AFPG-D-2 Ziektebeelden nieren urinewegen

1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 38 slides, met tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Ken je deze nog?
Diurese = 
ADH = 
Glomerulus = 
Pyelum = 
Reabsorptie = 
Ultrafiltratie = 
Ureter = 

Slide 2 - Tekstslide

Ken je deze nog?
Diurese = vorming van urine
ADH = antidiuretisch hormoon
Glomerulus = vaatkluwen in het kapsel van Bowman
Pyelum = nierbekken
Reabsorptie = terugopname
Ultrafiltratie = filteren van het bloed in kapsel van Bowman
Ureter = urineleider

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt van ziektebeelden benoemen wat de naamsverklaring, oorzaken, symptomen, behandelingen en complicaties zijn
  • Je kunt de definitie van de medische terminologie beschrijven.

Slide 4 - Tekstslide

Nieren en urinewegen
De weg van urine:
Nieren --> ureter --> urineblaas --> urethra  
ureter (urineleider)
urethra (plasbuis)

Slide 5 - Tekstslide

1. Aorta
2. V. cava inferior (onderste holle ader)
3. Nierslagader
4. Nierader
5. Nieren
6. Ureter = urineleider
7. Blaas
8. Urethra = plasbuis, urinebuis

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Nieren
4 onderdelen van de nieren: nierkapsel, nierschors, niermerg, nierbekken
Nefron = urinefabriekje, functionele niereenheid
Ligging: hoog in de buikholte, tegen de achterste buikwand, links en rechts van de wervelkolom
Urineproductie: ultra-filtratie en reabsorptie

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Nierhilus = plaats waar
bloedvaten, zenuwtakken
en lymfevaten de nier 
in- en uitgaan.

Slide 10 - Tekstslide

Test

Nefron = functionele niereenheid of urinefabriekje

Onderdelen:
  • Kapsel van Bowman
  • Glomerulus
  • Proximale tubulus
  • Lis van Henle
  • Distale tubulus
  • Verzamelbuisjes

Slide 11 - Tekstslide

Test

Slide 12 - Tekstslide

Test

Ultra-filtratie
Onder invloed van de bloeddruk wordt een deel van het bloed uit de glomerulus geperst in de holte van het kapsel van Bowman
Bloed wordt gefilterd
Voorurine: 180 liter per dag
  • Bevat WEL: water, glucose, aminozuren, zouten, afvalstoffen
  • Bevat NIET: grote bloedeiwitten, bloedcellen, bloedplaatjes



Slide 13 - Tekstslide

Test

Reabsorptie
In de gekronkelde buisjes, lis van Henle en de verzamelbuisjes worden bruikbare stoffen weer opgenomen in het bloed
Hierna: echte urine naar het nierbekken

Urine: 1,5 – 2 liter per dag
Bevat: water, zouten, afbraakproducten van eiwitten (ureum, urinezuur), uribilline, celresten, vitamines, mineralen



Slide 14 - Tekstslide

Ureter = urineleider
  • 25 - 30 cm lang
  • Transport van urine naar de blaas (peristaltiek)

Slide 15 - Tekstslide

Blaas
  • Tijdelijke opslag van urine
  • Speelt een rol bij de mictie (plassen)



Slide 16 - Tekstslide

Blaas
Mictiereflex:
300cc urine --> blaaswand opgerekt --> prikkel naar hersenen (bewustwording), binnenste kringspier ontspant, blaaswand spant aan --> plassen
OPHOUDEN: buitenste kringspier aanspannen
PLASSEN: buitenste kringspier ontspannen


Slide 17 - Tekstslide

Urethra = plasbuis, urinebuis
  • Vrouw: 3 cm lang
  • Man: 15 - 20 cm lang
  • Functie: urine afvoeren naar de buitenwereld

Slide 18 - Tekstslide

Urineproductie en plassen
ADH: hormoon dat vocht vasthoudt
Veel drinken: veel plassen
Veel zout eten: weinig urineproductie
Veel zweten: weinig urineproductie
Regelen van waterhuishouding / zouthuishouding: bloeddruk
Regelen van hoeveelheid waterstof en waterstofcarbonaat: zuurgraad

Slide 19 - Tekstslide

Blaasontsteking (cystitis)
Binnenkant van de blaas is ontstoken, soms ook de urinebuis: urineweginfectie

Komt vaker voor bij vrouwen: urinebuis is korter, ligt dichter bij anus (bacteriën)
Risicogroepen: zwangeren, vrouwen met verzakking, mannen met prostaatproblemen (urine blijft achter in blaas)

Slide 20 - Tekstslide

Blaasontsteking (cystitis)
Oorzaken:
  • binnendringen van bacterie
  • seksueel contact
  • blaaskatheter inbrengen en verzorgen (niet schoon werken)
  • achterblijven van urine (urineretentie)

Slide 21 - Tekstslide

Blaasontsteking (cystitis)
Symptomen:
  • pijn / brandend gevoel bij het plassen
  • vaak en kleine beetjes, loze aandrang
  • drukkend, pijn gevoel buik of onderrug
  • troebele, stinkende urine
  • (soms) bloed in de urine
  • (soms) koorts

Slide 22 - Tekstslide

Blaasontsteking (cystitis)
Behandeling:
  • Preventie: voldoende drinken, regelmatig plassen (niet uitstellen), uitplassen na seks, drinken van cranberrysap
  • Antibiotica


Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Hypospadie
Uitmonding van de plasbuis is niet op de top van de eikel maar aan de onderkant van de eikel of halverwege de penis.
Oorzaak onbekend, verhoogde kans bij erfelijkheid, te laag geboortegewicht, chemische stoffen

Slide 25 - Tekstslide

Nierstenen
Oorzaken:
  • onvoldoende vochtopname
  • overmatig zweten
  • bepaalde medicijnen
  • urineweginfectie
  • bepaalde zouten in het lichaam
  • te veel eiwitten eten (vlees)



Slide 26 - Tekstslide

Nierstenen, symptomen
  • vage, weinig opvallende pijn in de onderrug, flanken
  • daarna felle, heftige pijn, zijkant van de buik, naar lies en bovenbeen en geslachtsorganen
  • bewegingsdrang
  • verder: misselijk, braken, zweten, bloed in de urine, vaker plassen
  • soms geen last




Slide 27 - Tekstslide

Nierstenen, behandeling
  • pijnstillers
  • spierverslappende medicijnen
  • verwijderen: niersteenvergruizer
  • verwijderen: ureteroscopie
  • verwijderen: operatie
  • medicijnen om calciumuitscheiding tegen te aan




Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Acute nierinsufficientie
Plotseling achteruitgang van de nierfunctie. Soms blijvende schade en dan is het chronische nierinsufficiëntie.

Oorzaken:
  • te weinig aanvoer van bloed (grote bloeding)
  • beschadiging van filtersysteem (infectie/ immuunsysteem)
  • stuwing van de nieren (nierstenen, nierbloeding, tumor, prostaatvergroting)




Slide 30 - Tekstslide

Acute nierinsufficientie
Symptomen:
  • afhankelijk van oorzaak
  • vermoeidheid
  • misselijkheid
  • verminderde eetlust (ophoping van afvalstoffen)





Slide 31 - Tekstslide

Acute nierinsufficientie
Behandeling:
  • dieet: minder vet, cholesterol, eiwit, natrium, kalium
  • medicatie om vocht af te drijven
  • bloeddrukverlagers
  • niervervangende behandeling: dialyse






Slide 32 - Tekstslide

Acute nierinsufficientie
Dialyse:
  • Hemodialyse: bloed buiten het lichaam filteren door middel van een kunstnier
  • Peritoneaaldialyse: spoelvloeistof in buikholte dat afvalstoffen opneemt, hierna weer afvoeren







Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Video

Slide 35 - Video

Even oefenen
Cystitis = blaasontsteking
Dysurie = moeite met plassen
Hematurie = bloed bij de urine
Leukocyturie = witte bloedcellen bij de urine
Nefron = urinefabriekje, functionele niereenheid
Nycturie = overmatige productie van urine in de nacht
TUR = transuretrale resectie

Slide 36 - Tekstslide

Even oefenen
Cystitis = 
Dysurie = 
Hematurie = 
Leukocyturie = 
Nefron = 
Nycturie = 
TUR = 

Slide 37 - Tekstslide

Vragen?
  • Ziektebeelden uitwerken, deze doorlezen
  • Woorden opzoeken in Quizlet, deze oefenen met de opties kaarten en schrijven.

Slide 38 - Tekstslide