250404 Thema D - §1 + wwspelling §9

Welkom M1a!
Deze spullen heb ik nodig:

  • leesboek
  • werkboek
  • schrift
  • etui
  • iPad
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom M1a!
Deze spullen heb ik nodig:

  • leesboek
  • werkboek
  • schrift
  • etui
  • iPad

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
  1. Lezen (10 min)
  2. Twee vragen om mee te oefenen (10 min)
  3. Werkwoordspelling: sterke/zwakke werkwoorden (30 min)
  4. Thema D: helden (20 min)
  5. Evaluatie (5 min)

timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Twee vragen om mee te oefenen
  1. Bij een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd, kan het zijn dat ik een -d aan het eind moet toevoegen. 
    Waar / niet waar

  2. Schrijf het werkwoord zoals deze hoort:

    Op de meeste dagen van het jaar ______ (worden) de gitarist vrolijk wakker.
timer
2:00

Slide 3 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
  1. Lezen (10 min)
  2. Twee vragen om mee te oefenen (10 min)
  3. Werkwoordspelling: sterke/zwakke werkwoorden (30 min)
  4. Thema D: helden (20 min)
  5. Evaluatie (5 min)

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoel
Werkwoordspelling:

Ik kan sterke en zwakke werkwoorden herkennen.

Slide 5 - Tekstslide

Spelling §9: sterke/zwakke werkwoorden
Sterke werkwoorden:

Ik zwem > ik zwom

Ik loop > ik liep

Ik val > ik viel

Slide 6 - Tekstslide

Spelling §9: sterke/zwakke werkwoorden
Sterke werkwoorden:

Ik zwem > ik zwom

Ik loop > ik liep

Ik val > ik viel

Zwakke werkwoorden:

Ik werk > ik werkte

Ik pak > ik pakte

Ik ren > ik rende


Slide 7 - Tekstslide

Hebben
A
Sterk werkwoord
B
Zwak werkwoord

Slide 8 - Quizvraag

Doen
A
Sterk werkwoord
B
Zwak werkwoord

Slide 9 - Quizvraag

Raden
A
Sterk werkwoord
B
Zwak werkwoord

Slide 10 - Quizvraag

Oefenen spelling §9
Opdracht: 
Maak online:
Cursus 7 - Spelling §9
Opdracht 2 t/m 5

Met een aantal leerlingen maak ik opdracht 1 samen.

Hoe: Bekijk het stoplicht: je werkt alleen of in tweetallen
Nodig: Werkboek/schrift + pen
Klaar:  Oefen op je iPad: www.spellingoefenen.nl > persoonsvorm tegenwoordige tijd / verleden tijd sterke werkwoorden


timer
12:00

Slide 11 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
  1. Lezen (10 min)
  2. Twee vragen om mee te oefenen (10 min)
  3. Werkwoordspelling: sterke werkwoorden (30 min)
  4. Thema D: helden (20 min)
  5. Evaluatie (5 min)

Slide 12 - Tekstslide

Thema D: helden
Doel: Je leert een zakelijke e-mail schrijven.

Hoe: Door met het thema HELDEN verschillende vaardigheden te oefenen.

Slide 13 - Tekstslide

Helden
Opdracht: 
Wat voor held ben jij?

Vul het werkblad in.

Je levert het blad aan het eind van de les bij mij in.

Hoe: in zachtjes overleg
Nodig: werkblad + pen + potlood
Klaar:  Lees het nieuws op www.nu.nl of oefen werkwoordspelling op www.spellingoefenen.nl


timer
15:00

Slide 14 - Tekstslide

Thema D: helden
Helden in verhalen.
We lezen samen een fragment (deel) uit een boek (blz. 178) 

Tijdens het lezen beantwoorden we vragen.

Slide 15 - Tekstslide

Thema D: helden
  1. ‘Verdwaalde kogels’ zijn kogels die per ongeluk iemand raken. Waarom droomt Kiki over verdwaalde kogels, denk je?

  2. Kiki vraagt: ‘Waarom is papa geen thuisblijfman?’ Wat is het antwoord op deze vraag?

  3. Kiki’s moeder ‘moet er niet aan denken’ om met Kiki’s vader mee te gaan. Waarom niet, denk je?

  4. Voor welke mensen is Kiki’s vader een held?

  5. Oma zegt: ‘Voor mij is hij geen held. Hij denkt te veel aan zichzelf om een held te zijn.’ Vind jij dat Kiki’s vader te veel aan zichzelf denkt? Leg je antwoord uit

  6. Oma zegt ook: ‘Hij stort zich in het gevaar.’ Denk jij dat je ook een held kunt zijn zonder gevaar te lopen? Leg je antwoord uit.

Slide 16 - Tekstslide

Thema D: helden
Held:

Iemand die iets goeds doet voor meerdere mensen of dieren.

Slide 17 - Tekstslide