltratieve groeiwijze: zij dringen de omringende weefsels > destructie ander weefsel.
Waarna zij zich via bloed, lymfe of andere wegen door het lichaam verspreiden (metastase)

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Wat is een entmetastase?

Slide 15 - Open vraag

Maligne cellen
Cellen lijken vaak niet meer op hun oorsprong:
  • Goed gedifferentieerd: veel gelijkenis
  • Weinig gedifferentieerd: weinig gelijkenis
  • Ongedifferentieerd/anaplastisch: geen gelijkenis meer

Ongedifferentieerde groeien het hardst en zijn het agressiefst


Slide 16 - Tekstslide

Naamgeving
Benigne tumoren
  •  eindigen op “oom”
Maligne tumoren
  • uit epitheel > Carcinomen.
  • uit steunweefsel > Sarcomen


Slide 17 - Tekstslide

Spierweefsel
Botweefsel
Pigmentcellen
Borstweefsel
Klierweefsel
Bindweefsel
adenocarcinoom
Mammacarcinoom
Osteosarcoom
Myosarcoom
Fibrosarcoom
Melanoom

Slide 18 - Sleepvraag

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Symptomen kanker
Aspecifieke symptomen:
 Zowel de ontstekingscellen als tumorcellen produceren tal van stoffen waardoor mensen zich ziek gaan voelen, koorts krijgen etc.
 Vage symptomen als vermagering, koorts, moeheid, gebrek aan eetlust en anemie.

Slide 21 - Tekstslide

Symptomen kanker
Specifieke symptomen:
 Zweren, groter wordende huidafwijkingen als wratten, moedervlekken, blijvende heesheid, zwelling die zonder reden toeneemt, veranderd def. patroon, slikklachten

Slide 22 - Tekstslide

vermagering door maligne tumor, hoe komt dit?

Slide 23 - Open vraag

Vermagering door maligne tumor, hoe komt dit?
Reden:
naast de eetlustverlies door tumorstoffen, consumeert de tumor veel energie voor zijn eigen groei, ten koste van zijn gastheer.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Diagnostiek

Slide 26 - Woordweb

Lab: alg bloedbeeld, Tumormarkers, DNA onderzoek (erf tumoren) enz.
Lymfklieronderzoek
Röntgenonderzoek
Scopie
Biopt
Ct. en MRI
Botscan
PET-scan: gelabeld glucose
 (schildwachtklier)

Slide 27 - Tekstslide

Stadiumbepaling
TNM-indeling
T: lokale uitbreiding tumor (T0-4)
N: regionale lymfklier (nodus) uitbreiding (N0-3)
M: metastase (M0-1)

Slide 28 - Tekstslide

Doel behandeling
Curatief
Adjuvant
Neo-adjuvant
Palliatief

Slide 29 - Tekstslide

De behandeling kan bestaan uit:

Chirurgische resectie
Radiotherapie
Systemische  of lokale therapie;
  • Immunotherapie (monoklonale antilichamen)
  • Chemotherapie
Hormonale therapie
Nucleaire therapie (radioactieve stoffen)

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Waarom zijn zorgvragers na chemo moe, gevoeliger voor infecties en bloedingen?

Slide 32 - Open vraag