Toets: woensdag 16 juni donderdag 17 juni op school: laptop mee!
Slide 2 - Tekstslide
deel 1: Formuleren hfdst. 1,
§1.2 Signaalwoorden
Slide 3 - Tekstslide
Signaalwoorden
Signaalwoorden gebruik je vaak al goed, maar je bent er (nog) niet zo bewust van.
Door signaalwoorden snel te herkennen kun je sneller en duidelijker informatie verwerken (tekststructuur).
Door signaalwoorden te gebruiken breng je logica in jouw tekst of presentatie aan.
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Tekstslide
Formuleren hfdst. 1, §1.2
Aandachtspunten (opdracht 3: zinnen combineren)
Slide 7 - Tekstslide
Bert Kassie werkt in principe alleen. Hij krijgt nog veel hulp van zijn vader.
Met welk signaalwoord kun je deze zinnen verbinden tot een logische zin?
A
bovendien
B
dus
C
maar
D
daarom
Slide 8 - Quizvraag
De studente had veel zin om haar eerste groepsles in de sportschool te kunnen geven. [......] had zij zich goed voorbereid en haar lesplan nauwkeurig uitgewerkt.
A
bovendien
B
dus
C
maar
D
daarom
Slide 9 - Quizvraag
Welk signaalwoord moet op de puntjes?
De heer Kassie had de omvang van deze werkruimte wat misrekend, [......] hij ruimte tekortkwam en op zoek moest naar nog een werkplaats.
A
zoals
B
waardoor
C
waarvoor
D
en
Slide 10 - Quizvraag
Welk tekstverband geeft het signaalwoord 'waardoor' aan?
De heer Kassie had de omvang van deze werkruimte wat misrekend, waardoor hij ruimte tekortkwam.
A
doel - middel
B
oorzaak - gevolg
C
argument
Slide 11 - Quizvraag
lesboek A: blz. 208 / lesboek B blz. 266
Tip 1:
pak dit erbij als je je oefeningen maakt!
Tip 2:
oefen actief tijdens eigen schrijven
Slide 12 - Tekstslide
Oefenopgaven
Slide 13 - Tekstslide
Sleep de verbanden naar de juiste signaalwoorden
maar, daarentegen
Bijvoorbeeld, neem nou
Ten eerste, als laatste, ABC
Eerst, vervolgens, daarna
Doordat, waardoor
Tijdsvolgorde
Oorzaak- gevolg
Opsomming
Tegenstelling
Voorbeeld
Slide 14 - Sleepvraag
Welke signaalwoord hoort in welke zin?
Sleep de signaalwoorden naar de goede plaats.
________ zij op tijd vertrokken, kwamen zij toch te laat.
________ hun oom lukte het niet om op tijd te komen.
________ zij eerder waren geweest, was er nog taart.
Hoewel
Ook
Doordat
Bovendien
Indien
Slide 15 - Sleepvraag
Koppel de signaalwoorden aan het goede tekstverband.
Voorbeeld
Opsomming
Oorzaak-gevolg
Tegenstelling
toch
bijvoorbeeld
en
doordat
verder
maar
zoals
dus
Slide 16 - Sleepvraag
Wat ga je doen?
Maak de 4 opgaven + 2 extra opdrachten van Formuleren §1.2
timer
10:00
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Tekstslide
Oefenopgaven
Slide 22 - Tekstslide
'De ondernemers moeten dus steun krijgen van de overheid.' Deze zin past het beste in...
A
de inleiding
B
het middenstuk
C
het slot
Slide 23 - Quizvraag
'Toch kunnen nog niet alle evenementen doorgaan. Er zijn nog steeds beperkingen, zoals bij sportclubs.'
Deze zinnen passen het beste in...
A
de inleiding
B
het middenstuk
C
het slot
Slide 24 - Quizvraag
'Nederland gaat langzaam van het slot. Dat is fijn, maar ook onwennig. Wat mogen we wel en wat mogen we (nog) niet?'
Deze zinnen passen het beste in...
A
de inleiding
B
het middenstuk
C
het slot
Slide 25 - Quizvraag
NU Nederlands digitaal:
Ontwikkeldossier:
weekopgaven Nu Nederlands: Grammatica hoofdstuk 5 + oefentoets
weekopgaven Nu Nederlands: Formuleren hoofdstuk 1 + oefentoets
dagopgaven 6 weken Beter Spellen
Cijferopbouw:
groepsopdracht filmpje gesprek "Ondergedoken als Anne Frank"
woensdag 26 mei: toets Grammatica hfdst.5
donderdag 17 juni: toets Formuleren hfdst. 1
Slide 26 - Tekstslide
Zelfstudie: aan de rechterkant van ieder hoofdstuk kun je een screencast (= ingesproken video bij de PowerPoint) terugvinden
Slide 27 - Tekstslide
Slide 28 - Tekstslide
Wat moet je doen?
Formuleren hfdst. 1:
zelf bekijken screencast in NuNederlands van paragrafen die je nog niet hebt gemaakt. Daarna: