Bijzondere doelgroepen les 3 ADHD

AD(H)D
Aandachtstoornissen
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

AD(H)D
Aandachtstoornissen

Slide 1 - Tekstslide

Wat hebben we de vorige lessen problemen in de ontwikkeling ook alweer behandeld? 

Slide 2 - Tekstslide

Verschil tussen stoornis en achterstand
Examens die gekoppeld zijn aan deze lessen
ASS

Slide 3 - Tekstslide

Vandaag: 
  • ADHD/ADD
  • ADD vs ADHD
  • Omgaan met kinderen met ADHD/ADD

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

ADD/ADHD

Slide 6 - Woordweb

Slide 7 - Video

Hoe krijg je ADHD/ADD?

Slide 8 - Open vraag

Hoe krijg je ADHD/ADD? Bron NJI
Erfelijke factoren Onderzoekers gaan ervan uit dat erfelijkheid de grootste rol speelt bij ADHD. Er is nog geen specifiek gen voor ADHD ontdekt. Het lijkt erop dat meerdere genen er samen voor zorgen dat je aanleg hebt voor ADHD. Dit houdt in dat ADHD kan ontstaan wanneer verschillende genen en omgevingsfactoren op elkaar reageren.
Regelfuncties van de hersenen
De regelfuncties van de hersenen, executieve functies,  zorgen ervoor dat je je eigen gedrag kunt  besturen. Bij kinderen met ADHD lijken drie van deze regelfuncties minder goed te werken.
Hersenstructuren
Bij ADHD zijn er diverse aanwijzingen dat er sprake is van afwijkingen in de hersenen. Maar deze afwijkingen zijn te klein om bij één persoon waar te nemen. Je kan dus niet zien aan iemands hersenen of iemand ADHD heeft.
 



Slide 9 - Tekstslide

Omgevingsfactoren niet beïnvloedbaar
Maatschappelijke en culturele factoren, zoals de toegenomen hoeveelheid prikkels en prestatiedruk
Een laag geboortegewicht
Te vroeg zijn geboren
Tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan middelengebruik van de moeder
Stress in het gezin
Vroege traumatische ervaringen
Kindermishandeling en verwaarlozing

Slide 10 - Tekstslide

Beïnvloedbaar
Voor interventies en behandelingen zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn:
 

De gevoeligheid voor beloning. Dit gegeven kun je gebruiken door gewenst gedrag te belonen op een manier die past bij kinderen met ADHD. Namelijk door directe, sterke beloningen te geven bij gewenst gedrag, en ongewenst gedrag te negeren.

De stress in het gezin. Met interventies en behandelingen kun je je richten op het verminderen van stress. Bijvoorbeeld door praktische of emotionele steun te bieden aan ouders en aan kinderen.

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht ADHD/ADD
ADHD staat voor: Attention Deficit Hyperactivity Disorder
Beantwoord individueel de volgende vragen (10 min):

Wat zijn de kenmerken van ADHD/ADD bij kinderen? 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Hoe kun je omgaan met kinderen met ADHD/ADD?

Slide 14 - Open vraag

Omgaan met een kind met ADHD/ADD
Rust, structuur, regelmaat
Overzicht creëren, plan activiteiten van tevoren en spreek door
Rustige en opgeruimde omgeving creëren
Positief benaderen (in het openbaar) en talenten benadrukken
Herhaal afspraken 
Vraag één ding tegelijkertijd en wees concreet
Geef de ruimte om energie kwijt te kunnen
Begeleid bij huiswerk 
Wees geduldig en reageer net zo snel op gewenst als ongewenst gedrag



Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Diagnosticeren met DSM-5
Er bestaan drie typen diagnosen: 
Verklarende diagnose: Bij een verklarende diagnose wordt gekeken naar de oorzaken van bepaalde problemen die door het kind of de omgeving worden ondervonden.
Handelingsgerichte diagnose: er wordt met name gekeken hoe de problemen op een effectieve wijze kunnen worden opgelost: welke vorm van hulpverlening en onderwijs past het beste bij de diagnose  en de 
Classificerende diagnose: Er wordt vastgesteld of het kind een stoornis heeft. Dit gebeurt met behulp van de DSM.

Slide 17 - Tekstslide

DSM-5
DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. DSM is het internationale classificatiesysteem voor psychische stoornissen. Dit handboek bevat beschrijvingen van veel psychische aandoeningen, die zijn ingedeeld op basis van specifiek gedefinieerde symptomen.. 

Slide 18 - Tekstslide

Pedagogisch werk 1

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide