Susan, GGZ, Schizofrenie en Bipolaire stoornissen

    Schizofrenie  en  Bipolaire stoornissen
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgendeMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

    Schizofrenie  en  Bipolaire stoornissen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 wat is psychopathologie?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

psychopathologie =
de studie van psychische ziekten en afwijkend gedrag






''mijn vrouw begrijpt me niet...''

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik ben toch niet gek? 
Waarom hoort dit bij psychiatrie?

Lichamelijke functies:                                     Psychische functies:
  1. Ademhaling
  2. Bloedsomloop
  3. Spijsvertering
  4. Uitscheiding
  5. Zenuwstelsel
  6. Immuunsysteem
  7. Voortplanting

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schizofreniespectrum- en 
andere psychotische stoornissen 

  • Psychose Gevoeligheid Syndroom (Schizofrenie)
  • Schizo-affectieve stoornis
  • Kortdurende psychotische stoornis

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schizofreniespectrumstoornis en andere psychotische stoornissen

worden gekenmerkt door het ervaren van een of meer van de volgende symptomen:
  • wanen            
  • hallucinaties          
  • gedesorganiseerde spraak 
  • ernstig gedesorganiseerd gedrag 
  • negatieve symptomen

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Psychose Gevoeligheids Syndroom
  • sinds DSM 5, minder stigmatiserend.
  • 1 op de 100 mensen.
  • iets meer mannen dan vrouwen.
  • diagnose gesteld bij mannen tussen 18-25 jr, bij vrouwen 26-45 jaar.
  • erfelijke component, maar hoeft niet.
  • vaker psychose doormaken geeft minder goed functioneren na herstel
  • 10 % van de mensen met schizofrenie pleegt suïcide.
 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Positieve symptomen

Wanen
Hallucinaties
Verwardheid
Negatieve symptomen

Concentratieverlies
Geheugenproblemen
Gebrek aan energie
Nergens zin in hebben
Een leeg gevoel van binnen
Slechter slapen

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hallucinaties

  • akoestische hallucinatie
  • visuele hallucinatie
  • reuk hallucinatie
  • smaak hallucinatie
  • gevoels hallucinatie

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanen
  • paranoïde (= achterdocht) waan
  • grootheidswaan                       
  • schuld- en zondewaan           
  • hypochondrische waan
  • betrekkingswaan
  • erotische betrekkingswaan
  • beïnvloedingswaan

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Vorm 2 groepen.
  • Zoek uit m.b.t. psychotische stoornissen:
- soorten medicatie en meest voorkomende bijwerkingen.
- meest gebruikte behandel/psycho-therapieën.
- (verpleegkundige) vormen van begeleiding.

timer
10:00

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

behandeling bij psychotische stoornissen
1) Medicatie: anti-psychotica
 


2) Cognitieve gedragstherapie


3) Steunende en structurerende begeleiding/ gesprekken
- Psycho-educatie
- Rehabilitatie/ empowerment 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

verpleegkundige begeleiding: 
  • Gesprekken:
  • Steunen/ luisterend oor.
  • Goede band en onderling vertrouwen.
  • Structureren.
  • Uitleg/ informatie/ psycho-educatie.
  • Eigen regie en zelfmanagement bevorderen.
  • Praktische hulp.
  • Rehabilitatie/ empowerment.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen over psychotische stoornissen?

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus PGS (Schizofrenie)
- Een client die ik nooit zal vergeten is W. Alle hulpverleners vinden hem een sympathieke knul. Hij is erg open en eerlijk in het contact en zou wat betreft zijn karakter geen vlieg kwaad doen. Bijzonder: al vanaf 8 jaar in zorg. Kan zich al vanaf 6 jaar herinneren dat hij met dieren kon praten. Dat is redelijk zeldzaam, vaker rond adolescentie of na drugs.
-  Echter buren, en andere naasten vinden hem niet goed in te schatten en zijn soms zelfs bang voor hem. Hij heeft namelijk 2 grote herdershonden waar hij tegen praat alsof het zijn gelijken zijn en ze mogen in zijn tuin en huis alles doen. Tuin is soort oorlogsgebied: omgewoeld zand met grote kuilen, zo groot dat buur een keer melding deed bij woningbouw dat het op graf leek.
- In goede tijden maakt hij wel eens praatje met buren:  Huis 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus PGS (Schizofrenie)
- Wat moet er volgens jou gebeuren op korte termijn?
- Wat kan er ingezet worden op langere termijn?
- Welke hulpverleners doen wat?
- Wat is specifiek verpleegkundige begeleiding?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

oefening
hoe is het om stemmen te horen?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Joep denkt achtervolgd te worden door de CIA en zegt tegen hulpverlening dat ze zijn gedachten lezen.
A
Joep heeft last van wanen
B
Joep heeft last van hallucinaties
C
Joep heeft stupor
D
Joep heeft last van afasie

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Stelling: Hallucinaties zijn denkbeelden en overtuigingen die niet waar zijn en niet te corrigeren
A
Correct
B
Niet correct

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mensen met schizofrenie hebben meerdere persoonlijkheden
A
Ja
B
Nee

Slide 23 - Quizvraag

Mensen met schizofrenie hebben geen meerdere persoonlijkheden. Het woord schizofrenie komt uit het Grieks en betekent 'gespleten geest'. Hierdoor verwarren mensen het wel eens met MPS (meervoudige persoonlijkheidsstoornis, tegenwoordig ook wel dissociatieve stoornis genoemd).
Denken dat u een andere en heel belangrijke persoon bent.
A
Paranoïde waan
B
identiteitswaan
C
Betrekkingswaan

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

denken dat u over bijzondere en magische krachten beschikt. Denken dat op via radio of tv boodschappen speciaal voor u worden uitgezonden
A
Betrekkingswaan
B
Paranoïde waan
C
Identiteitswaan

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

denken dat anderen u in de gaten houden of uw gedachten kunnen lezen. denken dat er een complot tegen u is.
A
Betrekkingswaan
B
Paranoïde waan
C
Identiteitswaan

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

welke symptomen zijn positieve symptomen bij iemand met Schizofrenie?
A
hallucinatie
B
waan
C
niet meer zo vrolijk zijn
D
moeilijk uit bed komen

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

welke symptomen zijn negatieve symptomen?
A
hallucinatie
B
waan
C
concentratieproblemen
D
moeilijk uit bed komen

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bipolaire-stemmingsstoornissen
  • Bipolaire I stoornis  (= met manie en 
                               met psychotische kenmerken)

  • Biplolaire II stoornis (= met hypomanie,  
                              zonder psychotische kenmerken)

  • Cyclothyme stoornis (= lichtere vorm)

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

oorzaken
  • Biologische oorzaken               erfelijkheid
                                                                    verminderde neurotransmitters 

  • Lichamelijke ziekten                 bijv schildklieraandoeningen; Huntington

  • Psychische oorzaken               karakter
                                                                   draagkracht-draaglast 

  • Sociale oorzaken                        ingrijpende gebeurtenissen
                                                                   omgevingsfactoren


Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Depressie
Kenmerken: 
  • aanhoudende sombere stemming en een ernstig verlies aan interesse of plezier 
  • De klachten houden langer dan twee weken aan
Vitale kenmerken:

  • geen zin in eten of juist heel veel eten
  • altijd maar moe zijn
  • moeite hebben met opstaan
  • moeite hebben om ’s avonds weer te gaan slapen (omgedraaid dag-en-nachtritme)
  • psychomotorische onrust of psychomotorische remming
  • moeite met de stoelgang
  • weinig seksuele belangstelling

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Manie
  • Pas stoornis als functioneren ernstig wordt beperkt.
  • Eufoor = overactief en extreem opgewekt. Gevoel dat hij/zij de wereld aan kan.
  • Snel overprikkeld.
  • Ontremd in denken + dadendrang.
  • Voelt hierdoor behoefte aan slaap, voeding en vocht niet. (Uitputting en uitdroging)
  • Gebrek aan ziekte-inzicht door zich goed voelen. 
  • Niet realistisch tot psychotisch (grootheidswaan).

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

behandeling bij bipolaire stoornissen
Medicatie
  • stemmings-stabilisator
  • anti psychoticum
       
in manische fase ook:
  • slaapmedicatie
  • tranquillizer/ benzo

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

behandeling bij bipolaire stoornissen
Gesprekken
steunend
structurerend
psycho-educatie 
bijhouden Life Chart
betrekken systeem
rehabilitatie/ empowerment/ herstelondersteuning

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

behandeling bij bipolaire stoornissen
psycho-therapie
  • CGT
  • soms 

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bipolariteit en psychosegevoeligheid trekken 
samen op

Dit kan veel diagnostische verwarring geven maar dat is niet nodig. 
Het wordt makkelijker als je beseft dat energie en stemming (bipolariteit) en de manier waarop je betekenis geeft aan de wereld om je heen (psychosegevoeligheid) elkaar beïnvloeden. 
Je kan de een niet los zien van de ander.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat heeft iemand met depressie
en manie nodig?
  • Bij depressie zorgen dat je niet aangestoken wordt door somberheid/ pessimisme.
  • Je kan iemand niet opbeuren of zeggen dat we het toch eigenlijk goed hebben. Wel begrip opbrengen.
  • Vooral begrip en coaching. 
  • En hoop, dat het tijdelijk is. 
  • oaching= aan boord blijven= in contact blijven
  • Vaak ingrijpen dat het niet te erg wordt. 
  • Blijven aanbieden hoe het werkelijk is.
  • Nooit afhaken.


Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies