3V - les 6 - H5.1 Lading en spanning (KLAAR)

1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Startklaar
- Telefoon weg
- Jas uit
- Laptop ingelogd op Lessonup

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'opladen'?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep het juiste symbool naar de component
Batterij
Lampje
led
Spannings-
meter
Stroom-
meter

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de meter naar de juiste plaats

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'isoleren'?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep het juiste woord naar de juiste schakeling
Parallel-
schakeling
Serie-
schakeling
Serie-
schakeling

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Je kunt uitleggen hoe een voorwerp elektrisch geladen en ontladen worden

Je kunt kenmerken van positieve en negatieve lading benoemen.

Je kunt een aantal spanningsbronnen benoemen.

(Je kent de eenheid van lading.)


(Je kunt het verband tussen stroomsterkte en lading uitleggen en rekenen met Q = I ⋅ t.)

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Atoom
Atoom bestaat uit:
 
Kern (+)
-protonen (+)
-neutronen (0)

Elektronen (-)

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Statisch geladen
Elektronen springen over

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de lading van een atoom?
A
Positief
B
Negatief
C
Neutraal

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de lading van een elektron?
A
Positief
B
Negatief
C
Neutraal

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een voorwerp is positief geladen.
A
Het voorwerp heeft meer elektronen dan protonen
B
Het voorwerp heeft minder elektronen dan protonen

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kracht tussen + en -
   



Afstoten              Afstoten            Aantrekken   

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een voorwerp is positief geladen. Als deze in de buurt komt bij een ander voorwerp wordt deze aangetrokken.
A
Het andere voorwerp is ook positief geladen
B
Het andere voorwerp is negatief geladen

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

-
-
-
-
-
+
+
+
+
+

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spanning ontladen
1. Er is een ladingsverschil tussen A en B
     Er is dus spanning.
2. Als A en B verbonden worden door een
     geleider stromen de elektronen terug.
3. Als A en B dezelfde lading hebben
     stromen er geen elektronen meer.

Ontladen is het tegenovergestelde van opladen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandergraafgenerator
Ontlading: 
elektronen gaan terug

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In welke richting stromen
de elektronen bij
ontlading?
A
Van P naar Q
B
Van Q naar P

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke richting stromen
de elektronen bij
ontlading?
A
Van P naar Q
B
Van Q naar P
C
Kun je niet weten

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vandergraafgenerator
Ontlading: 
elektronen gaan terug
De spanning is heel groot
(10.000 V), maar de stroomsterkte heel klein. Daarom is het niet gevaarlijk!

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lading bij een batterij
-
+

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lading bij een batterij
-
+

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lading bij een batterij
-
+
Hoeveel lading stroomt hier per seconde? Stroomsterkte

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De formule            
Q:  lading in coulomb (C)
:  Stroomsterkte in ampère (A)
      t : tijd in seconde (s)



Q=It

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De formule            
Q:  lading in coulomb (C)
:  Stroomsterkte in ampère (A)
      t : tijd in seconde (s)



Q=It

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Door een elektrische verwarming loopt een stroom van 7 A.
Bereken hoeveel lading hier in 14 s door stroomt.
A
Q = 0,50 C
B
Q = 2,0 C
C
Q = 50 C
D
Q = 98 C

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Even oefenen
Schrijf je berekening op.
De stroomsterkte door een lampje is 50 mA.
Bereken de lading die per minuut door het lampje stroomt.
timer
3:00

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De stroomsterkte door een lampje is 50 mA.
Bereken de lading die per minuut door het lampje stroomt.

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de juiste afbeelding naar de component
Lading
C
Tijd
t
Spanning 
volt
Stroomsterkte
Q
coulomb
seconde
s
U
V
A
ampère
I

Slide 33 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lading
Grootheid: lading (Q)
Eenheid: coulomb (C)


Heeft te maken met elektrische kracht

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen uit deze les
Elektrisch geladen
Lading
Positief, negatief en neutraal
Elektronen
Spanning

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen uit deze les

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les:
Practicum

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen

Slide 41 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
           Aan de slag

Slide 42 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Afsluiting

Slide 43 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

           Begrippen
           uit deze les

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Titel kan hier geplaatst worden.

Slide 45 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies