Commercieel: Winkelpresentatie

Examentraining

Logistiek + 

COMMERCIEEL
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Economie & OndernemenMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Examentraining

Logistiek + 

COMMERCIEEL

Slide 1 - Tekstslide

Doel
Je leert:
1. Minimumvoorraad, maximumvoorraad en wanneer je moet bijbestellen.

2. Je leert de begrippen van commercieel die te maken hebben met de winkel en het schappenplan.

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
1. Quiz vragen over de winkel en schappenplan (begrippen)
2. Opdracht over voorraad beheer en voorraad inventariseren.
3. Wat zijn ook alweer de 3 R'en bij een magazijn?
4. Interne transportmiddelen
5. Minitoets.

Slide 3 - Tekstslide

Wat is attentiewaarde in een winkel?
A
Dat de promotiemateriaal een dure uitstraling heeft
B
De mate waarin promotiemateriaal de aandacht trekt van de klanten
C
Dat er met spoed naar de voorraad gekeken moet worden
D
Dat de prijzen van de artikelen worden verlaagd

Slide 4 - Quizvraag

Wat is het doel van presentatie en promotie?
A
Veel omzet maken
B
Bekend worden onder de klanten
C
Winst maken
D
Het heeft geen doel

Slide 5 - Quizvraag

Leg uit wat is een verkoopsterke zone?

Slide 6 - Open vraag

Wat is een schappenplan?

Slide 7 - Open vraag

Wat is een brandpunt in de winkel?

Slide 8 - Open vraag

Wat is de eyecatcher hier in dit lokaal?

Slide 9 - Open vraag

Slide 10 - Tekstslide

De afbeelding van de vorige dia geeft weer:
A
Winkelinterieur
B
Winkelexterieur
C
Geen van beide
D
Beide

Slide 11 - Quizvraag

Het winkelexterieur bestaat uit:

Slide 12 - Open vraag

Winkelexterieur
is de buitenkant van de winkel.

Het moet overeenkomen met de binnenkant van je winkel.
wat je aan de buitenkant laat zien, moet aan de binnenkant terugkomen


Slide 13 - Tekstslide

Winkelinterieur
Is de binnenkant van de winkel
Er zijn 2 verschillende soorten:
- Toonbankwinkel
- Circulatiewinkel

Slide 14 - Tekstslide

Winkels
De toonbankwinkel gebruik je bij het bedeniengssysteem. Je helpt de klanten vanachter de toonbank.

Bij een circulatiewinkel heb je te maken met zelfbedenieng of keuze. De klant kan vrij door de winkel lopen zonder lastig gevallen te worden door een verkoper.

Slide 15 - Tekstslide

Een supermarkt is een:
A
Circulatiewinkel
B
Toonbankwinkel
C
Warenhuis
D
Bloemenmarkt

Slide 16 - Quizvraag

Volgens wat zijn de schappen in een supermarkt ingericht?
A
Brandpunten
B
Facing
C
Schappenplan
D
Routing

Slide 17 - Quizvraag

Facings
Het woord face betekent gezicht. 

Facing is het aantal dezelfde artikelen dat naast elkaar staat.

Het is één van de belangrijkste punten die je van een schappenplan kunt aflezen

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Wat is spiegelen?
A
De artikelen terugzetten op de juiste plaats in de stellingen
B
Je haalt nieuwe artikelen vanuit de magazijn
C
Je zet de artikelen met de etiket naar voren en vooraan de schaprand
D
Je zet de zelfde soort artikelen bij elkaar voor een weerspiegel effect

Slide 20 - Quizvraag

2 soorten systemen bij spiegelen
Fifo-systeem: First in First Out! 
Letterlijk vertaald: Het eerst er in, het eerste er uit.

Bij dit systeem kunnen artikelen niet zo snel 'over datum' raken.

Slide 21 - Tekstslide

Lifo systeem
Lifo = Last in First Out
Vertaling = Wat als laatste binnenkomt, moet er als eerste weer uit.
De nieuwe artikelen worden voor de oudere geplaatst. Dit gebeurt bij artikelen die je snel moet verkopen i.v.m. een korte houdbaarheidsdatum.

Slide 22 - Tekstslide

Welke product moeten worden bijgevuld volgens het fifo-systeem?
A
Keukenrol
B
Patat (in diepvries)
C
Chips
D
Tandenborstel

Slide 23 - Quizvraag