In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Havo 3 herhalen Chapitre 1+2
Slide 1 - Tekstslide
1HV1 Première leçon
Les objectifs :
* Je weet wat je al goed kunt in het Frans en hebt inzicht in wat je nog kunt verbeteren.
Le programme : Apprendre:
Chapitre 1 et 2
Faire: (=doen/ maken)
Module
Bonjour! Bienvenue à la semaine six!
Slide 2 - Tekstslide
Qu'est-ce qu'on va faire?
Je me présente
Vous vous présentez
Lesson up koppelen
Quizizz
Travailler au niveau = differentiëren
Réflexion du cours
Slide 3 - Tekstslide
Je me présente
Je m'appelle Marianne Struyck
Je suis professeur de français
J' habite à Bathmen, j'ai 43 ans
J'aime voyager avec ma famille.
J'ai deux enfants, une fille Élodie de 15 ans et un garçon Enzo de 13 ans
J'ai un animal, c'est un lapin, elle s'appelle Coco
Slide 4 - Tekstslide
La roue détermine à qui c’est le tour
Slide 5 - Tekstslide
Lesson up
H3A code jwggu
H3B code mwfvh
H3D code welbg
Slide 6 - Tekstslide
Wat gaat al heel goed met Frans?
Slide 7 - Open vraag
Wat vind je nog lastig?
Slide 8 - Open vraag
Wat verwacht je van mij?
Slide 9 - Open vraag
Wat ga jij er aan doen om Frans met een prachtig cijfer af te sluiten dit jaar?
Slide 10 - Open vraag
bijvoeglijk naamwoord
VORM
van het
bijvoeglijkNW
m
v
ev
/
+E
mv
+S
+ES
Slide 11 - Tekstslide
bijvoeglijk naamwoord
PLAATS
van het
bijvoeglijkNW
VOOR!!!
Slide 12 - Tekstslide
wat zijn bijvoeglijke naamwoorden?
timer
0:30
A
de, het , een
B
fiets, boek, volleybal
C
slimme, mooie, rode
D
lopen, werken, denken
Slide 13 - Quizvraag
Wat is geen bijvoeglijk naamwoord ?
A
grand
B
petit
C
qui
D
rouge
Slide 14 - Quizvraag
Le verbe régulier en -re
1. Stam van het werkwoord [ => -re]
2. Zet de juiste uitgang er achter
voorbeeld: attendre = wachten
Les notes:
s
s
-
ons
ez
ent
ww-re
Slide 15 - Tekstslide
Verbes -re: on (vendre)
A
vend
B
vendent
C
vends
D
vendons
Slide 16 - Quizvraag
Welk onderdeel vind je het moeilijkst?
A
vocabulaire
B
phrases-clés (zinnen)
C
l'adjectif / bijvoeglijk naamwoord
D
les verbes en -re (werkwoorden op -re)
Slide 17 - Quizvraag
Les verbes - ir
Slide 18 - Tekstslide
Le présent Hoe maak je de présent van een werkwoord op -ir?
A
stam van het ww + is, is, it, issons, issez, issent
B
hele ww + ais,ais,ait,ions,iez,aient
C
hele ww+ ai,as,a,ons,ez,ont
D
avoir/être + volt.dw
Slide 19 - Quizvraag
Je ... (finir)
A
finis
B
finit
C
finissez
D
finissent
Slide 20 - Quizvraag
ils ( finir)
A
fini
B
finissent
C
finis
D
finit
Slide 21 - Quizvraag
à/de + lidwoord
à de
mannelijk au du
vrouwelijk àla de la
meervoud aux des
voor klinker/h à l' de l'
à = in/naar/op/bij/... de = van
Slide 22 - Tekstslide
Vul het correcte delend lidwoord in: Il y a .... tomates?
A
du
B
de la
C
de l'
D
des
Slide 23 - Quizvraag
Klik aan welke zin(nen ) met het lidwoord A correct zijn:
A
ja vais au cinéma
B
nous allons à l' hôtel
C
on va à le club de foot
D
ils sont à la cantine
Slide 24 - Quizvraag
Klik aan welke zin met het lidwoord A niet correct is:
A
ja vais au cinéma
B
nous allons à l' hôtel
C
on va à le club de foot
D
ils sont à la cantine
Slide 25 - Quizvraag
Quizizz / ga door tot min. 70%
DIFFERENTIATIE
Prend ton ordinateur > Join my quiz > Login via de code
Score 70%-100% ?
> p. 68 ex. 15d, 16d + p. 82 ex. 29d , 30d
Score 51%-69% ?
> p. 68 ex. 15c, 16c + p. 82 ex. 29c , 30c
Score < 50% ?
> Start met de module
Slide 26 - Tekstslide
Fin du cours
1. Samenvatting van de les
Vandaag hebben we gekeken wat onze basis Frans is.
2. Korte check met een vraag of opdracht
Wie kan een zin maken met een werkwoord op -ir? Rad laten draaien?
3. Positieve feedback
Wat ging er goed deze les?
4. Vooruitblik en afsluiting
De volgende les is met mevrouw Pronk en gaan jullie waarschijnlijk met Woots bezig. Neem voor de zekerheid oortjes mee. Volgende week gaan wij starten met Chapitre 3.