Examenidioom Duits-Nederlands: Begrijp de woorden en hun context!

Examenidioom Duits-Nederlands. 
Woordenlijst SSL Duits-Nederlands. Blz. 4 en 5.
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Examenidioom Duits-Nederlands. 
Woordenlijst SSL Duits-Nederlands. Blz. 4 en 5.

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel
Aan het eind van de les kun je Duitse examenidioom vertalen en correct gebruiken in zinnen.

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet je al over examenidioom in het Duits?

Slide 3 - Woordweb

auch
Wat betekent 'auch' in het Nederlands? A) ook B) maar C) want

Slide 4 - Tekstslide

außerdem
Vul in: Ich gehe schwimmen, _______ es ist heiß.

Slide 5 - Tekstslide

ebenfalls
Betekenis van 'ebenfalls': A) eveneens B) echter C) hoewel

Slide 6 - Tekstslide

erstens
Was ist die Bedeutung von 'erstens'? A) ten eerste B) ten slotte C) vervolgens

Slide 7 - Tekstslide

hinzu kommt
Vul in: Er ist klug, _______ sehr fleißig.

Slide 8 - Tekstslide

nicht nur … sondern auch
Betekenis: A) niet alleen ... maar ook B) noch ... noch C) zowel ... als

Slide 9 - Tekstslide

sowie
Vul in: Sie spricht Französisch _______ Deutsch.

Slide 10 - Tekstslide

zudem
Wat betekent 'zudem'? A) bovendien B) eindelijk C) daarom

Slide 11 - Tekstslide

zusätzlich
Vul in: Er arbeitet hart, _______ lernt er viel.

Slide 12 - Tekstslide

denn
Betekenis van 'denn': A) want B) omdat C) hoewel

Slide 13 - Tekstslide

der Grund
Vul in: Das ist _______ warum ich gehe.

Slide 14 - Tekstslide

indem
Was ist die Bedeutung von 'indem'? A) doordat B) hoewel C) terwijl

Slide 15 - Tekstslide

nämlich
Vul in: Er konnte nicht kommen, _______ er krank war.

Slide 16 - Tekstslide

schließlich
Wat betekent 'schließlich'? A) tenslotte B) binnenkort C) aangezien

Slide 17 - Tekstslide

weil
Vul in: Er bleibt zu Hause, _______ es regnet.

Slide 18 - Tekstslide

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 19 - Open vraag

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 20 - Open vraag

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 21 - Open vraag