7 mrt - zww kww hww herkennen in samengestelde zinnen

Grammatica
Soorten ww in samengestelde zinnen
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Grammatica
Soorten ww in samengestelde zinnen

Slide 1 - Tekstslide

De zes koppelwerkwoorden zijn:

(zet een spatie tussen de antw.)

Slide 2 - Open vraag

Lesdoel
Aan het einde van de les kun je de werkwoorden benoemen in samengestelde zinnen. 

Slide 3 - Tekstslide

In een enkelvoudige zin staat altijd maar één zelfstandig werkwoord óf één koppelwerkwoord.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quizvraag

Zitten er meerdere kww in een enkelvoudige zin?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quizvraag

Over zww, hww en kww in enkelvoudige zinnen:
1. In een zin staat altijd maar één zww óf één kww.
2. Als in een zin slechts één werkwoord staat, is dat ene werkwoord een zelfstandig werkwoord (bij een wg) of een koppelwerkwoord (bij een ng):

Ik stond (zww) laatst voor een poppenkraam.
Jan wordt (kww) later detective.

Slide 6 - Tekstslide

Over zww, hww en kww in enkelvoudige zinnen:
Staan er meer werkwoorden in de zin, dan is het belangrijkste ww het zww of het kww. Deze staan vaak achter in de zin. 
Alle andere werkwoorden, dus ook de pv, zijn hulpwerkwoord (hww).

Ik heb (hww) laatst voor een poppenkraam gestaan (zww).
Jan wil (hww) detective worden (kww).

Slide 7 - Tekstslide

Mag jij vuurwerk afsteken?
Afsteken =
A
zww
B
hww
C
kww

Slide 8 - Quizvraag

Mag jij vuurwerk afsteken?
Mag =
A
zww
B
hww
C
kww

Slide 9 - Quizvraag

Hij heeft een nieuwe auto.
heeft =
A
zww
B
hww
C
kww

Slide 10 - Quizvraag

De meeste leraren zijn aardig
zijn =
A
ZWW
B
HWW
C
KWW

Slide 11 - Quizvraag

zww, kww en hww in samengestelde zinnen
Stap 1 : splits de zin in enkelvoudige zinnen
'Later is allang begonnen’ is een elpee van Klein Orkest en Harrie Jekkers zingt op die plaat dat je levend voor morgen nú je toekomst zult kwijtraken.

1.1. ‘Later is allang begonnen’ is een elpee van Klein Orkest 
1.2. Harrie Jekkers zingt op die plaat
1.3. dat je levend voor morgen nú je toekomst zult kwijtraken.

Stap 2 : Stel van elke enkelvoudige zin het gezegde vast: wg of ng? 
Stap 3: Pas daarna de regels van het benoemen van de werkwoorden toe. 

Slide 12 - Tekstslide

Werkwoordelijk gezegde 

Belangrijkste ww = zww
Zit er maar één ww in de zin, dan is het automatisch zww. 

zww = geeft aan wat je 'doet' 

Overige ww zijn hww.
Naamwoordelijk gezegde

Belangrijkste ww = kww. 
Zit er maar één ww in de zin, dan is het automatisch kww. 

Is het een van de zes kww? 

Overige ww zijn hww. 

Slide 13 - Tekstslide

De buurvrouw vroeg mij of ik haar hond wilde uitlaten, omdat ze ziek was geworden.

Stap 1 : splits de zin in enkelvoudige zinnen

Slide 14 - Open vraag

Zin 1: De buurvrouw vroeg mij
Zin 2: of ik haar hond wilde uitlaten
Zin 3: omdat ze ziek was geworden
Stap 2: Stel van elke enkelvoudige zin het gezegde vast.
Werkwoordelijk gezegde (wg) of naamwoordelijk gezegde (ng)?

Slide 15 - Open vraag

Zin 1: De buurvrouw vroeg mij
Zin 2: of ik haar hond wilde uitlaten
Zin 3: omdat ze ziek was geworden

Stap 3: Pas daarna de regels van het benoemen van de werkwoorden toe.

Slide 16 - Open vraag

Als je met een auto in het water terechtkomt, moet je snel een raampje openen, zodat je daardoor kunt ontsnappen.
Stap 1 : splits de zin in enkelvoudige zinnen

Slide 17 - Open vraag

Als je met een auto in het water terechtkomt, moet je snel een raampje openen, zodat je daardoor kunt ontsnappen.

Stap 2: Stel van elke enkelvoudige zin het gezegde vast.
Werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?

Slide 18 - Open vraag

Als je met een auto in het water terechtkomt, moet je snel een raampje openen, zodat je daardoor kunt ontsnappen.

Stap 3: Pas daarna de regels van het benoemen van de werkwoorden toe.

Slide 19 - Open vraag

Dat er 45.000 jaar geleden zo'n 70.000 Neanderthalers in Eurazië leefden, is duidelijk geworden, nadat hun erfelijke variatie was onderzocht.

Stap 1 : splits de zin in enkelvoudige zinnen

Slide 20 - Open vraag

Dat er 45.000 jaar geleden zo'n 70.000 Neanderthalers in Eurazië leefden, is duidelijk geworden, nadat hun erfelijke variatie was onderzocht.

Stap 2: Stel van elke enkelvoudige zin het gezegde vast.
Werkwoordelijk gezegde (wg) of naamwoordelijk gezegde (ng)?

Slide 21 - Open vraag

Dat er 45.000 jaar geleden zo'n 70.000 Neanderthalers in Eurazië leefden, is duidelijk geworden, nadat hun erfelijke variatie was onderzocht.

Stap 3: Pas nu de regels van het benoemen van de werkwoorden toe.

Slide 22 - Open vraag

Aan de slag!
Opdracht 1 t/m 3 (blz. 227)

Slide 23 - Tekstslide