Intensief: alles goed lezen, de volledige tekst begrijpen/kunnen gebruiken
Slide 8 - Tekstslide
Hoe weet je welke leesstrategie je moet gebruiken?
Slide 9 - Open vraag
Leesstrategieën
How do you know which one to use? = lees eerst de vraag, bepaal wat voor soort informatie je nodig hebt en waar in de tekst je het kunt vinden.
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Tekstslide
Wat is de juiste leesstrategie voor deze vraag?
A
verkennend / oriënterend
B
zoekend
C
globaal
D
intensief / studerend
Slide 12 - Quizvraag
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Wat is de juiste leesstrategie voor deze vraag?
A
verkennend / oriënterend
B
zoekend
C
globaal
D
intensief / studerend
Slide 15 - Quizvraag
Slide 16 - Tekstslide
Lees onderstaande leessituaties. Welke leesstrategie pas je toe?
Situatie 1:
Om 07.00 uur valt de krant door de brievenbus. Voordat je naar school gaat, wil je snel weten wat het belangrijkste nieuws is.
Situatie 2:
Voor biologie moet je een werkstuk maken over klimaatverandering. Je hebt op een internet een tekst gevonden over het klimaat. Je wilt weten of je de tekst kunt gebruiken.
Situatie 3:
Je hebt morgen een toets over politieke besluitvormingen. Je leest de tekst in je boek maatschappijleer.
Situatie 4:
Je wilt een pretpark bezoeken en bent benieuwd naar de prijzen. Je bezoek de website van het pretpark.
Orienterend lezen
Globaal lezen
Intensief lezen
Zoekend lezen
Slide 17 - Sleepvraag
Oriënterend lezen
Bedoeld om een eerste indruk te krijgen
Lay-out: chat, krantenartikel, menu, boodschappenlijst etc.
Eerste indruk: titel, tussenkopjes, plaatjes
Verwachtingen: waar gaat het over, wat weet je al?
Dit doe je altijd van te voren
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Tekstslide
Globaal lezen
Slide 20 - Tekstslide
Globaal lezen/ skimmen
Je leest de tekst snel door om erachter te komen waar deze over gaat.
Maak je niet druk om moeilijke woorden.
Probeer de grote lijnen te snappen, de details doen er (nog) niet toe.
Kijk naar opvallende stukjes
Lees van iedere alinea de eerste en de laatste zin.
Je gebruikt skimmen bij vragen die gaan over de hele tekst, je zoekt naar aanwijzingen voor het antwoord.
Slide 21 - Tekstslide
zoekend lezen
Slide 22 - Tekstslide
Zoekend lezen/ scannen
Scannen: zoeken naar bepaalde informatie, bijvoorbeeld in welk jaar iets gebeurde of hoeveel iets kost. De rest van de tekst hoef je dan niet te lezen.
Slide 23 - Tekstslide
Slide 24 - Tekstslide
Intensief lezen
Slide 25 - Tekstslide
Intensief lezen
Intensief lezen: de hele tekst regel voor regel doorlezen