In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Kapitel 5 Essen
Slide 1 - Tekstslide
Zijn er Duitse woorden die jij al kent, die te maken hebben met dit thema?
Slide 2 - Woordweb
Wörterliste - Seite 172
In de volgende vragen krijg je een omschrijving van een woord te zien uit de woordenlijst.
Jij zoekt naar het juiste woord in de woordenlijst en schrijft deze in het Duits op.
Slide 3 - Tekstslide
Dit zeg je als iemand aan het eten is
Slide 4 - Open vraag
Dit heb je nodig om de gerechten in een restaurant te kunnen bekijken
Slide 5 - Open vraag
Dit komt uit de kraan
Slide 6 - Open vraag
Dit betaal je in een restaurant
Slide 7 - Open vraag
Wat zijn bananen, appels en kiwi's?
Slide 8 - Open vraag
Hiermee eet je soep
Slide 9 - Open vraag
Dit is zoet en eet je na het hoofdgerecht
Slide 10 - Open vraag
Een typisch Duits stukje vlees
Slide 11 - Open vraag
het tegenovergestelde van warm
Slide 12 - Open vraag
het is geel en je haalt het bij de mcdonalds
Slide 13 - Open vraag
Hören
-Bonbons statt Brokkoli-
(5 Minuten)
1. Wat wordt er aan de kinderen gevraagd?
2. Wat zegt de vrouw over de inhoud van de mand?
3. Wat denk jij, dat de hoofdvraag was van deze video?
timer
2:00
Slide 14 - Tekstslide
Nog toevoegen:
Ze moeten een DACH-gerecht zoeken. Ze zoeken hier een recept bij in het Duits. Voegen link van bron bij. Zoeken minimaal 5 woorden uit de Lernliste op in het recept.
Ook moeten ze opzoeken welke ingrediënten in het duits in hun eigen livelingsgerecht zitten